*

 
dossier

Archief

Wat beweegt die ouders om een pedofiel aan te klagen?

Door: redactie − 23/01/98, 00:00

Ruim een half jaar geleden werd het seksueel misbruik van onze zoon door de pastor Ad B. uit het Grote Bos bekend. Daarna volgde de aangifte door onze zoon, de rechtszitting waarbij je in rauwe details hoort wat je zoon heeft meegemaakt, de veroordeling, het wachten of er hoger beroep zou worden ingesteld door de officier dan wel Ad B. Ondertussen werd je elke dag geconfronteerd met wat het misbruik heeft aangericht bij je zoon. Je denkt dat het in 1998 rustiger wordt en dat je kunt starten met een opbouw. Dan, op zaterdag 10 januari 1998, valt Trouw in de bus.

Je leest dat een dominee uit je eigen kerk in de rechtszaak van Ad B. aanleiding heeft gevonden om te betogen dat pedofilie zegenrijke gevolgen heeft. Als derde partij bij een proces worden dan ouders en partners genoemd als aanklagers die met de vinger wijzen. De vraag wordt dan gesteld: 'Wat beweegt hen?'

We hebben die zaterdagmiddag meteen gebeld naar dominee Van Drimmelen om een gesprek. Hierbij stond ons vooral voor ogen de relatie die getrokken werd met de zaak-Ad B. Van Drimmelen zei dat Trouw de relatie met de zaak-Ad B. gelegd had op de voorpagina en niet hij in zijn Podium-artikel.

De naam Ad B. hoorde hij van ons voor het eerst. Hierdoor verrast zeiden we aanvankelijk dat het gesprek maar even moest blijven rusten.

Na herlezing van het stuk bleven we er wel degelijk een verwijzing inzien naar de zaak Ad B. en bovendien wilden we praten over de zegenrijke ervaringen en de rol van de ouders.

Op onze herhaalde verzoeken heeft Van Drimmelen niet meer gereageerd.

Toch willen wij graag een antwoord geven op de vraag: 'Wat beweegt die ouders?' Hiervoor gaan we terug naar de basis, de doopbelofte:

'Belooft gij dit kind waarvan gij de ouders zijt naar uw vermogen te onderwijzen en te doen onderwijzen in de waarheid Gods en het een voorbeeld van een christelijke levenswandel te geven?'

Als ouders hebben we aan het doopvont ons 'jawoord' gegeven als belijdende leden van de Gereformeerde Kerken in Nederland. Op basis van de doopbelofte hebwij ons best gedaan onze zoon een opvoeding te geven. Dit hebben we vertaald in een geloofsopvoeding, het bijbrengen dat liegen niet mag, een open relatie naar ons als ouders en het leren dat je bij geldelijke zaken de tering naar de nering moet zetten. Verder hebben wij geprobeerd hem een goede seksuele opvoeding te geven. Je bent je ervan bewust dat ook anderen jouw kind beïnvloeden. Daarom kies je met zorg een school, een eventuele club, je let op welke kranten in huis komen en met welke vrienden hij omgaat. Ook hebben we toegewerkt naar een in de loop der jaren zelfstandig worden, waarij hoort het maken van eigen keuzes op basis van argumenten.

Wat is daar van terechtgekomen?

Onze zoon gelooft niet meer in God. Hij liegt vaak en goed. Hij keert zich van ons af. Hij kan niet rondkomen. Hij kan slecht voor zichzelf opkomen en hij laat steeds anderen keuzes voor hem maken.

Hoe kwam dat?

Op de camping Het Grote Bos, waar wij een zomerhuisje hebben, vroeg de pastor Ad B. of wij het goedvonden dat onze kinderen hun medewerking verleenden aan een kerkdienst. Blij en trots stemden wij toe. Hieruit ontstond een vriendschap met ons hele gezin. Naar wij nu weten, overtuigde hij onze oudste zoon binnen enkele weken ervan dat bij vriendschap altijd seks hoort, terwijl daar dan niet met anderen over gepraat wordt. Onze zoon voelde zich vies, probeerde zich eraan te onttrekken, kon er niet met ons, ouders, over praten, lag vaak te huilen in bed en voelde zich, zoals hij later zei, als een vis in een fuik. Bidden hielp niet, de 'dominee', zoals hij hem zag, kreeg hem steeds weer uit de kleren en terwijl deze pastor zijn gang ging, probeerde de jongen aan iets anders te denken. Zo raakte hij ervan overtuigd dat God niet bestond. De pastor liet hem geloven, dat wij er erg, veel verdriet van zouden hebben wanneer wij hun verhouding te weten kwamen. Omdat onze zoon van ons hield, loog hij dus tegen ons. Hij had hiervoor wel steeds de adviezen van de pastor nodig, hoe zich uit penibele situaties te redden. Tenslotte - de relatie heeft vijf jaar geduurd - vroeg hij advies bij alle zaken waar hij mee te maken kreeg en zo leerde hij af om zelf beslissingen te nemen. Uiteindelijk had de pastor hem zo ver dat hij zijn afspraken met ons niet nakwam, omdat hij dan op dat tijdstip een later gemaakte afspraak met Ad B. moest nakomen. Wij namen dat onze zoon natuurlijk kwalijk. Vanaf die tijd merkten wij hoe hij zich van ons verwijderde. Als wij zeiden dat er voor bepaalde uitgaven gespaard moest worden, gaf - naar ons nu bleek - de pastor hem geld. Met als gevolg dat onze zoon nu zegt: 'Ouders die van hun kinderen houden, die geven ze geld'. Relaties naar anderen denkt hij op te kunnen bouwen door ze dure cadeaus te geven. Hij is verbaasd dat dat niet werkt. Hij kwam met merkwaardige opvattingen op seksueel gebied. Voordat het misbruik bekend werd, is een studiejaar mislukt. Hij vertelde ons dat hij wat hij leren moest, niet in zijn hoofd kon krijgen. Wij dachten dat hij lui was. Hij moest steeds naar de camping, hoe wij ook aandrongen om dat niet te doen.

