HELSINKI - Vaak stond er een gure, straffe wind, meer dan eens geselden sneeuwstormen de schaatsers en op de laatste toernooidag was het weer zo mild dat het ijs in borstplaat veranderde, maar die wonderlijke meteorologische mix belette de acteurs op klapschaatsen niet om zelfs op een sfeervolle buitenbaan in een bosrijke buitenwijk van Helsinki heel wat records uit de boeken te rijden. Zo gingen op twee na alle baanrecords er aan. En zo rees Rintje Ritsma op als een van de grootste slokops in 108 jaar EK schaatsen.
Geen Nederlandse mannenschaatser voor hem won op een Europees allroundkampioenschap vier titels. Ard Schenk moest het in zijn glorietijd met drie doen. Internationaal vindt de Fries slechts de Fin Clas Thunberg en de Noor Ivar Ballangrud aan zijn zijde. Omdat Ritsma van plan is zeker nog een jaar door te gaan met topsport, kan hij zich kort voor het volgende millennium in Heerenveen nog tot recordhouder kronen. De status van meest succesvolle schaatser zit er overigens niet in. Ritsma heeft 'slechts' twee mondiale allroundtitels op zak en zal Oscar Mathisen (vijf), Thunberg (eveneens vijf) en Ballangrud (vier) niet meer kunnen overtreffen.
Plichtmatig
Een reden tot een bruisend feestje was zijn vierde lauwerkrans van Europese makelij overigens niet. Plichtmatig stak hij gistermiddag na de gereserveerd gereden tien kilometer de handen in de lucht. “Ik koester gemengde gevoelens over deze titel. Het is moeilijk je naar buiten te uiten wanneer je tegenstand mist (lees Ids Postma - red.) en drie dagen lang vooruit hebt zitten denken aan de Olympische Spelen. Zo heb ik ook geschaatst: door op deze manier Europees kampioen te worden, heb ik absoluut geen schade opgelopen in mijn voorbereiding op Nagano.”
Veel treffender kon de oppermachtige Lemster het flut-toernooi niet typeren. Het had veel weg van de beroemde pyjama-wedstrijden die vroeger aan het eind van het lange seizoen in Inzell werden gehouden. In die zin, dat het de laatste keer was dat de toppers zich voor de Winterspelen nog even konden ontspannen. Nog één pilsje en dan anderhalve maand strikte geheelonthouding. Rijders voor wie de EK geen doel op zichzelf waren, maalden ook niet om de grillige klimatologische omstandigheden, die heel gemakkelijk onacceptabele rechtsongelijkheid in de hand hadden kunnen werken. Door de hallencultuur en het feit dat schaatsers zich slechts in 'paradijselijke' sferen, in casu Midden-Europa, op buitenbanen wagen, zijn ze ook amper nog gewapend tegen de ontberingen zoals in Finland.
Zwaar balen deed iemand als Falko Zandstra, voor wie de EK wel een serieus toernooi was. Hij trof het niet in de loterij die 1500 meter heette en kon met zijn ondermaatse score van 1.57,38 (maar net onder het wereldrecord bij de vrouwen, om wat te noemen) de 'zekere' en gehoopte podiumplaats vergeten. “Ik hoor bij de beste drie te staan. Ik word spuugzat van die smerige wind”, klonk het zaterdag uit zijn mond. De stoempers waren die dag in het voordeel, de rijders met een relatief lage basissnelheid konden ineens de verschillen miniseren op een nummer (de metrische mijl) dat indoor allang geen middenafstand meer is, maar een verlengde sprint. “Zij die op de vijf kilometer goed waren, zaten op de 1500 meter ook vooraan”, had Ritsma algauw gezien. “Bart Veldkamp zou willen dat de verschillen in een hal net zo klein zijn.”
Hoezeer de schaatswetten bij activiteiten onderdak zijn herschreven, geeft Ritsma nog eens aan wanneer hij het dilemma schetst waarvoor hij zich de volgende maand in Nagano geplaatst ziet. Startend op drie afstanden wil hij in ieder geval één gouden medaille halen. Hij heeft zijn keus ook gemaakt: de 1500 meter. “Dat vind ik de mooiste afstand om te rijden. Ja, ik maak onderscheid tussen olympische titels. Ik win liever de 1500 meter dan de tien kilometer.”
