*

 
dossier

Archief

Verstikkende bureaucratie vanuit peperduur gebouw

HANS VISSER − 07/01/97, 00:00

De auteur is predikant en coördinator van het werk met verslaafden in de Pauluskerk te Rotterdam.

Ik houd van management by love. Dat wil zeggen dat de manager zich inleeft in andermans situatie en voor hem of haar knokt. Van de bisschop van Breda kunnen protestanten wat leren. Hij is ook een manager. Hij zorgt voor beweging, hij motiveert, hij communiceert met het grondvlak, hij integreert, hij overtuigt, hij knokt. De synoden van de protestantse kerken zouden ook kunnen leren van het leiderschap volgens de filosofische principes van de Tao. Een leider is vloeibaar als water dat zacht en beweeglijk is. Water holt de rots uit die hard en onbeweeglijk is. Weerstand wordt door beweeglijkheid overwonnen. De leider van een groep verzet zich niet tegen de collectieve energie van de groep, maar geeft mee, buigt, absorbeert en laat dingen op hun beloop. Mensen dwingen te doen wat de leiding van de organisatie goed acht leidt niet tot helderheid en meer bewustzijn.

Het zou voor de synode een weg naar bevrijding betekenen indien men het bestuursmodel van de sociocratie realiseert. Dit is in ons land ontwikkeld door Gerard Endenburg. Sociocratie doet recht aan het grondvlak. Het consentbeginsel regeert de besluitvorming en niet langer de meerderheid van stemmen. Machtsspelletjes worden overbodig. Het argument komt aan de macht. Sociocratie bevordert creativiteit. Over minderheden behoeft niet langer te worden heengewalst.

Zelf werk ik op het straatniveau van bureaucratie. Na de val van Perron Nul in 1994 stond ik in confrontatie met overheid en buurtbewoners. Ik ontdekte dat we niet beschikten over dezelfde informatie ten aanzien van de besluitvorming. De participanten in het drugsgebeuren hadden niet dezelfde doelstelling. Ik moest leren onderhandelen met mijn opposanten over hun beleving van de werkelijkheid en over hun verwachtingen van het oplossen van problemen. Onderhandelingen leiden tot coalities. Het is leuk te ontdekken dat na twee jaar deze werkwijze toch het gewenste effect sorteert.

De tijd van holistische organisaties met centrale hoofddoelen in een centralistisch bestuurscentrum raakt zo voorbij. In een verindividualiseerde samenleving, waarin mensen zelf hun geloofsbeleving invullen, moeten kerkelijke organisaties streven naar pluristische modellen. In de breedte van de kerk moet men onderhandelen met groepen en mensen over de vormgeving van hun geloofsbeleving. Groepen kennen allemaal hun mythen, ficties, cultuurgoed. Rationele ordening leidt tot niets. In besluitvormingsprocessen moet je zien te achterhalen welke factoren de keuze-processen beïnvloeden. Ook in een kerkelijke organisatie stikt het van ambities, strategieën, belevingen, gewenste doelen.

Wie contact heeft met het grondvlak weet wat daar leeft aan allerlei tegenstrijdige belevingen ten aanzien van: de tweedeling van de samenleving, de noodzaak van herschikking van de verzorgingsstaat, noodzaak van een deugdelijk vluchteling- en migratiebeleid, behoefte aan interreligieuze spiritualiteit, aan evangelisering, aan normen die passen bij de moderne technologie, een postmodern levensgevoel dat idealen doet verdampen, verlangen naar het Verhaal dat moet doorgaan. Hiërarchie, unformiteit, centralisme, zijn uit den boze. Een nachtmerrie lijkt mij een centralistische SoW kerk die een verstikkende bureaucratie over mij doet neerdalen vanuit een peperduur gebouw in Utrecht.

Ik maak dat ik wegkom. Ik zal naar ik vrees in wrok omzien. Zoveel gemiste kansen in het managment. Management by love. Dat zou toch in een kerk moeten groeien en bloeien.

mailIcon print |