*

 
dossier

Archief

Toch pensioen voor vrouwen Europees Hof zet door: ongelijke behandeling moet gerepareerd kunnen worden

Door: redactie − 29/09/94, 00:00

Van onze redactie economie AMSTERDAM - De honderdduizenden deeltijdwerkers die jarenlang geen pensioenrechten hadden, kunnen met terugwerkende kracht deelname in een pensioenfonds opeisen. Dat is het gevolg van uitspraken die het Europese Hof van Justitie gisteren heeft gedaan.

Eén van de zaken was aangespannen door de Nederlandse A. Vroege. Omdat zij in deeltijd werkt, kreeg zij van haar werkgever tot voor kort geen toegang tot de pensioenregeling. Dat betekent dat zij tussen 1975, toen zij begon met werken, en 1991, toen de meeste werkgevers de regelingen hebben aangepast, geen pensioen heeft kunnen opbouwen.

Nu het Europese Hof heeft verklaard dat deze ongelijke behandeling niet terecht is, kunnen de deeltijdwerkers naar hun (vroegere) werkgever stappen om de pensioenopbouw alsnog te regelen. “Dat wordt een enorme administratieve klus”, verwacht de Vereniging van Bedrijfspensioenfondsen. De vereniging heeft altijd gewaarschuwd voor de financiële gevolgen van de Europese uitspraken. Die zouden pensioenfondsen aan de rand van de afgrond brengen. Nu verklaart de vereniging de rechterlijke uitspraken “loyaal uit te voeren”.

'Overdreven'

Het Instituut Vrouw en Arbeid, al jaren bezig gelijke behandeling in pensioenregelingen te bewerkstelligen, heeft de waarschuwingen altijd overdreven gevonden. Ook volgens het D66-Kamerlid L. Groenman, pensioenspecialist, zijn de kosten van de reparatie van pensioenen niet onoverkomelijk.

Als alle deeltijdwerkers, voor het overgrote deel vrouwen, hun pensioenrechten alsnog opeisen, is daar 1,2 miljard gulden mee gemoeid. Het vermogen van de pensioenfondsen is ongeveer 400 miljard. De totale pensioenreparatie - gehuwde vrouwen bij voorbeeld hadden tot 1991 ook tot veel fondsen geen toegang - kost tussen de vier en vijf miljard gulden.

Geen premie betaald

Wel zullen de betrokken werknemers en werkgevers alsnog de premie moeten betalen voor het pensioen. Anders zouden de werknemers voor niks (een deel van) hun pensioen krijgen en ook dat is een ontoelaatbare vorm van ongelijke behandeling, zo heeft de rechter bepaald.

Het Instituut Vrouw en Arbeid vreest dat vrouwen hierdoor in financiële problemen kunnen komen. Ze moeten immers in één keer de premie betalen die anders over een aantal jaren gespreid zou zijn betaald.

Het Instituut vindt dat daar een financiële regeling voor moet komen. Het geld daarvoor zou moeten komen uit het Fonds Voorheffing Pensioenverzekering. Dat is een groot, nooit benut fonds, dat in de jaren zeventig is opgericht als voorziening voor een toekomstige verplichte pensioenopbouw. Die pensioenplicht is er nooit gekomen en het fonds wacht nog steeds op een nuttige besteding. Repareer daar dan de pensioenen van deeltijdwerkers mee, redeneert het instituut.

De Vereniging Bedrijfspensioenfondsen voelt daar niets voor. Het geld is daar niet voor bedoeld, vindt de vereniging. Daar komt bij dat een klein deel van het geld nu gebruikt wordt om pensioenen van werkloze werknemers te repareren. Organisaties van werkgevers en werknemers, die de pensioenfondsen besturen, zullen moeten bekijken of er een financiële regeling komt. De vakcentrale FNV heeft al laten weten voorstander van zo'n regeling te zijn.

Het Europese Hof deed gisteren ook uitspraak in de zaak-Fisscher. Deze Nederlandse vrouw stapte naar de rechter omdat zij als gehuwde vrouw tot 1991 was uitgesloten van de pensioenregeling. Ook zij kan met terugwerkende kracht alsnog pensioen opbouwen.

Over hoever de terugwerkende kracht reikt, zijn de verschillende organisaties het oneens. Volgens de vereniging van bedrijfspensioenfondsen kunnen deeltijdwerkers en vrouwen tot vijf jaar voor mei 1990 pensioenrechten krijgen. In 1990 deed het Europese Hof een uitspraak in een pensioenzaak waar de pensioenfondsen zo van schrokken dat ze toen gelijk hun reglementen hebben aangepast. Vorderingen van loon, zoals een pensioen beschouwd kan worden, kunnen nog tot vijf jaar terug worden opgeëist.

Het Europese Hof had al in 1976 bepaald dat pensioenfondsen mannen en vrouwen gelijk moeten behandelen. Onder druk van de pensioenfondsen is op de top in Maastricht in 1991 bepaald dat de terugwerkende kracht tot 1990 mocht gaan en niet tot 1976, anders zou het de fondsen teveel geld kosten.

Het Europese Hof, dat onafhankelijk is van de wetgevende en uitvoerende macht, houdt echter vast aan 1976. Daarbij vindt het instituut Vrouw en Arbeid dat het gaat om deelname aan een pensioenfonds en niet om loonvorderingen. In hun optiek gaat de termijn van vijf jaar daarom niet op.

mailIcon print |