*

 
dossier

Archief

Crisis Liberia doet ergste vrezen voor vredesproces

ERIC BRASSEM − 06/01/96, 00:00

AMSTERDAM - Een Liberiaanse strijdmacht heeft een week lang een honderdtal Nigeriaanse soldaten in gijzeling gehouden in het noordwesten van Liberia. De Nigerianen behoren tot een Westafrikaanse vredesmacht, die het door burgeroorlog verscheurde land moet pacificeren. De Liberiaanse strijders hebben ook een bloedbad aangericht, en duizenden burgers op de vlucht gejaagd.

De gijzeling, die gisteren afliep, voorspelt weinig goeds voor het wankele vredesproces in Liberia, al zes jaar toneel van een even bloedige als onoverzichtelijke burgeroorlog. Nigeria speelt al jarenlang de hoofdrol in de vredesmacht die Liberia zou moeten terugleiden naar vrede en democratie. Het land (sinds de executie in november van Ken Saro Wiwa en acht van zijn medestrijders een internationale bunzing) betaalt, bewapent en bemant voor het grootste deel de Ecomog, zoals de vredesmacht in Liberia heet.

De wereld gunde Nigeria zijn rol van vredestichter destijds van harte, en dat is niet veranderd sinds de executie van Saro Wiwa. De Ecomog-vredesmacht bespaarde de overige lidstaten van de Verenigde Naties een hoop moeite, geld en dode soldaten. De Ecomog-militairen verwierven geen internationale roem. Ze waren partij in de strijd, verkochten hun wapens aan de krijgsheren, verpatsten olie en oorlogsbuit, schoten op hulpmedewerkers, bombardeerden dorpen, keken toe bij slachtingen onder weerloze vluchtelingen, kortom: ze maakten de Liberiaanse chaos nog chaotischer.

De 'vredesinspanningen' richtten zich vooral tegen de krijgsheer Charles Taylor die, voordat de Nigerianen zich in de strijd wierpen, verreweg de sterkste partij was. Maar vorig jaar juni was er een doorbraak, na bemiddeling door president Jerry Rawlings van Ghana, die betere betrekkingen onderhoudt met Taylor. Taylor reisde af naar de Nigeriaanse hoofdstad Abuja, en voerde gesprekken met Nigeria's leider, Sani Abacha. Wat de twee elkaar beloofden is onbekend, maar deze ontmoeting legde de basis voor een serie bijeenkomsten met alle strijdende facties in Liberia (dat wil zeggen: de facties van dat moment, want regelmatig worden nieuwe strijdgroepen geboren, die opsplitsen en weer verdwijnen).

In augustus 1995 kwam het tot een akkoord, en een bestand dat redelijk werd nageleefd. De krijgsheren vormden een interim-regering, die zou zorgdragen voor ontwapening van de naar schatting 60 000 strijders (voor een groot deel: tieners met een kalasjnikov), en verkiezingen in augustus 1996. Overigens beginnen dan pas de echte problemen: wie verzoent de getraumatiseerde inwoners, die meer dan 150 000 doden en 2 miljoen vluchtelingen betreuren? Wie herstelt de verwoeste havens, dorpen, wegen, vliegvelden, klinieken, scholen, elektriciteitscentrales, fabrieken en plantages?

De Liberiaanse 'politici', veelal gewend te denken in termen van wapens en etnische machtsstrijd, zullen dat zeker niet alleen klaren. De VN besloten in november vorig jaar het aantal waarnemers op te voeren tot 130. Een internationale donorconferentie in New York leverde 100 miljoen dollar aan toezeggingen voor de wederopbouw van Liberia op.

Sinds het akkoord zijn er ettelijke schermutselingen geweest. Maar de jongste crisis, vlak voor kerstmis veroorzaakt door de strijdgroep van de Liberiaanse 'generaal' Roosevelt Johnson, lijkt ernstiger van aard. Persbureaus melden dat bij gevechten tussen Johnsons 'Ulimo-J' en de Ecomog-troepen in de stad Tubmanburg zeker drie Ecomog-soldaten zouden zijn gedood en tientallen gewond. De Ecomog-macht is met tanks onderweg naar het gebied waar deze strijdgroep de 100 Nigerianen vasthield.

Vluchtelingen uit het gebied vertellen dat de rebellen zeker vijftig mensen hebben vermoord in een kamp bij het dorp Klay. Daar verbleven, onder protectie van Ecomog, 9 000 mensen die waren gevlucht voor de strijd in Tubmanburg. Velen van hen vluchten nu weer, naar de hoofdstad Monrovia.

mailIcon print |