Gezien het overweldigende muziekaanbod van tegenwoordig is het niet vreemd dat oude, erkende meesterwerken in de platen-collectie een plaats krijgen om daar zelden meer uit te komen.
De herpersing van de oorspronkelijk als dubbelelpee uitgebrachte 'FRAMES' (Music for an imaginary film. OGUN OGCD 010/011; distributie BVHaast) drukte me nog-maals op dat feit. De Britse pianist Keith Tippett maakte het werk in 1978 met zijn 22-koppige groep ARK voor het kleine Engelse muzikantenlabel Ogun. Dertien jaar geleden beluisterde ik het voor het laatst. De cd-uitgave confronteert mij nu opnieuw met de blijvende kwaliteit van Tippetts creatie.
Keith Tippett maakte eerder furore met de in 1974 verschenen dubbelelpee 'Centipede'. Hoewel dit album werd uitgebracht op het grote RCA-label, de 55 belangrijkste jazzmusici van toen eraan meewerkten èn de uitgave anderhalf uur van de meest wonderlijke, prachtige muziek bevat, is zij al jaren nergens meer te vinden. 'Frames' was Tippetts tweede poging om met een doorwrochte jazzcompositie aan de beperkingen van de tijdgeest te ontsnappen. Inhoudelijk lukte hem dat. Hij schreef een vierdelige suite (de vier kanten van de langspeelplaat) voor een groep van 22 musici, waaronder een flink aantal dat eerder aan 'Centipede' meewerkte. De gedwongen keuze voor een klein label leverde hem echter niet het grote publiek op, dat hij verdiende. Hopelijk lukt hem dat nu wel, met de heruitgave op hetzelfde, maar aanzienlijk beter gedistribueerde label.
Anno 1996 klinkt de muziek van 'Frames' nog even fris en oorspronkelijk als achttien jaar geleden. De muziek behoort - met 'Centipede' - tot de allerbeste composities geschreven voor grote jazz-ensembles, in dit geval een bigband met twee piano's, vier saxofoons, drie trompetten, twee trombones, twee zangstemmen, vier violen, twee cello's, twee bassisten, drums en percussie. Dat komt door de meewerkende musici, met kopstukken als pianist Stan Tracey, saxofonist Trevor Watts, violist Phil Wachsmann, slagwerker Louis Moholo en bassist Peter Kowald - de enige buitenlander in de groep -, maar vooral door de opzet van Tippetts compositie. Daarin rangeert hij van verstilde passages tot furieuze, hypnotiserende freejazz met kakofonische dimensies, maar waarin het thema nooit helemaal verdwijnt. Net als een mooie film neemt de muziek de luisteraar in een onverbiddelijke greep, om die (vooralsnog) niet meer los te laten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.