*

 
dossier

Archief

LIEFDE IS UIT

ANDREA BOSMAN; FRED DE VRIES − 27/01/96, 00:00

Wat is er toch mis met De Liefde? In de muziek, de film en de literatuur is de liefde verworden tot iets waar je maar beter van af kunt blijven. Liefde is uit, seks is in. Een zoektocht langs beurzen, lezingen, films, muziek, twee schrijvers, een psychotherapeut en een seksuoloog levert geen hoopvol beeld op: de jaren negentig zijn kil.

In de jongste Nederlandse literatuur wordt de liefde haast beschimpt. “Ik zou niet over 'de liefde' kunnen schrijven, want het interesseert me niet”, zegt de Amsterdamse schrijfster Hermine Landvreugd (28), die vaak bij de als leeg getypeerde Generatie Nix wordt ingedeeld. “Ik geloof er ook absoluut niet in.”

Niet alleen de kunst heeft het moeilijk met De Liefde, ook mensen maken er volgens Landvreugd een enorme rotzooi van. Zij blinken uit in list, leugens en bedrog. “Natuurlijk kunnen twee mensen veel van elkaar houden, maar ik denk dat het nooit ergens toe leidt. Ze reageren zich op elkaar af, plegen karaktermoord. Mensen moeten dat niet doen, lang bij elkaar blijven. Ik heb nooit een relatie gezien waarvan ik dacht: dat zou ik ook wel willen. Ze zitten op elkaars lip, trekken, zuigen, zeiken. Het is continue machtsstrijd, machtsstrijd, machtsstrijd.”

Landvreugd debuteerde in 1993 met 'Het zilveren theeëi', een broeierige verhalenbundel waarin het contact tussen mannen en vrouwen elke intimiteit lijkt te ontberen en seksualiteit zich slechts verwrongen en liefdeloos manifesteert. Vorige week verscheen haar tweede bundel 'Margaretha bleef het langst liggen'. In een van de twee verhalen misbruiken een neo-nazi en zijn vriendin een padvindertje dat voor Jantje Beton komt collecteren. Vooraf hebben ze het ventje XTC gegeven. “Nee, ik hou niet van onschuld”, vertelt de schrijfster, terwijl ze haar zoveelste sigaret opsteekt in het Amsterdamse café Luxembourg.

Haar generatiegenoot Russell Artus, die afgelopen najaar debuteerde met de door de critici bejubelde roman 'Zonder wijzers', wil absoluut niet bij Generatie Nix horen. Maar ook hij heeft, zij het op een volstrekt andere wijze dan Landvreugd, weinig illusies over de hedendaagse omgang met het fenomeen 'liefde'. “Zeker als je het hebt over verliefdheid, dan gaat het eigenlijk vooral over seks en over lust”, zegt Artus, die in Tilburg woont. “Volgens mij heeft dat dus niets met liefde te maken. Liefde zoals zij hier in het Westen wordt beschouwd, is niets meer dan gehechtheid of lust, of allebei. Per definitie is zij egoïstisch, gebaseerd op de verwachting dat voor alles wat je geeft iets terugkomt waar je zelf persoonlijk geluk of genot uit kunt halen.”

Een voorbeeld. Artus' roman vertelt onder meer de levensgeschiedenis van twee zussen die elkaar het leven van jongs af aan zuur maken. De een pakt uiteindelijk de Indiase verloofde van de ander af en trouwt met hem. “Zij wil gewoon alles hebben wat de ander heeft, ongeacht of ze het nou graag wil hebben. Eigenlijk wil ze die Indiër helemaal niet. Maar als ze zou scheiden, is ze bang dat hij zou teruggaan naar haar zus, en daar zou ze absoluut niet mee kunnen leven. Met liefde heeft dat niets te maken.”

De twintigers en dertigers van nu hebben genadeloos afgerekend met de zonneschijn en het optimisme van de jaren zestig en het 'moet kunnen'-credo van de jaren zeventig. Ouders die opgroeiden in die decennia krijgen er nu van langs. “Veel jongeren vinden die verhalen van hun ouders tamelijk stompzinnig”, zegt de Rotterdamse psychotherapeut Kees van der Velden (51). Hij verbaast zich regelmatig over de haarscherpe formuleringen waarmee jongeren het gerommel met relaties van hun ouders weten neer te typeren. “Moet ik mijn vader nou vertellen dat hij een egoïst is?”, vroeg de dertienjarige dochter van twee in relatieproblemen verstrikte huisartsen aan Van der Velden. “Kinderen willen niet in dezelfde val trappen. Soms hebben ze ook een uitgesproken afkeer van het huwelijk: liever niet trouwen en dat soort narigheid over me heen halen.”

