'In Afrika hebben ze de tijd. Ze hebben er zelfs zoveel van dat je als westerling wel eens geïrriteerd kunt raken. Als mensen daar naar een kerkdienst gaan doen ze dat of veel te vroeg of als de mis al lang is afgelopen. Op tijd komen ze bijna nooit. Dat is voor hen ook niet belangrijk. Het gaat erom dát je naar de kerk gaat, niet hoe laat je dat precies doet.' De vierde lezing over tijd aan de Vrije Universiteit in Amsterdam ging deze week over tijdsbeleving in traditionele culturen.
,,Mijlenver staan onze vroegste voorouders, de jagers en verzamelaars die tientallen eeuwen voor de geboorte van Christus de aarde bevolkten, van ons vandaan. Zij leefden in stamverband. Horloges hadden ze niet, het enige dat telde was het verschil tussen dag en nacht, tussen droogte en regen, tussen periodes met meer of met minder voedsel.''
,,Rituelen hielpen onze voorouders in de omgang met ziekte en dood. De beleving van tijd was altijd gebaseerd op cycli, waarin leven en dood, heden en verleden in elkaar overvloeiden. In de Afrikaanse culturen, waarvan sommige al 30 000 jaar oud zijn, spelen de voorvaderen die wij al lang vergeten zijn nog steeds een cruciale rol, net als bij de aboriginals in Australië.''
,,De Toearegs, ook wel 'de blauwe mannen van de Sahara' genoemd vanwege hun blauwe kledij, weren via rituelen negatieve invloeden van de voorouders af. Als de medicijnman een zieke niet kan genezen, worden al dansend de voorouders opgeroepen. Soms helpen de geesten bij de genezing, soms stort de zieke uitgeput ter aarde. Het verleden is daar bijna tastbaar aanwezig, de doden zijn onder hen.''
,,Onze omgang met existentiële problemen verschilt sterk van die van onze voorouders. Waar voor hen het verleden het meest leefde, is voor ons de toekomst bepalend. Tradities vinden wij verouderd en aan vernieuwing toe. De tijd is niet meer cyclisch, zoals in oude culturen, maar lineair. In een rechte lijn gaan wij voort in 'de goede richting' die wij Vooruitgang noemen. Alles wat achter ons ligt werpen we nonchalant op de vuilnisbelt van het verleden.''
,,De Vooruitgang is ook een versnelling, zoals het gemis van rust en stilte in onze cultuur duidelijk maakt. Zo zijn wij bezig met een race tegen de klok die we nooit kunnen winnen. Het liefst denken wij daar niet te veel aan. Ouderdom en dood zijn beangstigende gedachten die men beter kan verdringen.''
Het Bezinningscentrum van de Vrije Universiteit in Amsterdam is opgericht om dergelijke vergeten of verdrongen aspecten van het menselijk bestaan onder de aandacht te brengen. Wim Haan, die daar twintig jaar werkt, is medeorganisator van de lezingencyclus over het onderwerp tijd. Omdat hij al jaren contemplatieve kloosters bezoekt, verhaalde hij twee weken terug over tijd voor de monnik. Afrika is een recenter interessegebied van hem. Hij maakte twee reizen naar enkele authentiek levende groepen in Afrika en las talrijke boeken over Afrikaanse culturen, op zoek naar een antwoord op de vraag wat verschillende samenlevingsvormen de mens te bieden hebben. Maar zo onderzoekt hij ook nieuwe religieuze bewegingen, in de volksmond bekend als sekten.
Drie maanden woonde hij in kloosters van Hare Krishna, hij nam deel aan het inwijdingsritueel van de Moon-beweging en had contact met de nog slechter bekend staande groepering Children of God. Het maakt de verwarring alleen maar groter. Contemplatieve kloosters, traditionele Afrikaanse culturen en nieuwe religieuze bewegingen. Wat heeft dit allemaal met elkaar te maken? En wat is het verband met tijd? Misschien kan het antwoord op deze vragen alleen gevonden worden in de persoon van Haan zelf.
In 1958 werd Wim Haan geboren in Zuid-Limburg. Zijn vader was mijnwerker en natuurlijk was de familie katholiek. In de jaren '60 groeide de kritiek op de overheersende rol van de roomskatholieke kerk. ,,In onze contreien was het spreekwoord: 'de mijn houdt je arm, de pastoor houdt je dom'. Die kwam bijna wekelijks informeren of het geen tijd was voor een nieuwe zwangerschap.''
