*

 
dossier

Archief

Eltingh hoort niet thuis op plaats 305

Door: redactie − 13/01/97, 00:00

MELBOURNE (ANP) - Driehonderd en vijf. Er klinkt in Melbourne een zeker ongeloof uit de stem van Jacco Eltingh. En een mengeling van frustratie en berusting. “Driehonderd en vijf.”

De 26-jarige prof uit Heerde spreekt zijn ranking zachtjes en langzaam uit, laat het goed tot zich doordringen. “Dat doet pijn. Er zijn dagen dat ik het er erg moeilijk mee heb. Uit machteloosheid. Driehonderd en vijf. Mijn hemel, dat is toch geen ranking voor Jacco Eltingh.” De wereldranglijst is onverbiddelijk. En eigenlijk had Eltingh nog geluk. Als hij in het najaar in Toulouse niet in de eerste ronde van Haarhuis had gewonnen, had hij helemaal geen ranking meer gehad. “Ja, zoiets van tussen de zeven en acht honderd. Dan moet je kwalificaties spelen voor satellites, de kelder in het profcircuit.”

Een dikke twintig maanden geleden behoorde Eltingh tot de toptwintig van de wereld. Zijn beste klassering op de wereldranglijst, de bijbel in het tennis, was 19de in de week van 6 februari 1995. Hij kwam daar met aanvallend agressief spel. Na elke opslag vloog hij naar het net, op elke tweede opslag van de tegenstander ook. Die instelling betekende een aanslag op zijn knieën. Eltingh kreeg last van de in de tenniswereld gevreesde tendinitis in beide gewrichten, peesontstekingen. Krajicek bleef er in 1994 vijf maanden door langs de kant, Eltingh deed hetzelfde in 1996. Vijf maanden verbleef hij op Papendal voor de revalidatie.

Hij voelde zich er regelmatig eenzaam, overwoog soms, op de moeilijkste dagen, te stoppen maar overwon telkens die aandrang. Omdat hij nog zoveel van het spel hield. Voor het geld hoefde hij het niet te doen. Hij was met ruim 3,5 miljoen dollar aan prijzengeld al lang en breed miljonair. Maar de liefde voor het tennis hield hem op de wankele benen. Op Papendal leerde hij wel concessies te doen aan zijn speelwijze. Hij gaat niet meer na elke bal naar het net. Hij blijft regelmatig hangen op de baseline. “Een vijfsetter van vijf uur kan ik niet meer aan”, bekent hij. “Ik speel 'm wel uit, maar het herstel duurt daarna te lang. Afgezien nog van de schade aan mijn knieën na zo'n marathon.”

Van ras-aanvaller ontwikkelt Eltingh zich tot allrounder. Een proces dat niet alleen tijdrovend is maar mentaal veel aanpassing vergt. “Vroeger speelde ik op instinct, tegenwoordig met het hoofd. Ik mag niet langer toegeven aan mijn sturm und drang. Ik moet een wedstrijd fysiek anders benaderen. Ik ben niet langer onkwetsbaar en dus moet ik mijn spel een nieuwe invulling geven.” Die overgang kostte hem handenvol ATP-punten. Zoveel dat aan zijn glijvlucht pas op 305 een einde kwam. Vorig jaar verdiende hij iets door het dubbel met Haarhuis, in het enkel moest hij geld meebrengen. “Geld is geen drijfveer, maar de zaak moet wel draaien”, vindt hij. Eltingh houdt zijn eigen boekhouding bij. Momenteel is hij bezig met de fiscale afwikkelingen voor de terugkeer van Monaco naar Nederland. Op 11 juli gaat hij trouwen met Hellas ter Riet. Het paar wil zich op de Veluwe vestigen. “Na de Australian Open laat ik mij uitschrijven in Monaco. Ik mis mijn eigen omgeving, ik wil weer in Nederland wonen.”

Privé ziet de toekomst er veelbelovend uit. Maar beroepsmatig heeft hij grote achterstand opgelopen. In Melbourne kan hij iets goed maken. Via de kwalificaties drong hij door tot het hoofdtoernooi. Op zijn zevende Australian Open werd hij gekoppeld aan Malivai Washington, de Wimbledon-verliezer. “Een pittige tegenstander”, mompelt hij. “Extreem zwaar omdat hij fysiek zo sterk is.” Eltingh staat 305, Washington 29. Een verschil van 276 plaatsen. “Hemelsbreed op het eerste oog”, zegt Eltingh. “Washington is niet gek. Die weet ook wel dat ik niet in de driehonderd thuishoor.”

mailIcon print |