*

 
dossier

Archief

Docters

Door: redactie − 20/02/98, 00:00

Het Kamerdebat over het ontslag van Docters van Leeuwen heeft niemand wijzer gemaakt over de ware toedracht van het conflict tussen hem en minister Sorgdrager.

Dat is onbevredigend. Juist in zo'n majeure kwestie - een crisis op het hoogste niveau van onze rechtsstaat - behoort er over de posities helderheid te bestaan. Pas dan is een afgewogen oordeel mogelijk. De Kamer kon nu weinig anders doen dan zich neerleggen bij het ontslag van de procureur-generaal, want dat is na de vertrouwensbreuk onvermijdelijk geworden.

Daarmee is allerminst gezegd dat de minister haar positie heeft versterkt. Integendeel. Na haar lezing van de gang van zaken bleven er tal van ongerijmdheden en vragen over, vooral waar het de kern van de zaak aanging, de vermeende opstand van de procureurs-generaal naar aanleiding van de affaire-Steenhuis tegen het politieke gezag.

Na haar verdediging, zowel in het Kamerdebat als in de correspondentie met Docters, overheerst de indruk dat op de cruciale momenten de wijsheid pas achteraf tot de minister is gekomen. Of er nu sprake was van muiterij of van, zoals Sorgdrager (pas) gisteren verklaarde, chantage en dreigementen, ze had er beter voor gestaan als ze dat oordeel terstond aan de magistraten had overgebracht en de situatie op scherp had gezet. Dat deed ze pas na de bewuste avond.

Omgekeerd heeft Docters van Leeuwen niet de indruk kunnen wegnemen dat hij de bijbaan van Steenhuis bij het bureau Bakkenist van begin af te luchthartig beoordeelde en onvoldoende onderkende dat daarmee het gezag van het openbaar ministerie werd aangetast. Hij begon zich daarover kennelijk pas zorgen te maken, toen Steenhuis in nauw kwam. Sorgdrager heeft gelijk dat op dit wezenlijk punt meer van de primus inter pares onder de pg's mocht worden verwacht.

mailIcon print |