AMSTERDAM - De Nederlandse vreemdelingenrechters voeren een apartheidsbeleid ten aanzien van asielzoekers. Onder druk van Justitie stellen zij zich niet meer onafhankelijk op. Bewegen zij zich verder op dat 'hellend vlak', dan moet hun partijdigheid worden aangeklaagd bij de Europese commissie voor de rechten van de mens in Straatsburg.
Dat stelt mr. H. J. Simon, docent staats- en bestuursrecht aan de rijksuniversiteit Limburg, belast met het onderwijs in vreemdelingenrecht. Simon plaatste onlangs in het Nederlandse Juristenblad een aanval op de Rechtseenheidskamer Vreemdelingenzaken (Rek) in Den Haag. De Rek is in Nederland de 'hoogste' rechter in vreemdelingenzaken.
Het artikel leidde tot enige opwinding onder de advocaten van afgewezen asielzoekers uit ex-gedooglanden als Iran, Somalië, Sri Lanka, Soedan en Angola. De juristen wapperden ermee voor de verschillende rechtbanken, die daarop besloten tot aanhouding van een aantal zaken.
De rechters wachten nu op een uitspraak, die de Rek binnenkort zal doen in de bodemprocedure van een Tamil. Een belangwekkende uitspraak, omdat de Haagse vreemdelingenrechter zich ook moet uitspreken over het algemene gedoogdenbeleid van staatssecretaris Schmitz.
De Zwolse rechter, die de zaak doorverwees naar Den Haag, vroeg zich af of Justitie het 'gelijkheidsbeginsel' wel had toegepast. En dat is precies de kern van het bezwaar van Simon. Uit zijn artikel blijkt dat de wijze waarop Schmitz stelselmatig bezig is het gedoogdenbeleid voor allerlei groepen asielzoekers af te schaffen, bestuursrechtelijk helemaal niet kan.
“Dat is nog tot daaraan toe”, voegt Simon er mondeling aan toe, “maar dat de Rechtseenheidskamer deze schending van het recht voor vreemdelingen laat passeren, is onaanvaardbaar.” Hij doelt op een uitspraak van de Rek op 2 november. Die besliste toen dat twee afgewezen Iraanse asielzoekers mogen worden teruggestuurd naar Iran.
Want niet voor alle gevluchte Iraniërs is Iran een 'onveilig' land, stelde Rek-voorzitter mr. T. Claessens vast. Onder die groep vallen bijvoorbeeld Iraanse vrouwen die weigeren zich te houden aan de strenge islamitische voorschriften in Iran, linkse intellectuelen en homoseksuelen. Een gevolg van deze Rek-uitspraak is dat nu een vrouw dreigt te worden uitgezet, die uit Iran vluchtte om uithuwelijking van haar dochtertjes te voorkomen.
Simon laakt vooral de wijze waarop de Rechtseenheidskamer het gedoogdenbeleid van Schmitz toetst. Dat beleid klopt bestuursrechtelijk niet en toch tikt de Rek de staatssecretaris niet op de vingers. Simon: “De Rek voelt zich onder druk gezet door Justitie, maar de rechter màg zich niet onder druk laten zetten. Die moet onafhankelijk blijven. In een rechtsstaat past hier slechts één antwoord. Het kan en mag niet zo zijn, dat in Nederland voor vreemdelingen een 'apart' soort bestuursrecht wordt ontwikkeld.”
Simon verwijst naar een uitspraak van Rek-voorzitter Claessens. Die verklaarde vorig jaar in het blad Migrantenrecht: 'Veel vreemdelingenrechters hebben (. . .) het gevoel dat zij (. . .) veel soepeler met de eisen van de Algemene wet bestuursrecht (moeten) omgaan dan zijzelf of collega's op andere rechtsgebieden doen'.
- Pagina 9: Situatie Iran is veranderd, maar niet ten goede
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.