BERLIJN - Waarschijnlijk is Berlijn in de winter op z'n mooist. Er zijn dan plekken aan te wijzen - in het oosten vooral - die zijn van een Dickensiaanse schoonheid. En andere plekken, daarvan zou je zweren dat de industriële revolutie er gisteren nog haar hoogtepunt beleefde, een metropool van ingenieurskunst, kolen, ijzer en staal. Dat laatste bewerkstelligt vooral de S-bahn, die meest bovengrondse spoorlijn, kriskras door de stad, langs oeroude stations, rammelend, krassend, piepend.
Alleen de stoom ontbreekt. Maar die komt op deze koude winteravonden uit de monden van voorbijgangers, zoals ze zich over de loopbrug haasten, die op zijn beurt weer onder de machtige stalen bogen van de spoorbrug hangt. Klinknagels groter dan mannenvuisten. Onder de passanten drijven roerloos ijsschotsen op de Spree.
Hier - station Friedrichstrasse, hoek Schiffbauerdamm - is de stad archaischer dan waar ook, versteend, ijzig, een kwarts-kristal. Op de hoek, tegenover het Tranenpaleis, doemt uit het halfduister het theater op. Bovenop het torentje in rood neon een draaiende cirkel met de woorden 'Berliner Ensemble': het theater van Brecht. En nu vooral het theater van Heiner Müller. Boven de hoofdingang hangt een metershoog zwart doek met zijn naam erop en de jaartallen 1929-1995.
Onlangs - op 30 december - is hij gestorven, 'de laatste grote dramaticus van de dood, na Samuel Beckett en Thomas Bernhard'. Zo schrijven zijn necrologen. Of ze schrijven: Heiner Müller, de croupier van de apocalyps. Rien ne va plus. Heiner Müller is gestorven bij Heiner-Müller-weer, vijtien graden onder nul. Vrieskou en verstarring waren terugkerende componenten van zijn theaterbeelden. Hij werkte nog aan een nieuw stuk - 'Germania 3' - met Hitler en Stalin als karikaturen, veel te klein voor het reusachtige wereldgebeuren dat ze in beweging zetten. Het weekblad Die Zeit schreef: 'Müller genoot van die discrepantie tussen de kleine wereld van de werkkamers en de conferentiezalen en de miljoenen doden die hij in zijn verhalen het liefst zag leegbloeden in het ijs van Stalingrad'.
Verzwakt door kanker en chemotherapie stierf hij aan de griep. Een jaar eerder was hij in München nog geopereerd. Zijn chirurg zei toen tijdens de persconferentie: “De heer Müller heeft zo vaak de culinaire genoegens van München genoten dat hij heeft besloten zijn slokdarm hier achter te laten.” Müller wist zo'n opmerking te waarderen. Zijn chirurg zei ook dat hij zijn leefgewoonten - zijn havana's, zijn whisky - niet hoefde af te zweren en iedereen begreep wat dat betekende. 'Ik rook te veel, ik drink te veel, ik sterf te langzaam' had Müller al geschreven.
Bovenin de foyer van het Berliner Ensemble, dat hij in zijn laatste maanden leidde, worden elke dag nog tot de negende januari tussen 11.00 en 17.00 uur Müllers teksten voorgelezen, fragmenten uit zijn toneelstukken, zijn proza, zijn autobiografie. Ze worden gelezen, voorgedragen, gedeclameerd, uur na uur, af en aan betreden acteurs en actrices het kleine podium, afgewisseld door regisseurs en theaterdirecteuren. Müller had het zo gewild: “Mijn teksten scheppen arbeidsplaatsen.”
Die eerste dag - het is de tweede januari - schuifelen de toehoorders nog mondjesmaat binnen. De foyer is als een salon, twee grote kroonluchters, lambrizering manshoog langs de wanden, rood pluchen stoelen en bankjes, gegroepeerd rond kleine ronde cafétafels. Het publiek pelt zich omstandig uit de dikke wintermantels, zo geruisloos mogelijk, om de gewijde stemming niet te storen. De buffetkelner schenkt koffie in. De acteur draagt voor uit 'Seneca's Tod' of liever: hij schreeuwt de zinnen de zaal in, uit zijn mond kwijlt speeksel, uit zijn neus snot, uit zijn ogen stromen tranen. Buiten op de gang zit een oudere dame zacht te wenen. Binnen leest men 'Bildbeschreibung' uit 1985 - een hallucinerende tekst die Müller 's nachts na een halve fles whisky voltooide om de volgende morgen vast te stellen 'dat alles klopte'.
De volgende dag is de toeloop al zo groot dat de foyer de toehoorders niet meer kan bevatten. Men is binnen komen waaien uit de winterkou met kinderwagens, boodschappentassen en reisgidsen van Berlijn. We luisteren naar 'Der Vater', een stuk over zijn vader dat Müller in 1958 schreef en dat begint met de regel: 'Een dode vader was misschien een betere vader geweest'.
Daarna 'Der Fahrstuhl' over een man die in een lift op weg is naar de verdieping van zijn chef (de vierde, de twintigste?), een lift die een duizelingwekkende snelheid krijgt (naar boven, naar beneden?) terwijl tegelijkertijd het horloge van de man doldraait. Opgeheven tijd en zwaartekracht, 'Poesie statt Physik'. Als de man uitstapt staat hij in een dorpsstraat in Peru.
Op 16 januari wordt Heiner Müller begraven, 'om de hoek' van zijn theater, op dezelfde begraafplaats waar zijn grote inspirator Bertolt Brecht ligt. Midden in dat archaïsche Berlijn, midden in zijn oude, verdwenen DDR, dat zijn levenlang zijn materiaal was geweest, 'zijn steengroeve'. Na 1989 werkten Müllers stukken alleen nog als grafzerken, schreef een necroloog. Hopelijk vriest het op 16 januari dat het kraakt, maar nog mooier is het als het dooit.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.