Veel kinderen worden op school gepest zonder dat iemand het merkt. Want pesten is “een onzichtbaar, uitstekend bewaard geheim”, aldus pestdeskundige Bob van der Meer. Leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs en hun ouders kunnen voortaan het pestgehalte zelf meten met een speciale pesttest.
De test bestaat uit een vragenlijst en een computerprogramma. De leerlingen stellen elkaar vragen, waarna de computer op basis van de antwoorden het pestgehalte bepaalt. De computer vergelijkt automatisch de resultaten met het landelijk gemiddelde. De resultaten kunnen aanleiding zijn voor de school om maatregelen te nemen. De pesttest is ontworpen door onderwijspsycholoog Van der Meer - verbonden aan het Algemeen pedagogisch studiecentrum - en onderzoeker T. Mooij van de Katholieke Universiteit Nijmegen, op verzoek van een aantal ouderorganisaties.
Bijna een kwart van de kinderen in het basisonderwijs wordt met een zekere regelmaat gepest. Dat kan zijn door fysiek, psychisch of seksueel geweld. In tachtig procent van de gevallen grijpt de leerkracht niet in. Tweederde van de leerlingen durft er thuis niet over te praten.
Volgens pestdeskundige Van der Meer houden kinderen altijd wat over aan het gepest, soms zelfs als ze eenmaal volwassen zijn. Ze kunnen niet meer slapen, hebben buikpijn en klagen over hoofdpijn. Hun prestaties op school, of later in een baan, blijven achter. De pesters zelf lopen een vier maal zo grote kans om in crimineel gedrag te vervallen.
Vier jaar geleden hebben vier ouderorganisaties een vijfstappenplan opgesteld (het Pestprotocol) om een eind te maken aan pesten. Op veel scholen wordt het al gebruikt. Daarin staat onder meer hoe zowel slachtoffer als de pester kunnen worden geholpen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.