*

 
dossier

Archief

beeldende kunst

CEES STRAUS − 18/01/97, 00:00

'In gesprek met Vermeer', t/m 2 maart in Stedelijk Museum Het Prinsenhof, Sint Agathaplein 2 en Galerie Lutz, Oude Delft 95 in Delft, di-za 10-17 uur, zo 13-17 uur. Cat. uitgave Waanders, Zwolle, ¿ 49,95.

'Verstilde zinnen' heet de expositie in de Delftse galerie van Wil Lutz, die ook de initiatiefnemer is van het Vermeerproject dat zich uitstrekt tot het naburige Stedelijk Museum Het Prinsenhof. Daar gaat het om thema's als 'Letterlijk in gesprek met Vermeer' en 'Min of meer zoals Vermeer'. Tot slot wacht een nieuwe visie op het stadsgezicht van Delft, uitgevoerd door vier uit Delft afkomstige schilders.

Een overzicht kortom van enkele tientallen schilders die zich op de een of andere wijze door de 17de eeuwse Vermeer laten inspireren.

Het is natuurlijk geen nieuw idee dat schilders illustere voorgangers als bron voor hun werk gebruiken. Rembrandt, Goya, Manet, Monet, Van Gogh, Cézanne en Munch zijn voor menig hedendaags kunstenaar een lichtend voorbeeld. Wat de Vermeer-adepten van de rest onderscheidt, is dat zij zich zowel door de aard en inhoud als door de stijlbehandeling van hun grote voorbeeld laten leiden. Vermeer is geen vernieuwer geweest, zoals Van Gogh en Cézanne dat wel waren en om die reden veel navolging kregen. Maar als schilder is Vermeer niet gemakkelijk te doorgronden. Hij blijft ook na drie eeuwen te zijn bestudeerd een raadselachtig kunstenaar.

Dat mag een kenmerk zijn van meer grote schilders, maar bij Vermeer komt daarbij dat de kleine omvang van het oeuvre hem al snel ongrijpbaar maakt. Zijn werk heeft een grote genietbaarheidsfactor, maar er is zo weinig van dat je er slechts zelden iets van kunt zien en het genieten derhalve even weinig plaatsheeft. Wat dat betreft was de presentatie in Het Mauritshuis vorig jaar ook voor schilders een must om te zien.

De negen kunstenaars moeten de tentoonstelling in Den Haag goed hebben bestudeerd. Ze komen met vergaande oplossingen voor het gestelde probleem. 'Mijn Heer/ De Hedendaagsche minnaers/ sijn soo ghewoon hun liefde/ en bestandigheit over al/ te predicken dat ser/ soo weynich gheloof/ van inplanten' zijn de kritische woorden die Jeroen Olthof in de brief meent te lezen. En Evelyne Janssen verwoordt de mededeling van de briefschrijfster aldus: 'W/ Een letter getekend/ en verstuurd/ mijn beste/ brief/ bewaar een brief/ Ik wil/ een boodschap die sterk in tijd/ een brief die mooi blijft/ en bewijst/ een intrigant/ een courtisane/ heeft vrienden/ net als jij/ Dus letter mij/ E'. Ouderwetse, pure romantiek in een tijd dat het briefschrijven door telefoon en internet praktisch is weggevaagd.

Gaat het bij Wil Lutz over (geslaagde) kunstenaarsvisies, in Het Prinsenhof wordt een bijna wetenschappelijke poging gedaan om de invloed van Vermeer op de hedendaagse kunst in beeld te brengen. Daar voor is werk aangesleept van schilders als Jan Dibbets (van wie je eerder verwacht dat hij door Saenredam werd beinvloed), Nul-kunstenaar Jan Schoonhoven, fundamentalist Rob van Koningsbruggen en pseudohumorist Benoît Hermans.

De laatste blijft nog het dichtst bij zijn bron door complete schilderijen van Vermeer te citeren, maar de ongein die hij daar aan toevoegt is juist weer niet door de Delftse meester geïnspireerd. Hermans' beeldverstoringen doen bruusk en ongenuanceerd over waar Vermeer een aanzienlijk genuanceerdere toon aanslaat. Veel origineler is Fortuyn/O'Brien met een installatie die letterlijk uitzicht op de stad Delft biedt. Zij handhaaft het raadsel Vermeer door te verwijzen naar de schijn, het oppervlak van de werkelijkheid die het schilderij kent. Daar ligt waarschijnlijk de sleutel waarmee Vermeer kan worden ontraadseld: door hem te tonen zoals hij is, maar dan wel in een hedendaagse toonzetting.

mailIcon print |