*

 
dossier

Archief

Noord-Korea genadeloos voor 'volksverraders'

Door: redactie − 08/02/96, 00:00

Van onze buitenlandredactie Chabarovsk, Rusland 24 maart 1995. Voor de ogen van zijn vrouw, de Russische Tatiana Dokoechaeva komt de Noordkoreaan Choi Gyong-ho uit de plaatselijke gevangenis. Als blijkt dat hij wordt overgedragen aan een landgenoot schreeuwt Choi het uit: “Schiet me hier ter plekke neer, ik wil niet terug naar Noord-Korea.”

De nu 35-jarige Choi arriveerde vijf jaar geleden in het Siberische Chegdomin om daar te gaan werken in een van de houthakkerskampen, gerund door Noordkoreanen. Vroeger stuurde Pyongyang er politieke gevangenen heen, tegenwoordig vrijwilligers zoals Choi.

De voormalige dramaturg krijgt echter al snel genoeg van het zware werk, en besluit - als veel van zijn land- en lotgenoten - zijn geluk te beproeven in Rusland. Hij vertrekt in juni '92 naar Chabarovsk, waar hij een zaakje opzet. Kennelijk assimileert hij snel. De Noordkoreaan ontmoet Tatiana, trouwt met haar, en het paar krijgt spoedig een kind. De ex-houthakker schrijft dit allemaal in een brief aan het Noordkoreaanse consulaat in Nachodka, vlak bij Vladivostok. Hij weet dat 'overlopen' nog altijd strafbaar is in zijn geboorteland. En hij kent waarschijnlijk de verhalen over de Noordkoreaanse geheime dienst die in Rusland opereert - vroeger met toestemming van de lokale autoriteiten, nu zonder. Die sleept weggelopen houthakkers terug naar huis, waar hun minimaal zeven jaar heropvoeding wacht wegens “verraad van het volk”. Dus probeert de man in brieven formeel toestemming te krijgen van de Noordkoreaanse regering om in Chabarovsk te mogen blijven.

Samen met zijn vrouw Tatiana doet hij intussen al het mogelijke om een Russische verblijfsvergunning te krijgen. Alleen het uiterste - het plegen van een misdaad, zoals een aantal van zijn vertwijfelde landgenoten doet - gaat hem te ver. Het paar loopt de deur plat bij de Russische gouverneur. Choi is toch getrouwd met een Russische, en heeft dus recht op een papiertje. Maar hij krijgt de mededeling dat zijn huwelijk niet wordt erkend, omdat hij geen identiteitspapieren heeft. Die heeft zijn baas in het houthakkerskamp.

Choi legt zijn zaak voor aan president Boris Jeltsin. Diens bureau raadt hem aan naar de lokale afdeling van Binnenlandse zaken te gaan voor een verblijfsvergunning. De Noordkoreaan stapt daar binnen op 13 maart '95, maar wordt meteen gearresteerd.

Zijn vrouw informeert dagelijks wat er staat te gebeuren, tot haar wordt toegebeten dat ze maar beter niet terug kan komen. Na elf dagen, op 24 maart, wordt Choi overgedragen aan zijn Noordkoreaanse baas. Zijn vrouw ziet hoe hij in een politieauto wordt gezet en afgevoerd. Sindsdien verneemt zij niets meer van hem. Amnesty International vermoedt dat Choi is teruggebracht naar Noord-Korea. De organisatie vreest dat hem mogelijk de doodstraf wacht, alleen omdat hij niet naar Pyongyang terug wilde. Wellicht is hij zelfs al in Rusland geëxecuteerd, zoals naar verluidt met andere weglopers is gebeurd.

Amnesty heeft Pyongyang om opheldering gevraagd over het lot van Choi. De mensenrechtenorganisatie wijst op het ook door Noord-Korea ondertekende internationale convenant dat iedere burger het recht geeft het land te verlaten.

In het laatste AI-rapport over Noord-Korea 'Schendingen van de mensenrechten achter gesloten deuren' (dec. '95) wordt om informatie gevraagd over mensen als Choi en andere politieke gevangenen. De naam van het rapport is niet toevallig. Pyongyang reageerde op eerdere rapporten ('93 en '94), dat wel, maar de boodschap was dat AI zich nodeloos zorgen maakt. Van de vijftig gevangenen naar wie toen werd gevraagd, bestonden er volgens Noord-Korea slechts twee. Die zijn dood, inclusief hun familie. Amnesty heeft echter gronden om te twijfelen aan die verklaringen. En blijft vragen stellen.

U kunt ook informeren naar politieke gevangenen in Noord-Korea. Schrijf naar: Kim Jong-il (hoofd strijdkrachten), Workers Party of the Democratic People's Republic of Korea, DPRK.

mailIcon print |