Het romantische liefdesideaal lijkt, zeker wat de kunsten betreft, hardhandig de nek te zijn omgedraaid. Nergens valt die teloorgang zo goed te traceren als in de popmuziek. There's a kind of hush, all over the world of people falling in love, schalde het eind jaren zestig nog heel optimistisch over de radio. En Stephen Stills verkeerde in 1970 nog in het 'alles moet kunnen'-stadium toen hij zong: If you can't be with the one you love, love the one you're with.

Maar met punk veranderde dat. In 1977 sneeren The Only Ones: We ain't got feelings, we got no love, we ain't got nothing to say, we're lovers of today. In de uiterst fysieke house van de tweede helft van de jaren tachtig waren teksten al helemaal niet meer nodig. Anno 1995 vat het Engelse Blur de tijdgeest van 'druk, druk, druk' feilloos samen in één zinnetje: I never see you, we're never together, I'll love you forever, terwijl het Amerikaanse Built to Spill zijn laatste CD haast verontschuldigend There's nothing wrong with love noemt.

Maar is er echt niets mis met de liefde? Onlangs bood de Amsterdamse Rai een weekend lang onderdak aan de druk bezochte 'Love & Marriage'-beurs. Trouwen mag sinds enkele jaren weer en volgens de ondernemers in de huwelijksbranche is vooral 'romantisch' erg populair. Maar het is de romantiek van de vorm, van de buitenkant: trouwen in kastelen met veel kaarsen en pompeuze jurken. Een van televisie gekopieerd ideaal, aangewakkerd door programma's als 'All you need is love' en 'Love letters'. Liefde?

De queeste naar het noodlot van de liefde begint in Enschede. Daar wijdde Studium Generale van de Universteit Twente eind vorig jaar twee achtereenvolgende dinsdagen aan lezingen over 'De lusten en lasten der Liefde'. In de overvolle zaal heerste beide avonden een lichtelijk opgewonden sfeer. Gegiechel bij porno-plaatjes uit de jaren zestig. Later klonken er hoogdravende vragen over het verband tussen liefde en de muze. Een succes, zou je zeggen.

Maar in de Randstad was er geen hond op af gekomen, stelt de Utrechtse hoogleraar seksuologie Max van Naerssen (54) na zijn Enschedese betoog over de 'lusten' (de 'lasten' zijn een week later bij psychotherapeut Van der Velden aan de beurt). Alleen in de provincie trekt een belegen onderwerp als de liefde nog publiek. Van Naerssen: “In Amsterdam zou het minstens over openbare seks of de pathologie van sado-masochisme moeten gaan.”

De provincie is nu eenmaal niet de grote stad, schampert de schrijfster Landvreugd als haar over het Enschedese enthousiasme wordt verteld. Het harde stadsleven is snel en gefragmenteerd. Daarin is geen plaats voor bestendige relaties, laat staan liefde. “Misschien dat mensen op het platteland toch een traditionelere manier van leven hebben, veel meer familiebanden hebben en misschien nog gelovig zijn.”

De moderne levensstijl die zij in haar verhalen beschrijft, noemt Landvreugd 'cult shoppen': eruit pikken wat je op dat moment handig vindt. “Zeg maar: door de week macrobioot zijn en heel gezond leven, maar op zaterdag drie gram coke in je neus douwen. Een beetje fragmentarisch leven. Dat geldt ook voor vrienden. De ene vriend is alleen maar leuk als-ie dronken is op zaterdagavond en de ander is om mee te zwemmen. Het is niet van belang om alles met één persoon te doen.”

Liefde is uit, seks is in. Nieuwe Revue verklaarde 1995 kort na de lezingen in Enschede tot het Jaar van de Openbare Seks. Het weekblad noemt als hoogtepunt een reportage over fistfucking op televisie die SBS 6 rond etenstijd uitzond en beschrijft de hype rond feesten vol uitspattingen in de Amsterdamse clubscene. Het leven als één gepierced orgasme. Het woord 'liefde' komt in het hele artikel niet één keer voor.

Het idee van verliefdheid is simpelweg aan het verschrompelen, concludeert seksuoloog Van Naerssen tijdens zijn Enschedese betoog. Verliefdheid is het verlangen naar iets wat je niet hebt. Volgens hem leven we in tijden van onmiddellijke behoeftenbevrediging. Alles kan, alles mag. Van Naerssen: “De lust van de liefde zit in het verlangen, niet in de bevrediging ervan. Eenmaal bereikt, is de spanning weg. Juist de belemmeringen maken het interessant. Kijk maar naar de periode van de Romantiek. De achttiende en negentiende eeuw waren uiteindelijk de meest preutse in de hele geschiedenis. Maar er zijn meer bewijzen, ook in deze tijd. Jacques Hoefnagels heeft ooit in een onderzoek romantische gevoelens gekoppeld aan seksuele activiteit. Daaruit bleek dat hoe romantischer de score was, hoe geringer de seksuele ervaring. Ja, we zitten nu in een omslagfase, minder romantisch, maar meer expliciet seksueel.”

