Van onze verslaggevers AMSTERDAM - De Europese Commissie zal Vendex geen strobreed in de weg leggen bij de overname van KBB. De vraag of het concern met de Bijenkorf, de Hema en V & D een monopolie krijgt, is namelijk niet te beantwoorden.
En dus zal Brussel geen enkel probleem maken, verwacht H. Schenk, hoogleraar industriebeleid aan de Katholieke Universiteit Brabant. De discussie over de macht van de nieuwe combinatie barstte eergisteren los. Op warenhuisgebied krijgt zij vrijwel alles in Nederland in handen. Maar, wierp Vendex-topman Hessels tegen, de warenhuizen moet je niet zien als één markt. De parfum-balie concurreert met een drogist, de kledingafdeling met vele boetieks.
In de optiek van Hessels heeft Vendex/KBB slechts 10 tot 12 procent van de detailhandel, verre van een monopolie. “Hessels heeft gelijk en de critici ook”, zegt Schenk. “De Europese mededingingsautoriteit zal er niet uitkomen.”
Ook diplomatieke kringen in Brussel denken vooralsnog niet dat de overname wordt afgekeurd. Wel worstelen ook zij met de vraag wat 'de markt' is. Daarbij gaat het echter niet om warenhuizen versus kleine winkels, maar om de nationale kenmerken van een markt. De voedingssector in Nederland kan bijvoorbeeld het etiket 'nationaal' krijgen, omdat het eetpatroon in de Europese landen verschillend is. 'De markt' is dan alleen het eigen land. Als dat voor warenhuizen ook opgaat - omdat het assortiment erg aan het land gebonden is - kan Vendex een probleem krijgen. In Nederland is het concern dan immers dominant. Is 'de markt' de Benelux, dan zijn de moeilijkheden minder groot.
Als Brussel geen hindernissen opwerpt, blijft nog de vraag of de concurrentie tussen de Hema, V & D en de Bijenkorf dezelfde blijft. “Het feit dat de warenhuizen in één organisatie terecht komen, kan twee dingen betekenen”, stelt Schenk. “De concurrentie blijft bestaan. Dan vraag ik me af wat in vredesnaam het economisch voordeel van het samengaan is. Of de concurrentie wordt lam gelegd. Dat betekent toename van de marktmacht en hogere winstgevendheid. De overname heeft dan zin voor de onderneming, maar niet voor de maatschappij: geen betere service of goedkopere producten.”
Volgens E. Foekens, universitair docent marketing aan de Universiteit van Groningen, hoeft er weinig te veranderen. “In veel concerns zie je dat dochterbedrijven bikkelhard tegen elkaar concurreren. Het gaat erom dat de verschillende onderdelen autonoom kunnen beslissen.”
Maar zelfs als de Hema, de Bijenkorf en de V & D net zo hard hun best blijven doen om elkaars klanten binnen te halen, hoeft de consument daar niet beter van te worden. De warenhuizen kunnen een aantal artikelen, zoals stofzuigers, gezamenlijk inkopen en zo een lagere prijs bedingen. De consument merkt daar doorgaans weinig van. Schenk: “Als Hessels zegt dat de prijzen kunnen dalen, moet ik heel hard lachen. Dat heb ik nog nooit gezien. Het samengaan van zulke grote ondernemingen, heeft nog nooit geleid tot prijsverlagingen. Gevolg van grote fusies is doorgaans dat de productiviteit en de efficiëntie dalen.”
Ook Foekens ziet geen voordeel gloren voor de klanten. “Mijn ervaring is dat bedrijven prijsvoordeel nooit zomaar doorgeven aan de consument. Daar denken ze wel twee keer over na. Ze doen dat alleen als de klant bijvoorbeeld merkt dat een artikel ergens anders goedkoper is.”
Juist angst voor concurrentie is de reden voor de overname, vermoedt Schenk, kostenbesparingen spelen geen rol. “De dreiging dat er echt geconcurreerd moet worden, neemt toe. Er zijn kapers op de kust uit het buitenland. Een Brits bedrijf, als Marks & Spencer, kan het oog laten vallen op KBB. Het Engelse pond staat hoog, Nederlandse bedrijven zijn relatief goedkoop en het zal ook hen niet ontgaan zijn dat KBB niet goed loopt. Dat zou een bedreiging zijn voor Vendex. De overname is dus een stap voorwaarts in de verdedigingslinie. Ze willen voorkomen dat ze het moeilijk krijgen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.