“Ik heb willen documenteren hoe de r.-k. kerk met vrouwen omgaat, hoe ze werden gemanipuleerd, hoe ze moeten vechten om iets van hun opvattingen erdoor te krijgen.” Dirkje Donders schreef een kleine studie over de strijd van Rie Vendrik (1908-1982) tegen een mannenbastion. Donders: “Ik geloof niet dat de kerk er iets bij geleerd heeft.”
Van hen stond natuurlijk dr. Marga Klompé met stip bovenaan en zij was zich daar zeer van bewust, maar Rie Vendrik reed - met minder pretentie - toch ook ver uit vóór het peloton van naamloze katholieke moeders, nonnen, verpleegsters, onderwijzeressen en sociale werksters. Ze raakte vergeten, tot de 70-jarige Dirkje Donders uit Nijmegen een studie wijdde aan haar en aan een bijna verloren stukje kerk- en vrouwengeschiedenis, gekenmerkt door arrogantie en manipulatie, naïviteit, emancipatie en hondentrouw.
Wie bewaart blijft, net als wie schrijft. Rie Vendrik (1908-1982) heeft weinig geschreven, maar veel bewaard. Bijna drie meter archief vermaakte zij aan het Katholiek documentatiecentrum (KDC) in Nijmegen. Dirkje Donders, zojuist afgestudeerd in de kerkgeschiedenis, drukt iedereen die een kerkelijk archief bijhoudt, op het hart dat voorbeeld te volgen.
Rie Vendrik kan model staan voor de emancipatie van de vrouw en de leek in de r.-k. kerk in de eerste zestig jaar van deze eeuw. Een eenvoudig milieu, waar men zich met hard werken en toewijding schoolde, via mulo, kweekschool en acten hogerop kwam en de bevoogding van clerus en bazen geleidelijk afschudde. Mede dankzij haar talenkennis kwam Vendrik tevens in het internationale circuit van actieve, progressieve, katholieke vrouwen.
In Rome wordt zij een bekende en gerespecteerde verschijning; zij woont in 1964 zelfs een zitting van het Vaticaans concilie bij, een hoge uitverkiezing. Enkele jaren later wordt ze lid van de pauselijke lekenraad, toen een prestigieuze nieuwigheid en dus ook niet mis.
Paus Paulus VI stelde in 1973 een internationale studiecommissie in over de vrouw, met zelfs een kleine meerderheid aan vrouwen als lid - onder hen Rie Vendrik. Dirkje Donders heeft de wederwaardigheden van deze commissie in kaart gebracht. Deze krijgt al in haar statuut een muilkorf om: de bisschoppensynode van '71 had een commissie voorgesteld over de “volledige deelname van vrouwen in de kerk”. Het werd echter een commissie die “de specifieke taak” van de vrouw zou bestuderen, met een uitdrukkelijk verbod om het thema 'vrouw en priesterambt' te bespreken. Wel kon het gaan over enkele speciale “vrouwenambten”, die paus en curie toen dachten in het leven te roepen.
Dat alleen al was tegen het zere been van vooral westerse vrouwen die net hadden ontdekt dat het 'specifiek en eeuwig vrouwelijke' een mannelijke, een clericale, om niet te zeggen duivelse uitvinding is om vrouwen eronder te houden. Een kwart eeuw later staat dit strijdpunt nog steeds overeind, ook tussen vrouwen, maar dat hebben ze niet voorzien, degenen die toen opkwamen voor de gelijkheid en die geen wezenlijk primaat meer wilden toekennen aan dat biologische verschilletje.
Rie Vendrik en anderen hebben de opdracht aanvaard, ook de opgelegde geheimhouding; pas geleidelijk aan werden zij en vier geestverwanten zich bewust dat zij meewerkten aan een verborgen agenda om vrouwen in de kerk zoet te houden. Later heeft ze spijt gekregen van haar deelname. Voor Rome stond het vast dat zich geen herhaling mocht voordoen van de geschiedenis met de anticonceptie-pil: een pauselijke commissie die het ene aanbeveelt, de paus die vervolgens toch het tegenovergestelde beslist (Humanae vitae, 1968), met alle narigheid daarvan.
De pauselijke commissie over de vrouw was er voor de cosmetica van een al uitgestippeld beleid. Het heeft uiteindelijk drie jaar van frustraties, intimidatie en vernedering geduurd voordat het groepje van vijf vrouwen uit de commissie dat genoegzaam doorhad, zo valt op te maken uit Donders' scriptie Natúúrlijk is de vrouw gelijk aan de man . . .
Vanaf haar ontstaan had de commissie onder voorzitterschap van de Italiaanse bisschop Bartoletti als het ware een gen van ongelijkwaardigheid. De dames waren dan wel in de meerderheid, maar er was geen enkele theoloog onder hen. Wel werden ze bestookt door imponerende exposés over man en vrouw volgens Genesis 2 en 3 en over het 'trinitaire mysterie' dat zich weerspiegelt in de complementariteit van man en vrouw. Welke vrouw zou zichzelf na zulke scholastieke hoogstandjes meer wanen dan een dom blondje dat beter maar kan zwijgen?
Degenen die aanvoelden dat ze een kool gestoofd kregen, konden dat theologisch niet hard maken. Toen ze zich tussendoor van theologisch advies lieten dienen en tegenspel boden, werd hun dat zeer kwalijk genomen: ze hadden de geheimhoudingsplicht geschonden, want die theologenpraat was vast niet van haarzelf en wie waren hun adviseurs, waarom bleven ze anoniem?, zo wilde men in Rome weten.
