DEN HAAG - Hij spaart ze zelf ook - voor zijn vrouw - maar eigenlijk is Gerrit Jan Wolffensperger, fractievoorzitter van D66, zwaar tegen Air Miles. Is het niet van de gekke, zo vraagt hij zich af, dat heel Nederland volgend jaar genoeg spaarpunten heeft om gratis naar Londen of Parijs te vliegen, terwijl Schiphol helemaal geen ruimte meer heeft voor korte vluchten?
Drie jaar geleden zijn de Air Miles geintroduceerd. Meteen riepen milieuminister De Boer (PvdA) en de milieubeweging 'schande'. Maar Wolffensperger kan zich er nu weer druk over maken: “Per saldo komt dit neer op een schaamteloze groei van het vliegverkeer - of anders per auto richting Efteling - en het is de vraag of dat past in een streven naar duurzaamheid. Misschien is het beter om Rail Miles in het leven te roepen, of spaarpunten voor een fiets.”
Wolffensperger - alsnog - op één lijn met de milieubeweging? Hoe valt dat te rijmen met zijn recente aanval op de milieubeweging, dat die niet tegen alles alleen maar 'nee' moet roepen, maar zich constructiever moet opstellen?
“Nee, dat is helemaal niet met elkaar in tegenspraak”, zegt de D66-fractievoorzitter. “Het voorbeeld van de Air Miles illustreert juist dat ik niet tegen de milieubeweging ben. Helemaal niet.”
Maar het optreden van de milieubeweging bevalt hem lang niet altijd. “De natuur- en milieuorganisaties wekken soms de indruk conservatief te zijn”, zegt Wolffensperger voorzichtig, maar met een gezicht waarvan afstraalt dat hij het woord conservatief absoluut niet bedoelt als compliment. “Wij pleiten voor groei binnen randvoorwaarden, voor duurzame groei. Maar we moeten niet doorschieten, in die zin dat duurzaamheid alleen kan als er geen economische groei is. Precies op dat punt heb ik moeite met de milieubeweging. Die gaat mij soms te veel uit van de gedachte dat duurzaamheid hetzelfde zou zijn als krampachtig vasthouden aan wat je hebt, of zelfs teruggaan naar vroeger.”
Die opstelling koos de milieubeweging volgens de D66'er niet alleen rond de Betuwelijn - “het leek wel of die lijn een levensgevaarlijke bedreiging zou zijn voor het milieu” - maar ook recent in de discussie over de aanleg van een tweede Maasvlakte. “In de nut- en noodzaakdiscussie die daarover loopt, ging het de kant uit dat die vlakte nodig zou zijn. Toen was het: 'Wij doen niet meer mee. Wij worden gemanipuleerd'. Ook de milieubeweging moet leren dat je niet altijd kunt winnen.”
Wolffensperger vindt dat de discussie over milieu en leefomgeving voortaan anders moet worden gevoerd. Weg van de incidentenpolitiek, meer aandacht voor het 'bredere kader' waarin milieu en economie kunnen samengaan. Dat is geen vrijblijvende gedachte, maar de inzet van zijn partij bij de verkiezingen en de formatie van een nieuw kabinet.
“Het milieu vereist meer dan aanleg van een dassentunnel onder de A73 en ondertunneling van een deel van de hogesnelheidslijn. Het vereist een integraal beleid hoe Nederland er na 2000 uit moet zien. Dus, hoe belangrijk ook, we moeten weg van het incidentalisme.”
Dat is mooi gezegd, maar daar heeft de politiek toch ook schuld aan? De discussie over de Betuwelijn ging uiteindelijk alleen nog over wel of niet een tunnel onder het Pannerdensch Kanaal. “Dat is waar. Zonder enige twijfel heeft de politiek schuld. Daar zie ik ook de taak voor de politiek de komende jaren. Wij moeten definiëren hoe de samenleving er uit moet zien en welk deel van de economische groei we daarvoor gebruiken.”
“D66 gaat ervan uit dat economische groei en duurzaamheid niet per definitie strijdig zijn. Economische groei maakt ook technologische vernieuwing noodzakelijk en mogelijk, en het milieu profiteert daarvan. Een voorbeeld. De elektronische snelweg is van levensbelang voor de economie, maar kan er ook voor zorgen dat minder mensen de auto nemen. Geen vergadering in Utrecht, maar vergaderen vanaf thuis of de werkplek. Of het schoner maken van de auto bijvoorbeeld, door energiebesparende motoren of een katalysator, heeft net zoveel effect als het terugdringen van de auto. Wij zijn te veel gefixeerd op alleen maar het terugdringen van de auto. Het helpt net zo goed om te zorgen dat de auto's die er wel zijn, schoner worden.”
