Van een onzer verslaggeefsters ROTTERDAM - Jarenlang was het vrij stil rond de investeringsmaatschappij Granaria, het familiebedrijf van de gebroeders Wyler. Daarin is verandering gekomen nu zij de 'aankoop van hun leven' hebben gedaan: het Amerikaanse Eagle-Picher Industries.
De industriële onderneming heeft een omzet van ruim 2 miljard gulden, telt 6 600 werknemers en heeft 50 vestigingen in elf landen. Het is de spectaculairste aankoop uit de geschiedenis van Granaria.
Directeur Joel Wyler wil niet vertellen wat hij betaalde voor het concern, waarin ook ABN-Amro Investments en de huidige leiding van Eagle-Picher een belang nemen. Wyler en zijn broer Danny krijgen een functie in de top van het bedrijf, dat producten maakt voor de auto-, voedings-, defensie- en luchtvaartindustrie.
Granaria participeert in een reeks van bedrijven met uiteenlopende activiteiten. De wortels van het joodse familiebedrijf liggen in de Rotterdamse haven, waar de neven Louis en Johan Wijler in 1912 begonnen met een handel in grondstoffen. De naam Wijler werd later veranderd in Wyler op initiatief van Johan's zoon Martin, die geruime tijd in Amerika woonde. Granaria groeide uit tot een bloeiend bedrijf. Aan het succes kwam een einde in de Tweede Wereldoorlog, toen de Duitsers het bedrijf vanwege zijn joodse karakter confisqueerden. Eén van de twee oprichters overleefde de oorlog niet, de andere redde het leven door onder te duiken in de Alblasserwaard.
Na de oorlog zetten de overgebleven familieleden het bedrijf voort. Snel bloeide Granaria op. Dat was te danken aan de harde en degelijke leiding én aan de vernieuwingsdrift van de Wylers, die als eerste handelaars zelf hun klanten in het achterland opzochten in plaats van zaken te doen vanuit Rotterdam. Bovendien waren de Wylers altijd in voor projecten die niet direct in het verlengde lagen van de eigen activiteiten.
Begin jaren tachtig ging het mis. Granaria raakte in financiële problemen en moest de internationale handelsactiviteiten afstoten. Dat veroorzaakte tweespalt: de neven Sam en Martin, de vader van de huidige directeuren, kregen ruzie over de verdeling van de opbrengst van de verkoop. Jarenlange processen volgden; het kwam nooit meer goed tussen die twee.
In 1988 kwam Granaria opnieuw op negatieve wijze in het nieuws, toen het bedrijf besloot het vervoer van grondstoffen voor de mengvoederindustrie in eigen beheer te nemen. Granaria schafte 24 duwbakken aan om met gehuurde duwboten en bemanningen haar silo's in het oosten van het land te bevoorraden. Daarmee dacht het bedrijf 30 procent te kunnen besparen op de transportkosten. De toenmalige minister van verkeer en waterstaat, Smit-Kroes, verleende de omstreden vergunning ondanks felle protesten van binnenschippers, die een belangrijke klant van de schippersbeurs zagen vertrekken. Na een blokkade van de Merwede ging de minister alsnog overstag. Ze vroeg Joel Wyler of hij af wilde zien van zijn vergunning in ruil voor een schadevergoeding. Die had daar wel oren naar. Waar Smit-Kroes de schadesom aanvankelijk op een half miljoen had geraamd, sleepte de handelaar er 9,6 miljoen gulden uit. En dat was nog vele miljoenen te weinig, klaagde Wyler. Immers, een veelbelovende onderneming was in de kiem gesmoord.
Wyler had hard en slim onderhandeld, moest de minister nageven. Hoezeer ze hem had onderschat, bleek toen Granaria na het innen van de schadevergoeding de 'veelbelovende' handels- en distributiepoot afstootte, wegens gebrek aan perspectief. Blufpoker hoort bij het spel van onderhandelen, dat de Wylers tot in de vingertoppen beheersen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.