'Het oog van de meesters', 78 foto's door Maria Austria en Marco Borggreve in Muziekcentrum Vredenburg Utrecht. Te zien voor concertbezoekers t/m 1 oktober.
Ook de Nederlandse Bachvereniging verkoos hem als fotograaf om de jaarprogramma-gegevens aan te vullen met beelden van zingende, tokkelende en strijkende musici. Veel details: handen, gezichten, expressies die zowel geluid als stilte suggereren. Een heel opvallende foto van Ronald Brautigam gevangen tussen de rondingen van klep en klankkast siert het jongste nummer van het Pianobulletin, een vakblad voor leraren en spelers. Er blijkt altijd weer een variatie nog niet beproefd in de vaak clichématig verbeelde binding tussen de mens en zijn instrument. Borggreve blijft dan net naast dat cliché.
Fascinerend vind ik nog steeds de groepsfoto die hij maakte met de leden van het Noordhollands Philharmonisch Orkest. Ze staan in de zaal tussen de stoelen, een kwintet contrabassen ligt op het podium, het orgel zilverwit er achter. Het accent valt echter op dirigent Lucas Vis, die op het balkon staat en in een theatrale pose wijst: 'ziehier mijn orkest'.
Op het randje van oubollig, maar de geconcentreerde opstelling van de muzikanten, hun opwaartse blikrichting en de dieptewerking met instrumenten geven aan die pose een symfonische allure die geen traditionele orkestfoto weet over te brengen.
Door de brochures van de radio-orkesten, agenda's en programmaboekjes van concertzalen, hoesjes van cd's, krijgt iedere muziekconsument met regelmaat de foto's van Borggreve onder ogen, want op muziek en musici specialiseert hij zich. Zowel de geposeerde portretten als de foto's van het moment worden gekenmerkt door een hevige concentratie, door bijzondere schoonheid in het beeld en door een ingetogen soort dramatiek. Op den duur herken je zijn foto's direct door hun wijze van aanspreken.
Muziekcentrum Vredenburg intensiveert die verspreide indrukken met een expositie van Borggreves foto's op de bovenste foyer-omloop van het cirkelvormige Utrechtse concerthuis. Verrassend werkt de afwisseling met een selectie uit het oeuvre van Maria Austria, de fotografe die vanaf 1945 tot aan haar plotselinge dood in 1975 als een journalist het hele Nederlandse cultuurleven in en rond Amsterdam vastlegde, van de avant-garde op het Mickery-toneel tot en met de gevestigde kunsten in Stadsschouwburg en Concertgebouw. In deze selectie valt de nadruk op musici. Sommigen ziet men jong en pront bij Austria (zoals Edo de Waart, Reinbert de Leeuw) en gegroefd en gegrijsd bij Borggreve.
Borggreve, geboren in 1965, heeft haar nooit gekend. Hij is pas vijf jaar professioneel bezig. Het gestolde cultuurleven van decennia terug boezemt hem ontzag in. “Maria Austria fotografeerde gewoon goed”, merkt hij op terwijl wij langs de wanden schuifelen. “Wat ik bijzonder vind, is dat ze het gedáán heeft. Met toewijding heeft ze alles gedocumenteerd. Dat is ook een van mijn drijfveren: beelden maken, vastleggen, want over honderd jaar moet het nog na te gaan zijn, wie er speelde en zong, wat er gebeurde. Dan blader je geen concertprogramma's door, of cd-lijsten, maar kijk je foto's.”
Met de foto's van Austria voor ogen stelt hij met spijt vast dat het respect voor de fotograaf destijds groter moet zijn geweest. Zij had overal toegang, zij legde kunstenaars vast onder aan de vliegtuigtrap, in foyers met kroonluchters en veel hoge personages, in repetities. “Het Concertgebouw in Amsterdam kom je niet meer binnen zonder eerst een verklaring met allerlei voorwaarden te hebben getekend. Ook elders merk je dat de belangen veel groter zijn dan vroeger; platenmaatschappijen proberen carrières te sturen, regelen hun eigen publiciteit, willen de beeldvorming beïnvloeden.”
Wat dat betreft voelt Borggreve zich in Vredenburg op zijn gemak. Het is zijn thuis; hij loopt er binnen, fotografeert wat er gaande is, ziet zijn werk doorlopend gebruikt in de maandagenda die in vijf jaargangen ook tot zijn oeuvre-catalogus uitgroeide. De wederzijdse vertrouwdheid ontstond toen hij er als student theaterwetenschappen parttime werkte: kaartjes controleren, bezoekers wegwijs maken, koffieschenken in de pauzes.
“In die tijd begon ik te fotograferen. In de muziek lag aanvankelijk mijn toekomst; als vijftienjarige deed ik toelatingsexamen voor gitaar aan het conservatorium. Ik werd echter ziek, een periode die tot mijn 22ste duurde. Ik kon niet meer spelen, maar ik zocht wel naar een uitdrukkingsmogelijkheid. In de podiumkunsten, vooral de muziek, zag en hoorde ik beelden.”
“Ik werd geboeid door de ongelooflijke concentratie die musici opbrengen, de absolute toewijding voor hun instrument, de verstilling die zij uitstralen. Mij trof ook de eenzaamheid waarin dirigenten en solisten hun werk doen, de angst die voorafgaat aan een optreden. Sommigen zie je lijden in die laatste tien minuten voor aanvang. Ik probeer met mijn fotografie diep door te dringen in de motieven van musici, in hun bezetenheid voor dat vak, in de momenten van opperste spanning en ontlading.”
“Tijdens het musiceren gebeurt er niks, denkt iedereen, maar dat is schijn. Ik zit verlekkerd te kijken naar de tv-opnames van de matinee-concerten in Amsterdam; als ík tijdens concerten zo zou kunnen werken! De stilste camera maakt evenwel nog te veel lawaai. Zo gauw de geluidloze camera op de markt komt, koop ik hem onmiddellijk, wat het ook zou kosten”, merkt Borggreve op.
Repetities volgt hij echter uitvoerig. “De omstandigheden in een concertzaal zijn nooit ideaal, altijd te weinig licht bijvoorbeeld. Ik werk met de hoogst gevoelige films; dat levert veel contrast op. Je moet er veel geduld en concentratie in stoppen. Daarom kan ik niet meer even ergens naar toe gaan, en weer weg. Je moet de mensen volgen in hun musiceren, hun bewegingen vastleggen. Op de geëxposeerde foto's van Austria zie je geen spelende violist. De techniek nu maakt dat mogelijk: snellere camera's, lichtsterkere objectieven. Alles is beter, gevoeliger geworden, ontwikkelaar, papier. Het tempo is omhoog gegaan; zij had meer contemplatie nodig; ik kan het moment beter pakken. Zoals de pianist Pasjkewitsj, die in een flits zijn handen van de toetsen wegtrok. Dat was voor haar onmogelijk. Of Melvyn Tan die zich afkeerde van de piano en daarbij een ongelooflijke grimas trok. Als je dat kunt vastleggen, voel ik het geluk door me heen stromen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.