Van Naerssen heeft thuis, in de woning die hij deelt met zijn ex-vrouw in Utrecht, een snel uitdijend knipselarchief over alles wat te maken heeft met seks en liefde. Met een dikke stapel papier op de knieën: “Het wordt allemaal steeds jonger. Er is duidelijk een erotisering van het jonge lichaam aan de gang. Je ziet dat in die Calvin Klein advertenties, met die half ontklede jongens en meisjes van een jaar of dertien. Of het Amerikaanse meisjesblad 'sixteen', daar zitten jongens van vijfien aantrekkelijk te wezen en over liefde te praten”, zegt hij, meesmuilend.

Die verjonging ziet hij gedeeltelijk als de oorzaak van het verdwijnen van het idee van verliefdheid. Er ontstaat volgens de seksuoloog een vreemde tegenstelling. “Jongeren richten hun blik al heel vroeg buiten het gezin. De belemmeringen die er vroeger waren door de strengere moraal die toen heerste, zijn weggevallen. De fase waarin mensen het meest van partner wisselen, ligt op dit moment tussen het dertiende en vijfentwintigste levensjaar. Pas later besluiten ze ècht een vaste relatie aan te gaan.”

In deze lange vrijblijvende periode wordt heel wat afgetobt. Niet over seks, maar vooral over de inhoud van de relatie. Eindeloze gesprekken over de vraag of men wel bij elkaar 'past', wat men van elkaar wil en hoe ieder z'n 'vrijheid' kan behouden. “Het gaat nog niet over wat vroeger vanzelfsprekend was: het idee van samen een nestje bouwen, kijken naar een huis, meubeltjes, wanneer doen we kinderen.”

Psychotherapeut Van der Velden, die op de tweede avond over de liefde in Enschede sprak, ziet niets in de theorie van Van Naerssen over het verdwijnen van verliefdheid. “Kolder”, bromt hij, op een toon die hangt tussen vermoeid en verveeld. Van der Velden noemt verliefdheid “een psychose, een geestesziekte die zich kenmerkt door waanideeën en denkstoornissen”. Hoewel hij uit eigen ervaring moet concluderen dat door de seksuele revolutie de aard van de problemen die mensen in een relatie kunnen hebben oneindig veel complexer zijn geworden (“Twintig jaar geleden had ik nog wel eens een vrouw tussen mijn patiënten die zei: 'het is een goede man, hij drinkt niet en draagt z'n geld netjes af'. Dat bestaat natuurlijk helemaal niet meer.”), blijft hij in hart en nieren een romanticus.

Hij verwijst naar Petrarca, die talloze gedichten schreef over zijn geliefde Laura, terwijl hij haar slechts één keer had gezien. Van der Velden wil niet aan de stelling dat de jeugd van tegenwoordig voor dat soort oeverloos gezeur geen geduld meer kan opbrengen. “Nee hoor, ik denk dat het dromen over die ideale geliefde nog niet verdwenen is.”

Van der Velden gelooft evenmin dat cynisme over de liefde alom heerst. “Echte literatuur en kasteelromans zijn heus niet cynisch geworden. Ook in de bouquetreeks gaat het tegenwoordig echt niet zo van: 'krijg de tering maar met je tweede huis.' Die zucht naar romantiek is er nog. Er zijn natuurlijk harde wetten van habituatie, dat je na verloop van tijd iets gewoon gaat vinden. Er zijn wel stellen die dat heel goed doen, dat in de gaten houden en er zuinig op zijn, trots op elkaar blijven.”

Aan hedendaagse schrijvers heeft hij geen boodschap. Terwijl zijn huisgenoot, kat Dorus, zich dwars over tafel uitspreidt: “Ik lees die Zwagermannen niet graag. Ik neem dat ook helemaal niet serieus, het leven dat ze beschrijven. Dat soort figuren is uiteindelijk toch ook op zoek naar ouderlijke erkenning, net als iedereen. Vraag maar eens aan Zwagerman of Giphart wat ze met de kerst doen. Dan zitten ze bij hun moeder op de bank en hopen dat die hun laatste boek niet heeft gelezen.”

