AMSTERDAM - Een klein zesje, een hoger cijfer verdient het Eurosix-toernooi in de Amsterdamse Arena niet. Een kleiner veld, minder spelers en een kortere speelduur blijken geen garantie voor een hoge amusementswaarde. Een onderdeel van het vak, zo formuleerden de spelers voorzichtig, net als de trainingen op maandagochtend en de strandwandelingen aan de vooravond van een Europese wedstrijd.
Er zijn mensen die denken dat het zes-tegen-zes voetbal een Europese toekomst heeft, maar de eerste dag van de primeur in het Arena-theater liet het tegendeel zien. De partijtjes van vier maal acht minuten op een veld van 60 bij 32 meter, tussen Ajax, Liverpool, AC Milan en Glasgow Rangers bleven verschoond van technische hoogstandjes en van enige vorm van spanning was veelal geen sprake. Er viel een groot aantal doelpunten, dat wel, maar te veel van het goede is ook weer niet goed. Bij het basketbal veert er ook niemand meer op bij de stand 112-19.
In de nababbel van het vooral commerciele experiment zullen de initiatiefnemers tot de conclusie komen dat de formule enige aanpassingen behoeft. Er zijn te veel pauzes (voor de reclamespotjes op televisie natuurlijk) en bij het spelen op zo'n kleine ruimte is de buitenspelregel overbodig. Het spel wordt er te vaak door onderbroken. Misschien luidt de conclusie straks wel dat het 'gewone' voetbal zo gek nog niet is. De toeschouwers (toch zo'n 15 000 in getal) keken nu naar veredelde trainingspotjes, die zij op bijna iedere doordeweekse dag gratis kunnen zien. Opvallend was dat de VIP-boxen in de Arena bijna allemaal leeg waren. Zouden de VIP's er dan toch echt verstand van hebben?
Hoewel AC Milan, Liverpool en Glasgow Rangers het afgelopen weekeinde hun normale verplichtingen hadden, kwamen de drie clubs met hun beste spelers naar Amsterdam. Dat zal zonder twijfel contractueel vastgelegd zijn, want naast een soort voetbaltoernooi is de Eurosix voornamelijk een commercieel evenement. De vier clubs ontvingen een startpremie van 200 000 dollar en in de prijzenpot zit ook nog eens een bedrag van 500 000 dollar. Achter de opzet van de speelduur (vier maal acht minuten) schuilt uiteraard het idee dat er tussen vier kwarten meer ruimte is voor de reclameboodschappen dan tussen twee helften. Dus moest er met de aftrap van ieder kwart keurig gewacht worden op het sein dat de kijkers van SBS 6 en de muziekzender MTV (de artiesten ontbraken niet) weer konden meegenieten.
“Het ziet er alleraardigst uit”, zei Danny Blind die na een lange blessureperiode weer even actief was in de Arena. Natuurlijk bedoelde hij daarmee niet de grasmat, want die had veel weg van een zandtapijt. Woensdag wordt begonnen met de aanleg van de vijfde (!) grasmat, die op 23 februari wordt ingewijd met de klassieker tegen Feyenoord. Blind vond in de formule van de Eurosix veel elementen van de trainingen terug. Een serieuze Europese toekomst voor het zes-tegen-zes zag de Ajax-aanvoerder niet een-twee-drie zitten.
De aftrap van het Eurosix-toernooi werd verricht door Johan Cruijff, een van de 'meedenkers' achter het evenement. Even stond de ex-coach van Barcelona op het veld, waar iedere Ajacied hem volgend seizoen graag als trainer had willen zien. Cruijff, die zag dat Ajax met 6-2 won van Glasgow Rangers en met 2-2 gelijkspeelde tegen AC Milan, benadrukte dat het zes-tegen-zes niet gezien moet worden als een vervanging van het gewone, grote voetbal, dat volgens hem uniek is in zijn soort en altijd zal blijven bestaan. Cruijff denkt dat het 'pleintjesvoetbal op gras' een uitstekend hulpmiddel is om de achteruitlopende technische kwaliteit van het voetbal te verbeteren. “Het EK van 1996 had een pover niveau”, vertelde hij. “Als zelfs ik de televisie afzet, zijn we niet goed bezig.”
Andere spelregels staan in de ogen van Cruijff niet garant voor een hogere kwaliteit. De afstand van de muur, de manier van ingooien, het verbieden van de terugspeelbal, het zijn allemaal zaken die er weinig tot niets toe doen. Terug naar de basis, zo luidt het devies van Cruijff.
Wat er deze twee dagen in de Arena gebeurt (vandaag is het vervolg) is het naar buiten brengen van de training. Bij Barcelona vond Cruijff het prachtig om, zittend op een bal, te kijken naar partijtjes van vijf tegen vijf (zonder keepers). “Trainers praten over voeding en conditie”, zei hij. “Dat weet ik allemaal wel, maar dat is niet het belangrijkste. Er wordt ook te veel getraind op corners en vrije trappen. Daar gaat het in essentie niet om. Net als lopen. Ik ga niet naar het voetbal om te zien dat de een de ander inhaalt. Dan ga ik wel naar atletiek.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.