De auteur is antropoloog en werkte drie maanden in Rwanda als mensenrechtenwaarnemer voor de VN.
Kapitein Diouf van het Frafbat (het bataljon samengesteld uit soldaten uit Franstalige Afrikaanse landen) was blij dat hij terug kon naar Senegal. Na acht maanden naast een gemeentehuis én de lokale gevangenis doorgebracht te hebben in de provincie Kibuye, wist hij er alles van: De bevolking zocht zo nodig bij hem en zijn mannen bescherming, maar de gevangenis op honderd meter afstand mocht hij van het Rwandese regeringsleger niet in. En dat terwijl 's nachts het gekerm van de mishandelden de blauwhelmen in feite tot ingrijpen dwong. Het mandaat maakte hem vrijwel machteloos en daar leed hij zichbaar onder.
Gesprekken met Rwandezen maakten duidelijk dat zij deze afwachtende houding van de blauwhelmen onbegrijpelijk vonden. “Zelfs de soldaten zijn waarnemers!” en “Jullie moeten echte soldaten sturen!” waren nog gematigde opmerkingen.
De aanwezigheid van de VN (zo'n 5500 soldaten uit voornamelijk Afrikaanse landen) en een kleine tweehonderd humanitaire organisaties werkte in de context van het beperkte mandaat veel frustraties onder de Rwandezen. Er leek sprake van twee werelden, een overdag en een 's nachts. “Jullie rijden rond in terreinwagens en vliegen in helikopters, maar de mensenrechten worden nog steeds geschonden,” zei een kerkelijk functionaris mismoedig tegen mij.
De Verenigde Naties in Rwanda bevinden zich met het huidige mandaat in een Catch 22-situatie, dat wil zeggen een kansloze affaire. De VN krijgen de woede over zich heen die in feite gericht is tegen de cynische houding van enkele grootmachten na de dood van tien Belgische blauwhelmen.
De gerenommeerde Amerikaanse historica en Rwanda-deskundige Allison Les Forges is een van degenen die menen dat de Franse en Belgische elitetroepen, die kwamen om de Muzungus (blanken in het Rwandees) te redden, maar niets deden om de aanstichters van de toen net beginnende genocide tegen te houden, de slachting in de kiem hadden kunnen smoren. Geen wonder dat de huidige sterke man van Rwanda, minister van defensie Paul Kagame af en toe scherp uitvalt tegen de VN. Onlangs beschuldigde hij de organisatie nog van gruweltoerisme.
“Een krachtig optreden had drie maanden van gruwelen kunnen stoppen. Waarom heeft de buitenwereld toen niet ingegrepen?” vroeg een van de weinig overgebleven rechters uit de provincie Kibuye. Ik kon hem geen bevredigende verklaring geven en dat nam hij mij niet eens kwalijk. In zijn vraag klonk eerder een gevoel van diepe verlatenheid dan woede door, onbegrip dat landen en mensen elkaar zo intens in de steek kunnen laten.
In dit gruwelijke zelfgeschapen kader dienen de VN te opereren. Willen zij hun geloofwaardigheid opvijzelen, dan zijn forse onderhandelingen met de huidige machthebbers nodig. De gevangenissen dienen onder effectieve controle van Unamir te worden gebracht en het door velen gevreesde RPA-leger moet terug naar de kazernes. Dat zou zich kunnen toeleggen op de bewaking van de grenzen samen met Unamir. De nieuwe gendarmerie die nu door de VN wordt getraind, onder meer in het respect voor mensenrechten, kan dan de interne politietaken overnemen.
Als dit gebeurt zou dat een nieuw begin voor de VN-operatie kunnen zijn. We mogen Rwanda niet een tweede keer in de steek laten. Deze en andere maatregelen kunnen hopelijk enigszins de gevoelens van verlatenheid van veel Rwandezen en die van machteloosheid van de talloze kapiteins Diouf verminderen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.