De familie Haan was blij toen de kritische pastoor Miedema andere nadrukken legde. Hij schafte het collecteren tijdens de dienst af en onderstreepte de sociale functie van de kerk. De andere pastoors zagen zijn succes met afgrijzen aan, waarop Miedema uit de kerk werd gezet. De familie Haan behoorde opeens tot 'een sekte'. Wim was in zijn puberteit zeer actief in deze kerk, eerst als misdienaar en later begeleidde hij de pastoor in zijn bezoeken aan stervenden, een ervaring die hem bij zou blijven.
De puberteit bracht echter ook andere gevoelens met zich mee. De student theologie aan de Universiteit van Heerlen werd verliefd op een meisje dat in Amsterdam bij de sekte Divine Light Mission zat. Hij vertelde zijn professoren dat hij zijn dissertatie wilde schrijven over nieuwe religieuze bewegingen en dat hij daarvoor naar Amsterdam moest. Zo trok de jongen van het Limburgse platteland aan het einde van de jaren '70 naar de hoofdstad, solliciteerde als secretaris bij het bezinningscentrum van de VU en merkte al snel dat zijn liefde voor het voortdurend in meditatie verzonken meisje onbeantwoord zou blijven. Zijn interesse voor nieuwe religieuze bewegingen was echter gewekt en Amsterdam bood hem bijna onbeperkte mogelijkheden.
Op liefdesgebied had Wim meer succes bij de dochter van een vooraanstaand figuur binnen de anti-sektebeweging.
Wat begon met bezoeken aan de Divine Light Mission en gesprekken met de gelovigen daar, breidde zich uit tot vele contacten met allerlei religieuze bewegingen, en hun tegenstanders.
In de kloosters van Hare Krishna moest hij 60 000 keer per dag de mantra over Hare Krishna zeggen. Dat ging hem moeilijk af. ,,De tweede dag vroegen ze me of ik het echt al 60 000 maal gedaan had. Ik heb toen maar ja gezegd.'' Want hoewel Haan aanwezig was als wetenschappelijk onderzoeker, vond hij het belangrijk deel te nemen aan de rituelen. In Afrika danste hij gezellig mee en in de trappistenkloosters probeerde hij ook elke dag om 4 uur 's ochtends op te staan. Bij de Hare Krishna's bleef hij echter een buitenbeentje.
Kritische noten in zijn verslag over de tijd bij de Hare Krishna werden hem niet in dank afgenomen. Maar hij was het weer niet eens met de wijze waarop de anti-sekteclub alle nieuwe religieuze bewegingen afschilderde als gevaren voor de samenleving.
Een conflict tussen een nieuwe religieuze beweging en een anti-sekteclub vorig jaar wekte Haans belangstelling voor Afrika. Zestien mensen stonden toen terecht wegens vrijheidsberoving van een 27-jarige vrouw, die in opdracht van haar ouders was 'bevrijd' uit de greep van de Ifa-religie.
,,In deze religie, die zijn wortels heeft in de Nigeriaanse Yoruba-traditie, gelooft men dat God aanwezig is als een kracht die alle leven doordringt. Die kracht uit zich op drie manieren: in waarden en normen, die worden bijeengehouden door de voorouderverering; in nauwe banden met spirituele wezens door middel van muziek en dans, en door Ifa, een orakel, waarin God rechtstreeks tot de mensen spreekt.''
,,In deze cultuur wordt naar de voorouders gekeken om te zien hoe het leven moreel moet worden ingericht. Gemaskerde dansers verschijnen in trance in de straten en vormen een brug tussen de wereld van de overledenen en die van de levenden. Mensen komen naar hen toe met vragen. Spirituele wezens (orisha's) hebben ieder hun eigen ritme. Door het juiste ritme te spelen nemen zij bezit van de dansers en geven hun kracht. Als er ook maar één maat verkeerd wordt gespeeld, weet iedereen dat de orisha niet zal komen.''
,,Muziek heeft alles met tijd te maken. Het ritme van de muziek houdt verband met het ritme van ons lichaam. En het ritme van ons lichaam is tijd. In onze cultuur wordt alles gescheiden: lichaam en geest, God en mens, muziek en religie, heden en verleden, en ga zo maar door. In Afrika daarentegen wordt alles als één geheel gezien. Daar dansen ze letterlijk met de goden en met hun voorouders. Daar zijn eeuwigheid en tijdelijkheid als eb en vloed. Zij horen beide bij het leven.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.