*

 
dossier

Archief

SCHELTEMA

RUUD VERDONCK − 09/09/95, 00:00

De laatste tijd zoveel blote billen op de televisie gezien, dat ik woensdagavond als mens eerst even moest vechten tegen de gedachte dat een vergelijkend warenonderzoek gevraagd was, alvorens als journalist van schaamte weg te kruipen achter de bank.

Het Jeugdjournaal vertoonde de blote billen van de inmiddels door de politie opgepakte schrijfster Lydia Rood, tevens journalistiek medewerkster van de Volkskrant en de Avro. Zij volgde voor haar broodheren een onderdeel van de protesten tegen de Franse kernproeven.

Van puur elan liet zij, tijdens een persconferentie in Papeete op Tahiti na de eerste proef, haar slipachtig niemendalletje zakken, roepend: 'Ik schijt op Chirac. Het is een schande, de wereld wordt vernietigd en er is geen toekomst meer voor mijn dochter en kleinkinderen'.

Op de tv ontging deze clou van de vertoning me, omdat de cameraman slechts oog had voor haar achterwerk. Via persbureaus werd alles, inclusief een foto, nader geduid. Toen bleek ook dat Rood in haar protest werd bijgevallen door een mannelijke collega, voor wiens achterwerk echter geen internationale belangstelling bestond, of die in de verwarring teloor ging, want verwarrend was het zeker.

Op de foto is te zien dat een radioverslaggever zijn microfoon bij de billen in kwestie houdt in plaats van bij haar mond. En op de achtergrond is een officieel ogend figuur te zien, die z'n handen voor z'n oren houdt in plaats van voor zijn ogen. De hoofdredactie van de Volkskrant 'spreekt haar verbazing uit over de gang van zaken op de persconferentie en zegt de arrestatie van haar medewerkster te betreuren', aldus de krant donderdag.

Dat valt niet echt de krijgshaftige taal van een hoofdredacteur te noemen, die tot aan zijn graf zal strijden voor de persvrijheid en de persoonlijke vrijheid van zijn ondergeschikten. Maar wel logisch, want het is tamelijk blamerend voor een serieuze krant om vanwege zo'n demonstratie all over the world in het nieuws te geraken. Goede journalisten, zie hierboven, behoren een zekere distantie tot hun onderwerp in acht te nemen. Zij doen verslag, zijn intermediair. Hoe zij ook gegrepen worden door een rel, ze moeten blijven kijken wat er gebeurt en daar verslag van doen, en natuurlijk niet zelf de straatstenen oppakken als het verloop van de strijd ze niet bevalt. Ze verkeren toch al in een voordelige positie, want ze kunnen behalve hun feitelijk relaas ook hun mening doorgaans kwijt in het orgaan dat hen op pad gezonden heeft. Als ze maar niet in druk gaan zitten kijven als op de markt.

Zo ook Lydia Rood, die maandagmorgen nog op de voorpagina van de Volkskrant verslag deed vanuit Papeete. In dat stuk wordt volstrekt helder wat de verslaggeefster vindt en wil vertellen van de protesten tegen de Franse proeven, zonder dat ze de feiten hoefde te negeren of ze met behulp van faecaliën te duiden. 'De verontwaardiging is groot, want (...) de duikers en opvarenden van de rubberboten zijn ruw behandeld. Ze bleven zelfs in het vliegtuig geboeid en het is moeilijk een parachute omdoen met je handen op je rug.'Maar haar blik op haar eigen rol van waarneemster was toen ook nog niet helemaal vertroebeld, getuige haar observatie over de bewoners van Tahiti: 'De westerlingen zijn vergeleken daarbij weinig subtiel'.

mailIcon print |