Van een onzer verslaggeefsters DEN HAAG - Een Iraanse asielzoeker, wiens asielverzoek, gebaseerd op politieke activiteiten in Iran werd afgewezen, heeft toch een verblijfsvergunning gekregen. De reden: hij heeft zich in Nederland openlijk tegen het Iraanse regime gekeerd, waardoor de Iraanse autoriteiten hem inmiddels beschouwen als een politiek tegenstander.
Deze opmerkelijke uitspraak heeft de vreemdelingenrechter in Den Haag op 17 oktober gedaan in de zaak van Hojatollah Nosrati Delcheh (33). Deze Iraniër kwam vorig jaar in het nieuws, omdat zijn asielverzoek in hoger beroep werd behandeld door de Rechtseenheidskamer in Den Haag.
Die besliste op 2 november 1995 dat uitgeprocedeerde asielzoekers, dus ook hij, kunnen worden uitgezet omdat Iran niet voor iedereen onveilig is.
De Haagse vreemdelingenrechter vindt nu dat Nosrati Delcheh niet mag worden uitgezet en moet worden toegelaten wegens 'klemmende redenen van humanitaire aard'. Want, zegt de rechter, zijn doen en laten in Nederland is té bekend geworden bij de Iraanse autoriteiten. Niet alleen vanwege alle rumoer rond de uitspraak. Nosrati Delcheh heeft ook zelf in interviews, in onder meer Trouw, openlijk blijk gegeven van zijn afkeer voor het Iraanse regime. Bovendien raakte hij in Nederland betrokken bij activiteiten van de links-islamitische verzetsbeweging Moedjahidien. Al met al, zegt de rechter, zullen de Iraanse autoriteiten hem inmiddels als een politiek tegenstander beschouwen. En dus kan hij maar beter niet worden teruggestuurd.
Volgens zijn advocaat mr. M. Wijngaarden is de uitspraak een doorbraak op juridisch gebied. “Tot nu toe hanteerde de rechter twee redenen voor toelating: óf je bent vluchteling óf terugsturen levert een onmenselijke behandeling op. De rechter heeft hier nu aan toegevoegd dat iemand toch mag blijven om redenen van klemmende humanitaire aard.”
Een vreemdeling toelaten op grond van dat laatste, is eigenlijk voorbehouden aan staatssecretaris Schmitz van justitie. Als staatssecretaris belast met vreemdelingenzaken heeft Schmitz de speciale bevoegdheid dat ze eigenhandig kan beslissen of zij iemand toelaat om humanitaire redenen. Zij hoeft daarover geen verantwoording af te leggen. Het is opmerkelijk, dat nu de rechter een dergelijke uitspraak heeft gedaan.
Wijngaarden: “De rechter fietst ook nog dwars door het laatste ambtsbericht over Iran. Daarin stelt Buitenlandse zaken dat een kritische houding jegens het islamitische regime niet tot problemen hoeft te leiden. Maar volgens Amnesty International hebben mensen die zich kritisch hebben uitgelaten, juist om die reden problemen hebben ondervonden. Deze uitspraak van de rechter komt overeen met de rapportage van Amnesty.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.