De Amerikaanse theologe Sandra Schneiders heeft ooit het te letterlijk nemen van metaforen “een kwaadaardig gezwel in de religieuze verbeelding” genoemd, met een “krachtige en pathologische uitwerking”. Maar zo scherp was het in de jaren zeventig nog nooit gezegd; Rie Vendrik en anderen moesten zelf onder woorden leren brengen dat men de Heilige Geest wel als symbool van het vrouwelijke mag zien, maar dat je dit symbool uit zijn voegen tilt, als je van daaruit redeneert dat de vrouw alleen tot haar recht komt in de orde van liefde en genade, niet in structuren en instituties. Even verkeerd is het, als met de symboliek van maagd, bruid en moeder de rol van de vrouw in de kerk wordt afgepaald.
Ongeveer halverwege de rit van de commissie was duidelijk dat Rie Vendrik plus vier vrouwen uit België, Spanje, Portugal en Brazilië - met enkele anderen op de wip - fundamentele kritiek hadden op het geheel, op de vergaderwijze, de gemanipuleerde verslaggeving en agenda, de 'vergeten' toezeggingen, de vergaderstukken op het laatste moment, het theologisch denkraam van de mannen, het ontegenzeglijke oogmerk om vooral niet tot radicale vernieuwing te komen ten aanzien van vrouw en kerk. De vijf hebben in de vereiste onderdanige bewoordingen rechtstreeks naar de paus geschreven, hun zorgen opgesomd en hun ontslag gevraagd.
Je houdt het niet voor mogelijk, maar zonder dat iemand haar ook maar iets beloofde of op haar zorgen inging, wisten de prelaten, door te schermen met een zogenaamde dringende wens van de heilige vader zelf, de vrouwen te bewegen dat ze bij de volgende sessie toch weer braaf aanschoven - nu echter voorgoed in het verdomhoekje, als spelbreeksters geïsoleerd. Over het grote onbehagen van de vijf vrouwen merkt voorzitter Bartoletti slechts op dat “een werk als het onze niet zonder lijden kan”.
Het kon nog erger. Omdat het slotdocument hun visie negeerde diende Vendrik c.s. een 'minderheidsnota' in met het verzoek die als een aanhangsel bij te voegen. Uiteraard is een van de items daarin opnieuw de gelijkheid tussen man en vrouw: eeuwenlang hebben de filosofen en theologen al genoeg nadruk gelegd op de verschillen en dat is een bron geweest van discriminatie, betoogden ze. Nee, die minderheidsnota kon niet bij de stukken gevoegd worden - daar zouden de media met hun sensatiezucht zich maar op storten. De voorzitter was wel genegen, mits de dames niet persoonlijk of polemisch waren, hun nota persoonlijk aan de paus te overhandigen.
Dan gaat het gerucht dat de bewuste nota is uitgelekt en in België gepubliceerd. De vijf houden vol dat zij hun tekst alleen aan de voorzitter hebben gegeven en dat een lek dus alleen in het Vaticaan kan zitten, niet bij hen. Ze worden niet geloofd. Later bericht de nuntius vanuit Brussel dat het gerucht loos alarm is; maar te laat: de sfeer in de commissie is op de slotdag onherstelbaar bedorven. Alleen voor wie in de pas loopt is waardering, andere meningen worden niet getolereerd en aan de integriteit van wie ze uiten wordt getwijfeld.
Het eindrapport van de pauselijke commissie verdwijnt in een la, De leden van de commissie krijgen van de paus een lintje, dat Rie Vendrik weigert, omdat op dat moment vrouwen nog slechts in aanmerking komen voor een eremedaille; échte pauselijke onderscheidingen zijn er alleen voor mannen.
Jaren later hebben de vijf auteurs hun nota alsnog gepubliceerd, samen met een brief van de bekende Duitse theoloog Karl Rahner, die de klassieke man-vrouw-antropologie van de commissie-mannen scherp maar zonder resultaat op de korrel had genomen. Vendrik zelf heeft de publicatie trouwens niet meer beleefd.
Wat heeft de nieuwe doctoranda bewogen tot de studie van deze kleine geschiedenis? Dirkje Donders: “Ik heb willen documenteren hoe de r.-k. kerk met vrouwen omgaat, hoe ze werden gemanipuleerd, hoe ze moeten vechten om iets van hun opvattingen erdoor te krijgen.” Ze heeft het idee dat dat ook ook beter inzicht geeft in wat er nu gebeurt. “Wellicht zullen vrouwen zich nu beter wapenen of zich nog wel eens bedenken voor ze in zo'n commissie stappen”.
Donders gelooft niet dat men in de r.-k. kerk sindsdien veel heeft geleerd. Er is wel iets veranderd in die twintig jaar: destijds waren er nog nauwelijks vrouwelijke theologen, nu kan men niet meer om ze heen. Toen kon het Vaticaan nog een zwijggebod opleggen en alle publiciteit in eigen hand houden; ook dat is nu niet meer goed denkbaar.
De recente pauselijke documenten tegen de vrouwelijke priester onderstrepen dat in de r.-k. kerk dezelfde leer nog altijd overeindstaat: het verschil tussen man en vrouw is niet alleen biologisch, maar 'ontologisch': het bepaalt de mensen in hun wezen. Nog altijd is er meer twist dan dialoog of dat een godgewilde ordening is of een kwaadaardig gezwel.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.