Hij is het afgelopen jaar met een nieuwe studie begonnen. De eerste tentamenreeks viel samen met het proces. Resultaat: uitsluitend onvoldoendes. De tweede tentamenreeks begon de maandag na het artikel van Van Drimmelen. Het resultaat laat zich raden. Kunt u zich voorstellen dat wij wel erg benieuwd waren naar de zegenrijke ervaringen waar Van Drimmelen over schreef?

Wij hadden al vragen, sinds het verschijnen van het artikel van Van Drimmelen zijn er nog bijgekomen. Had je als ouders dit misbruik kunnen zien? Onze zoon neemt het ons kwalijk dat wij hem bij de opvoeding hiervoor niet gewaarschuwd hebben. Wij hebben hem wel gewaarschuwd voor kinderlokkers, mannen die snoepjes aanbieden e.d. Inderdaad hebben wij hem nooit gewaarschuwd voor een predikant die op het moment dat hij in tranen zijn schoolproblemen vertelde, hem zei dat het optimum van vertrouwen is dat vrienden voor elkaar de broek laten zakken. We blijven zitten met de vraag of we niet te naïef geweest zijn door onze zoon naar Ad B. te laten gaan toen hij zei dat hij daar zo goed mee kon praten, terwijl nu blijkt dat hij hem pornobladen liet lezen en -films draaide, terwijl ze masturbeerden. Waren wij niet goed wijs toen we 'ja' zeiden toen Ad B. vroeg of onze kinderen ook mee mochten doen met door hem geschreven Kerst-musicals? Waar was ons verstand toen we onze kinderen niet verboden het door Ad B. onder auspiciën van de kerkelijke gemeenschap op Het Grote Bos gehouden leerhuis te bezoeken?

Waarom hebben wij als Ad B. in ons zomerhuisje een avond kwam scrabbelen en een glas wijn drinken, er nooit moeite mee gehad, dat onze zoon hem naar huis begeleidde omdat Ad B zei dat hij zo slecht in het donker kon zien? Achteraf hoorden we van onze zoon dat de pastor niet kwam voor ons maar om hem te halen. Waarom hebben de vele mensen op de camping die door Ad B. in vertrouwen genomen waren over zijn pedofiele geaardheid, ons daarover niet ingelicht? Wij hadden dit graag ook willen weten. Zij zagen toch hoeveel jongeren steeds het zomerhuisje van Ad B. bezochten. Waarom is het bij oud-directeur Kuijlenburg niet opgekomen toen hij op de hoogte was van het misbruik (Trouw 16 januari) zijn opvolger in te seinen? Dat het een 'gewone gast' is, die misbruik pleegt, kan toch geen reden zijn, zeker niet toen deze recreatieleider werd. Waarom heeft dezelfde dominee Kuijlenburg vorig jaar, toen hij in het Utrechtse huis van Ad B. woonde, zijn mond niet open gedaan toen hij bij bezoek aan Het Grote Bos kon zien hoeveel jongeren er bij Ad B. over de vloer kwamen? Waarom wordt Ad B onder het soort daders geschaard dat zelf niet in de gaten heeft dat er grenzen overschreden worden (Trouw 17 januari)? Wij hoorden na het bekend worden van het misbruik dat Ad B. op de 16de verjaardag van onze zoon jubelde: 'nu mag het'. Waarom legt emeritus hoogleraar ethiek Manenschijn (radio 10 januari, Trouw 12 januari) de grens van het misbruik op 12 à 14 jaar? Onze zoon was 14 jaar toen het misbruik begon. Waarom meent dominee Visser van de Pauluskerk te Rotterdam bij Barend en Witteman (TV, vrijdag 16 januari) dat pedofielen ons zoveel goeds te brengen hebben? Waarom mag ir. J. van der Graaf niet schrijven dat een pedofiele predikant niet kan, zonder dat hem kerkpolitieke motieven toegedicht worden? Hoe komt dominee Vissinga er bij om tegenover Trouw (16 januari) te schermen met 'Als dit bekend wordt, is dit heel schadelijk voor de kerken.'?

Niet bekend

mailIcon print |