Zowel Landvreugd als Artus kan zich het meest vinden in Van Naerssens analyse. Maar waar Landvreugd elk waardeoordeel over het verdwijnen der liefde ontwijkt, heeft Artus wel een duidelijke mening. Hij is in de ban van Oosterse filosofieën als boeddhisme en hindoeïsme waarin het individu een ondergeschikte rol speelt. “Ik vind het jammer dat het hier in het Westen gaat zoals het gaat. De omgang met elkaar... Mensen hebben liever honderd kennissen dan één goede vriend. Het is bijzonder als je een zo lang mogelijke lijst mensen kunt opnoemen, dan pas hoor je erbij.”

“Als ik om me heen kijk, tv kijk, lees, dan zie ik dat alles steeds sneller, oppervlakkiger moet. Er mag vooral niet over nagedacht worden. De schrijvers van Generatie Nix zeggen dat ze met hun literatuur willen aanzetten tot kotsen en klaarkomen, tot opperst vermaak en gezelligheid. Dat is niet wat ik met mijn boeken wil bereiken.”

Artus definieert echte liefde als totale onbaatzuchtigheid, die je alleen maar kunt bereiken door het onderdrukken van verlangen naar zinnelijk genot. “Als je iets voor een ander doet, zonder daar iets voor terug te verwachten, maar puur om zijn of haar toestand te verbeteren. Dan praat je over hele andere dingen: de hongerigen eten geven, de dorstigen te drinken geven, de daklozen herbergen, de zieken verzorgen.”

In het rumoerige café van het Amsterdamse New Age-centrum Oibibio roert Artus peinzend in zijn kopje thee. Hij gelooft niet dat mensen gelukkig worden van oppervlakkige kicks, waar hij ook verliefdheid toe rekent. “Dat geeft wel tijdelijk plezier, maar uiteindelijk kom je toch in een dip en dan moet er weer iets nieuws gebeuren. Als je je blik naar binnen richt, heb je dat niet nodig, dan ben je gelijkmoedig, onthecht. Elke situatie treed je dan met dezelfde gemoedstoestand tegemoet. Geluk en ellende zijn hetzelfde geworden.”

Landvreugd kan niets met dit soort wijsheden. Ze moet erom lachen, maar ergert zich er tegelijkertijd aan. Wat Artus gemakzuchtig noemt aan een fragmentarische levenstijl, werpt zij hem juist voor de voeten. “Hij kiest voor één lijn. Dat is pas makkelijk. Daaraan kun je alles wat je doet afmeten. Dit kan niet, zegt het boeddhisme. Je hoeft dan nergens zo over na te denken. Mensen die opgroeien zonder God of gebod en niet dat soort richtlijnen hebben, moeten alles voor zichzelf uitmaken. Dat lijkt me nu zeker heel lastig. Er zijn zoveel dingen waar je uit kunt kiezen. Ik kan best begrijpen dat jonge mensen op zoek zijn naar kicks, dingen doen als in een droogtrommel gaan zitten. Het leven zelf heeft namelijk geen risico's meer.”

De jaren negentig zijn kil. Er heerst een collectieve angst voor onvoorspelbaar geweld. Onafhankelijk van elkaar spreken Artus, Landvreugd, Van Naerssen en Van der Velden daarover. “Het lijkt me verschrikkelijk dat je zo cynisch en achterdochtig wordt dat je je overal voor afsluit. In de tram kijk je twee seconden te lang naar iemand en je hebt meteen ruzie”, zegt Landvreugd, zich niet realiserend dat tegenpool Artus twee uur daarvoor exact hetzelfde voorbeeld aanhaalde. Ook kan ze zich onverwacht kwaadmaken over de televisie die voorschrijft wat liefde is en hoe het moet worden beleefd. “Programma's als 'Het spijt me', dat mensen het lef niet hebben om bij hun zus aan te bellen, maar het wel met de tv durven. Dat vind ik waardeloos, dat iemand daar in kan geloven.”

De Liefde heeft zich gewapend tegen wantrouwen en de tv-sjablonen waar zij in gegoten is. Ze is niet verdwenen, maar zit wel heel stevig ingepakt, als een mummie. “Misschien was dat idee van antropologe Margaret Mead nog niet zo slecht”, zegt psychotherapeut Van der Velden. “Zij stelde voor om mensen voor een periode van vijf jaar een soort huwelijkscontracten te laten sluiten. Gedurende die vijf jaar mag je niet weg, maar eventueel kan het contract daarna nog een keer verlengd worden.”

Vijf jaar? Hermine Landvreugd verslikt zich bijna in haar jus d'orange. “Volgens mij heb je elkaar dan al helemaal afgeslacht. Drie jaar is redelijk, dan weet je wie je voor je hebt. En dan kom je er achter dat die ander eigenlijk helemaal niet leuk is.”

mailIcon print |