Van onze kunstredactie Vandaag opent prins Willem Alexander het zojuist gerestaureerde Rembrandthuis in Amsterdam. Toch is de restauratie niet helemaal voltooid. Het Rembrandthuis wil het oude zeventiende eeuwse interieur uit de tijd van Rembrandt opnieuw reconstrueren.
Hiervoor moet het bestaande interieur van architect K.P. De Bazel uit 1911 worden verwijderd. Het Cuypersgenootschap, dat strijdt voor behoud van 19de en 20ste eeuws cultuurgoed, kwam hier vorige week tegen in het verweer en stapte naar de rechter. Het ziet het interieur als een belangrijk cultureel monument en stelt daarnaast dat de tijd van Rembrandt nooit meer echt terug te halen is, doordat authentieke stukken ontbreken.
“We hebben geen bezwaar tegen de reconstructie als zodanig, maar tegen het weghalen van het De Bazel-interieur”, zegt secretaris Bernadette van Hellenberg Hubar van het genootschap. “Het Rembrandthuis spreekt over een reconstructie van de zeventiende eeuwse situatie, maar je krijgt altijd een reonstructie uit 1998. De zeventiende eeuw is voorbij, die krijg je nooit meer terug.”
Het Cuypersgenootschap - in 1984 opgericht bij de sloop van een interieur van de architect P.J. Cuypers in de St. Servaaskerk in Maastricht - wordt in haar mening gesterkt door een onderzoek van de kunsthistorica Barbara Laan en oud-directeur van de afdeling Nederlandse Geschiedenis van het Rijksmuseum Wim Vroom. Vroom is heel stellig in zijn voorkeur voor het interieur van De Bazel: “Het leuke is dat de discussie van nu aan het begin van de twintigste eeuw precies zo is gevoerd: kun je de tijd van Rembrandt reconstrueren? Het is eigenlijk altijd fout. Je krijgt hetzelfde kromme-tenen-gevoel als bij historische films. De Bazel heeft juist alle moeite gedaan om misverstanden te vermijden. Alleen bij het Anne Frankhuis of de Warrooms in Londen, waar nog oorspronkelijke spullen staan, krijg je de historische sensatie van het authentieke.”
Vroom definieert een historisch beeld als 'iets dat in iemands hoofd zit'. “Als je dat concreet gaat maken, word je een spelbreker van die gedachte en dat valt altijd tegen. In die zin is reconstrueren ook een filosofische vergissing. Alleen wanneer je een eigen artistieke interpretatie van die verbeelding maakt, kan er iets moois uit komen. En dat is wat De Bazel deed.”
Van De Bazels interieur is nog betrekkelijk veel over. Vroom: “Alleen een deel van de trap is in de jaren zeventig vervangen en wij zouden het ook helemaal niet erg vinden als daar iets aan wordt gedaan. We bepleiten ook niet dat er niets aan het interieur gebeurt. Maar we hebben nu een heel bijzondere inrichting van een buitengewoon belangrijke architect, daar moet je zuinig op zijn. Het is ook niet te verwachten dat we verrassingen tegenkomen als we de lambrizeringen en toevoegingen van De Bazel weghalen. Alle oorspronkelijke dingen die aan het begin van de twintigste eeuw zijn gevonden, zijn in het zicht gebleven.”
Secretaris Hubar vermoedt dat “de rechter in juni een uitspraak zal doen, waardoor de rechtzaak niet anderhalf jaar gaat duren zoals de directeur van het Rembrandthuis beweert. Ons bezwaarschrift heeft een schorsende werking op de bouwvergunning voor een periode van zes weken. Als de rechter vervolgens in het voordeel van het Rembrandthuis beslist, wordt de schorsing opgeheven en kunnen ze beginnen. Alleen wanneer wij met nieuwe feiten komen, kunnen we opnieuw beroep aantekenen. Zo niet, dan leggen we ons bij de beslissing neer. We zijn een net gezelschap.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.