Het streven naar een verantwoord evenwicht tussen economie en ecologie is volgens de D66-leider niet alleen gebaat bij wetgeving in de zin van ge- en verboden. Een nieuw kabinet moet de milieu-effecten 'economisch incalculeren', waarmee hij doelt op rekeningrijden, uitbreiding van de energieheffing naar grootgebruikers als de industrie en de glastuinbouw, het samenstellen van een groen nationaal product.
Met dergelijke maatregelen kan Nederland internationaal zijn voordeel doen, denkt Wolffensperger. “Op de Landbouw-Rai is een apparaat gepresenteerd dat gif tot op de grasspriet nauwkeurig kan doseren. Daarmee moet Nederland de boer op. Dat is zowel voor onze economie als voor het milieu in het buitenland goed. We moeten ons realiseren dat wij een voorbeeldfunctie hebben. Met onze discussie over luchtvaart bijvoorbeeld lopen wij vooruit op ontwikkelingen die elders in Europa ook gaan plaatsvinden. Er zijn wel eens mensen, ondernemers met name, die onze nadruk op het milieu als een soort nationale folklore afdoen. Dat is het niet.”
Is milieu dan weer een item? “Voor ons blijft milieu een item. Het hoort per saldo bij onze partij. Maar ook wij zijn in de partij aan het nadenken hoe je de omslag in het denken kunt bewerkstelligen. Als het aan ons ligt, gaat het in de campagne straks om de vraag hoe wij Nederland in de volgende eeuw gaan inrichten. Juist in deze periode van economische bloei is dat nodig.”
Dat alleen in tijden van economische vooruitgang echte milieuwinst kan worden geboekt, is een waarheid als een koe. Gaat het slecht, dan zijn politici toch meer geneigd naar de koopkracht te kijken. Maar ook nu, met een miljardenmeevaller, liggen de claims al weer op tafel. Het milieu is er nog niet bij. Wolffensperger: “Je verwacht toch ook niet dat ik nu zeg: ik wil honderd miljoen? Het hoeft ook niet altijd geld te kosten. Daar gaat het ook niet om.”
Wolffensperger ziet niet alleen een taak voor zijn partij tijdens de verkiezingscampagne, maar ook in de formatie van een nieuw kabinet. “Bij de vorige formatie waren wij de partij die alle grote milieudingen heeft ingebracht. Ik denk aan de Betuwelijn en de milieu-investeringen uit het Fonds Economische Structuurversterking. Ik denk dat we diezelfde strijd bij de volgende formatie weer aan moeten.”
Is er met het CDA niet beter zaken te doen dan met de VVD, als het om milieu gaat? “Als ik kijk naar de punten die D66 belangrijk vindt, is dit de beste coalitie. Het zal niet makkelijk worden. De PvdA nog een milieupartij? Laat ik dit zeggen: de PvdA is zeker geen milieupartij. Prioriteiten worden anders gewogen. Ik denk dat de PvdA bij de volgende formatie misschien meer nadruk zal leggen op banengroei.”
Met al die heffingen die D66 in het volgende regeerakkoord wil vastleggen, zal het met de VVD lastig zaken doen zijn. “Zeker. Dat is geen gemakkelijke taak, die wij daar hebben. In het huidige akkoord staat de invoering van een energieheffing. De VVD noemde dat hier in de Kamer 'een onding'. Buitengewoon kortzichtig. Dat wordt moeilijk, maar ik hoop en verwacht veel van het werk dat het huidige kabinet aan het doen is. Dat legt nu in nota's opties neer, waaruit we kunnen kiezen. In die zin zou er misschien meer overeenstemming over milieu kunnen zijn dan we nu denken.”
Is dat niet erg optimistisch gedacht? “Sterker nog, ik denk dat we bij de formatie al ver zullen zijn in het bredere denken over milieu en economie. Dat we dan geld gaan uittrekken voor de investeringen in onderwijs, gezondheid, sociale zekerheid. Kortom: investeren in de mensen die in de samenleving van de volgende eeuw leven.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.