DEN HAAG (ANP) - De markt voor gesubsidieerde arbeid dreigt verzadigd te raken. Dat komt onder meer doordat drie van de vier bestaande regelingen op dezelfde sectoren en vergelijkbare functies zijn gericht. Dat stelt de Algemene Rekenkamer in haar verschenen rapport over gesubsidieerde arbeid.
Minister Melkert (PvdA) van sociale zaken en werkgelegenheid is het met deze opvatting van de Rekenkamer overigens niet eens. Volgens hem blijkt uit andere onderzoeken dat er tot 1998 nog een groei van het aantal zogenoemde additionele arbeidsplaatsen in de collectieve sector met 10 tot 30 procent mogelijk is.
Al eerder werd bekend dat de Rekenkamer na onderzoek in de vier grote steden “gematigd positief” is over de uitvoering van de banenplannen. In 1995 waren er 15 000 langdurig werklozen in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht mee aan het werk geholpen. Daarmee werd 85 procent van de toegewezen arbeidsplaatsen benut.
De Rekenkamer zag echter ook enkele belangrijke bezwaren. Zo blijkt een derde van de langdurig werklozen moeilijk plaatsbaar. Zij kampen onder meer met een te hoge leeftijd, psychische of medische klachten of onvoldoende scholing. Arbeidsbureaus en sociale diensten bleken te weinig te weten van de achtergronden van de kandidaten. Mede daardoor werd 35 tot 85 procent afgewezen voor de aangeboden baan.
Een ander probleem is de verdringing van bestaande werkgelegenheid. De vier regelingen kennen daarvoor uiteenlopende restricties. De Rekenkamer vindt dan ook dat eenduidiger moet worden getoetst of de gesubsidieerde arbeid regulier werk verdringt. Overigens meent Melkert dat er wel degelijk voldoende garanties zijn. Volgens de bewindsman is alleen bij de Melkert-2-regeling aan “een zekere mate van verdringing” niet te ontkomen.
De werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB Nederland zien in de verdringingseffecten van de Melkert-2-regeling aanleiding om hun kritiek op die vorm van gesubsidieerde arbeid weer eens ten tonele te voeren. Zij pleiten voor “een pas op de plaats met de Melkert-banen”. De werkgevers willen dat eerst wordt uitgezocht wat precies de ongewenste effecten zijn, alvorens het aantal Melkert-banen verder uit te breiden.
De vakcentrale FNV is wel bereid bepaalde vormen van verdringing te accepteren, zolang er geen mensen worden ontslagen om plaats te maken voor goedkopere arbeidskrachten.
Ondoorzichtig
De Rekenkamer heeft verder kritiek op de verscheidenheid in de financiering van de regelingen. Dat heeft geleid tot een “ondoorzichtige situatie”, met hoge administratieve lasten als gevolg. Ook de organisaties die de banenplannen uitvoeren zouden wel wat beter mogen samenwerken, zo concludeert de Rekenkamer.
Bij gesubsidieerde arbeid gaat het om vier verschillende regelingen: de Jeugdwerkgarantiewet, de banenpools en de Melkert-1- en Melkert-2-regeling. Ze hebben één overeenkomst. Alle vier zijn bedoeld om langdurig werkloze bijstandsgerechtigden (in 1995 350 000 in Nederland, 120 000 in de grote steden) aan het werk te helpen.
Het midden- en kleinbedrijf heeft becijferd dat volgend jaar ongeveer 90 miljoen gulden overblijft uit de Melkert-2-pot. MKB Nederland wil een deel van dat geld gebruiken om banenplannen voor kleine bedrijven een stimulans te geven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.