Voor die laatste afstand zou hij ook meer duurvermogen moeten ontwikkelen. Bang als hij is dat dat ten koste gaat van de explosieve snelheid op de mijl, zal de 'tien' in zijn hoofd een bijnummer blijven, “waarop ik alleen op een hele goede dag een kans heb”. Daarom was Ritsma dolblij dat hij in Helsinki op de 10 000 meter ongeveer een minuut speling had en er zijn schema van hoge 34'ers op aan kon passen.
Het was voor Ritsma een leuk weekeinde. Goed, het schaatsen stelde weinig voor, competitie bestond er slechts op een lager niveau, maar voor de sociale contacten in schaatsland was het een nuttig evenement. Wat is er in zo'n ambiance nu leuker dan een jonge, debuterende collega met open oren en mond naar jouw lessen in levenswijsheid te zien luisteren? Jelmer Beulenkamp, die los van zijn onevenwichtige 5000 meter op vrijdagavond een keurig EK reed, hing aan zijn lippen. “Voor mij is alles nieuw. Ik kom net kijken. Ik had bijvoorbeeld nooit eerder een tien kilometer buiten geschaatst. Ik heb aan het eind van elke wedstrijddag alles geanalyseerd. De voorbereiding, het inrijden, de opbouw, de race zelf, het uitlopen, alles. Daarnaast heb ik mijn ogen goed de kost gegeven en gekeken hoe de toppers met zo'n toernooi omgaan. Ik heb geleerd dat de sfeer in de ploeg heel ontspannen is. Er wordt lol gemaakt, maar één uur voor de wedstrijd gaat de knop om. Ik wilde vooral alles van Rintje weten. Ik heb met zijn dokter gepraat. Hij doet een hele andere krachttraining dan ik; veel meer gericht op uithoudingsvermogen. Dat moet ik ook doen. Rintje heeft alle eigenschappen in zich die een topsporter hoort te bezitten: hij is verstandig, nuchter en ervaren.”
“Jelmer is een jongen naar mijn hart”, zegt Ritsma. “Hij is heel serieus met zijn sport bezig, hij kan met druk omgaan. Zelf leer ik ook nog elke dag. Ik kan mijn lichaam beter sturen. Als ik vroeger een zware training moest doen, terwijl mijn lichaam er niet klaar voor was, deed ik hem toch. Nu schuif ik mijn programma gewoon een beetje op.” In zijn urenlange gesprek met Ritsma ontdekte Beulenkamp dat in een privéploeg optimale persoonlijke begeleiding gegarandeerd is. “Maar dat betekent niet dat ik volgend jaar graag in zijn ploeg wil. Alle ogen zijn gericht op Rintje. Hij kan nooit een keer zeggen: 'Let maar eens een dag niet op mij'. Dan voel je je net een goudvis in een aquarium van wie iedereen kan zien hoe je rondzwemt.”
Beulenkamp weet dat zijn tijd nog komt. Hij verkiest de weg van de geleidelijkheid. “Tien jaar geleden was ik nog jeugdschaatser, nu rijd ik het EK. Van de ene op de andere dag ben ik volwassen geworden. Ik heb in mijn carrière al een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt.” Beulenkamp werd over all zesde, achter Ritsma, Sighel, Sajoetin, Veldkamp en Zandstra. Veldkamp kwam een fractie tekort om Sajoetin van het podium te stoten. De Hagenaar, vrijwel zeker de enige Belgische deelnemer in Nagano (zijn manager, de Westlander Conrad Alleblas, is vlaggendrager namens de zuiderburen), won knap de tien kilometer, maar had er een betere tijd uitgeperst dan 14.30,79, wanneer hij over meer wedstrijdritme had beschikt. “Ik kon mijn vermogen niet kwijt. Ik heb 25 ronden geschaatst als in een training. Halverwege wilde ik versnellen, maar kon dat niet.” Het was Veldkamps eerste 10 000 meter dit seizoen. Zondag rijdt hij er in Innsbruck nog één. In het Japanse Okaya rondt hij de voorbereiding op de Winterspelen af. De olympisch kampioen van 1992 ziet zich in staat in de M-Wave een laatste kunstje uit te halen. “De concurrentie bepaalt niet hoe goed je schaatst. Het eigen gevoel is het belangrijkste. Op de vijf kilometer is dat heel goed, op de tien redelijk.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.