ISTANBUL - Het is dinsdagmorgen, een gewone werkdag, maar in de Sent Antuan Katolik Kilis, zoals de katholieke Sint Antonius van Paduakerk in het centrum van de stad wordt genoemd, verdringen de mensen zich in de gangpaden. Wat opvalt is het grote aantal vrouwen met hoofddoek dat voorbijschuifelt. Eén dag per week nemen moslims bezit van dit roomse bolwerk, en dat al meer dan 25 jaar.
Dat geeft soms aanleiding tot verwarring. Al zijn de vier paters franciscanen (een Maltezer, twee Italianen en een Pool) inmiddels wel het een en ander gewend. Zo vraagt de dienstdoende priester elke kerkganger die tijdens de mis ter communie gaat of hij/zij christen of moslim is, want islamitische spijtoptanten worden vriendelijk maar beslist van de tafel des heren geweerd. Het weerhoudt hen er niet van aan het slot van de dienst uit volle borst het Te Lourdes op de bergen mee te zingen.
Na afloop gooien moslimvrouwen kaarsen op de treden van het altaar. Een man bidt in islamitische gebedshouding om vruchtbaarheid voor zijn pasgetrouwde dochter. “Ik ben al zeventig, meneer, en heb nog altijd geen kleinzoon.”
Een grote, marmeren plaquette aan de zijkant van het altaar herinnert aan het feit dat mgr. Angelo Giuseppe Roncalli, bij de buitenwacht beter bekend als de goede paus Johannes XXIII, in deze kerk regelmatig de mis opdroeg en preekte toen hij tussen 1934 en '37 als gezant van het Vaticaan in Instanbul woonde.
Veruit de meeste devotionele aandacht trekt echter een grijsblauw, houten beeld dat - geflankeerd door twee nissen vol flakkerende kaarsen - aan de rechterzijmuur staat opgesteld. Het is de bekende beeltenis van Sint Antonius met het kindje Jezus op de arm. Tientallen mensen verdringen zich op de plek en kussen eerbiedig het glas dat een beschermende wand vormt tussen beeld en vereerders. Ook hier zijn de moslims verreweg in de meerderheid. Ze steken kaarsen op, leggen brood neer, doen geld in de collectebus en bidden met een ijver die verbaast.
De bedelaar buiten vaart zichtbaar wel bij de devotie die zich rond de roodbakstenen kerk aan de drukke Istiklal Cadessi (Onafhankelijkheidsstraat) heeft ontwikkeld. Want hier, in het hartje van modern Istanbul, is het vandaag een komen en gaan van kerkgangers die de uitgestoken hand bij de deur zelden negeren.
Wat opvalt is dat het bepaald niet alleen de ouderen of simpelen van geest zijn die hier komen bidden. Ook veel jonge en modern geklede moslims geven acte de présence.
Pastoor Dominic Bonello (67) vertelt: “Het is allemaal begonnen in 1970. Toen deed in de stad plotseling het gerucht de ronde dat de papas (paters) bij Sent Antuan konden bemiddelen bij zoekgeraakte en verloren zaken. Al snel heette het dat Sint Antonius ook bij het gokken verloren lira's kon restitueren en kon zorgen voor een huwelijkspartner, een betere woning of een baan. Zieken zouden evenmin tevergeefs bij hem aankloppen. Sindsdien is het hek van de dam en stromen de Istanbuli in drommen toe.”
“Om de zaak niet uit te hand te laten lopen, houden we elke dinsdag open huis. Dan komen hier zo'n vijfduizend moslims bidden. We hebben de indruk dat daar elke keer veel nieuwelingen onder zitten. Nee, we hebben geen problemen met de moslim-'geestelijkheid'. Er zijn hoça's die hun mensen juist aansporen hun heil bij Antonius te zoeken. Ook moslimleiders komen poolshoogte nemen.”
Zeker negentig procent van de bezoekers is vrouw. Pater Bonello verklaart dit uit het feit dat vrouwen meer dan mannen ontvankelijk zijn voor het mystieke. “Hier wreekt zich de overdreven secularisatiepolitiek van Atatürk en zijn opvolgers. Die hebben binnen de samenleving alles wat maar enigszins naar spiritualiteit neigde trachten uit te bannen en de oorlog verklaard aan de volksislam. Gevolg is dat mensen elders in hun devotionele behoeften proberen te voorzien. In ons geval bij het beeld van Sint Antonius.”
Het fenomeen vormt volgens Bonello tevens een waarschuwing aan het adres van de grote christelijke kerken om het proces van liturgische en theologische verzakelijking niet te ver door te voeren. “Ook de moderne mens heeft behoefte aan mystiek. En als 'ie dat niet in zijn eigen kerk vindt gaat hij het elders zoeken, bij new age bijvoorbeeld.”
Wat Bonello's eigen parochie betreft, daar hebben de moslims het aantal rooms-katholieke kerkgangers allang overvleugeld. Van de oorspronkelijk (1960) ruim duizend parochianen zijn er nog zo'n tweehonderd over. Net als bij de andere christelijke denominaties heeft angst voor discriminatie en moslimfundamentalisme de rest naar het buitenland (West-Europa en de VS.) doen vertrekken.
In totaal komt het aantal rooms-katholieken in Turkije niet boven de tweeduizend, vrijwel allemaal in Istanbul. Daar worden ze momenteel door de Turkse autoriteiten gekoesterd.
Niet in de laatste plaats omdat de regering in Ankara in het jaar 2000 de paus naar Turkije hoopt te lokken, wat een enorme politieke en toeristische opsteker zou betekenen.
“Ja, we zijn moslim.” Drie vlot geklede kantoormeiden (“we werken bij een bank”) verlaten het kerkgebouw. Ze gaan er regelmatig bidden. Waarom? “Omdat God overal is, dus ook hier.” Waarom Allah dan niet in de eigen moskee gezocht? In koor: “Daar is de sfeer zo vreselijk saai. Geen kaarsen, geen bloemen, geen muziek. En vrouwen moeten achterin staan.” Is dat de enige reden waarom ze hier kerken? Giechelend: “Wie weet helpt de Heilige Antonius ons aan een leuke man. We zijn per slot al 25.” Gierend wandelen ze het hek uit, de drukke winkelstraat in.
Een jong moslim-echtpaar komt juist aanlopen. Zij is 31, hij 34, allebei arts. De vrouw zegt: “We komen hier om geestelijk bij te tanken. In onze eigen, intellectuele vriendenkring is het alles rationalisme wat de klok slaat. En onze ouders, orthodoxe moslims, hanteren een manier van denken waarbij alleen al het stellen van kritische geloofsvragen als een misdaad tegen God wordt gezien. Beide manieren van het leven geven mijn man en ik geen innerlijke voldoening. In deze kerk daarentegen kun je helemaal jezelf zijn, je rustig overgeven aan je eigen gedachten, zonder dat iemand je daarbij stoort of je een bepaalde mening opdringt. Hier kom je innerlijk tot rust.”
Hij vult aan: “Dat voorgevormde, dat ritueel verplichte, dat steeds maar herhalen van dezelfde gebedsformules, dat hindert me wel eens in mijn eigen geloof. Hier kun je in stilte en met eigen woorden uiting geven aan datgene wat je met het hogere verbindt. Dat doet weldadig aan.” En Sint Antonius? Hij kijkt betrapt, zegt dan: “Ik had hem vier miljoen lira beloofd als hij me uit een netelige situatie zou redden - nee, ik zeg niet welke - en nu ga ik mijn belofte inlossen, want hij heeft echt geholpen.” En met een verontschuldigend lachje: “Nou ja, dat denk ik.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.