*

 
dossier

Archief

Geen podium voor vervolgde filmmakers meer in Rotterdam

MARK DUURSMA − 27/01/95, 00:00

ROTTERDAM - Minder geweld en politiek, meer persoonlijk en psychologisch dan vorig jaar. Zo laat de inhoud van de films op het 24ste Filmfestival Rotterdam zich in een paar steekwoorden samenvatten. Voor zover ruim tweehonderd films zich laten samenvatten.

De hausse van artistieke films met hard geweld, al dan niet voorzien van een relativerende subtekst, lijkt voorbij. De onvermijdelijke slingerbeweging in de waardering die dé ontdekking van 1994, Quentin Tarantino, van zijn voetstuk haalt, is reeds ingezet. In filmkringen is het plotseling erg in om Tarantino en 'Pulp fiction' te verketteren. Het geweld dat nog over is, werd door directeur Emile Fallaux zoveel mogelijk uit zijn programma geweerd, naar eigen zeggen omdat hij er 'een beetje ziek' van werd.

Andersom had hij graag meer politiek geïnspireerde films in zijn festival willen vertonen. Dat bleek lastig te realiseren: het aanbod van onafhankelijke films is momenteel meer naar binnen dan naar buiten gericht. Relatief weinig filmmakers bekommeren zich om de politieke en sociale omstandigheden in hun land, zo lijkt het. Eerder worden de eigen zieleroerselen, het eigen verleden of de directe sociale omgeving onder de loep genomen. Het aardigste voorbeeld hiervan op de eerste festivaldag was 'Caro diario' ('Lief dagboek') van Nanni Moretti, een film die ook in Cannes de aandacht trok en binnenkort in de bioscoop komt.

En dat terwijl Fallaux een voorkeur heeft voor duidelijk in de maatschappelijke realiteit gewortelde films. In het bijzonder filmmakers die hun eigen autoriteiten trotseren hebben zijn warme aandacht. Dat bleek niet alleen uit het programma van de openingsavond - voorafgaande aan Polanski's 'Death and the maiden' kreeg het publiek onverwacht de wereldpremière van 'Auschwitz' voorgeschoteld, een obligate korte film van Hans Fels en Kees Hin - maar ook uit de openingswoorden van Fallaux.

Film is niet ieders favoriete medium, zo liet hij weten. Op 11 januari overleed de Turkse producent en scenarioschrijver Onat Kutlar aan de gevolgen van een bomaanslag door islamitische fundamentalisten. Het festival herdenkt Kutlar met de ingelaste vertoning van zijn film 'Een seizoen in Hakkari'. De Iraanse regisseur Mohsen Makhmalbaf liet op het laatste moment weten niet naar het festival te komen: hij is te zeer aangeslagen door het onverwachte verbod van zijn laatste film 'Salam cinema'. Twee jonge Chinese regisseurs die hun aanwezigheid in Rotterdam vorig jaar met een werkverbod moesten bekopen, Zhang Yuan en He Yi, zijn dit jaar toch weer present met nieuwe films.

Vreemd genoeg ontbreekt dit jaar het podium voor deze en andere vervolgde filmmakers. Juist dit festival, met zijn open sfeer, liberale uitgangspunten en gretige discussies, leende zich uitstekend voor het programma 'Limits of Liberty'. Na drie edities is het geruisloos verdwenen. Oorzaak is het organisatorische en financiële falen van FilmFree, de organisatie die moest gaan fungeren als permanent meldpunt voor door censuur gehinderde filmmakers. Zij zijn nog steeds welkom in Rotterdam, maar de kans op een mondiale voortrekkersrol heeft het festival laten liggen.

Tot zover het nieuws over wat er niet te zien is in Rotterdam. Vanaf morgen berichten we over al het moois dat er wél te zien is.

mailIcon print |