Menig jurist denkt nog steeds dat er niets aan de hand is en dat alles volgens de regels verloopt. En toch, zo oordeelt prof. Degenkamp, heeft de Europese integratie tot gevolg dat de Grondwet geleidelijk maar daarom niet minder ernstig wordt aangetast. Vanwaar toch dat enthousiasme van politici voor de Europese Unie? De auteur is hoogleraar rechtswetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen.
In feite is alleen sprake van een monetaire en niet van een economische unie, want de economische politiek blijft het domein van de lid-staten. Die worden voor wat betreft de overheidsuitgaven en ontvangsten door het stabiliteitspact in bedwang gehouden. Dat is tenminste de bedoeling. Maar of een land zich aan de regels houdt wordt beslist door mensen, zeker als de regels niet zo erg duidelijk zijn. Regels vervangen geen regering en op Europees niveau bestaat geen regering. De hoogste macht wordt uitgeoefend door gezelschappen (raden van ministers vooral) die in het geheim tot besluiten komen en die volstrekt onvoldoende door volksvertegenwoordigers worden gecontroleerd.
Waarom dan toch dat enthousiasme van heel veel zich sociaal-democraten of christen-democraten noemende politici voor de Europese Unie? Ik kan geen andere redelijke verklaring vinden dan de Tweede Wereldoorlog. Het is zeer begrijpelijk dat na deze afschuwelijke periode het 'intomen' van Duitsland eerste prioriteit was en dat men de fouten van na de Eerste Wereldoorlog niet wilde herhalen. Dat de Koude Oorlog het noodzakelijk maakte niet al te lang 'door te zeuren' versnelde de reïntegratie van de West-Duitsers in de West-Europese familie.
Boze fee werd het nationalisme; dat was, zo werd gesteld, voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor de voorbije nachtmerrie. Wie 'politiek correct' wilde opereren, moest internationalist zijn. Hoe dat internationale systeem in elkaar zat, was van tweede orde.
Zo kwam het dat allerlei zich democratisch noemende partijen de steeds verder afbrokkelende democratie op Europees niveau voor lief namen. De poppenkast rond het Europees Parlement, het betrekkelijk machteloos gedoe van de Europese Commissie, de geheime wetgeving door raden van ministers; dit alles werd geaccepteerd ter wille van het hoge doel: de Europese integratie. Terecht is eens opgemerkt dat de Europese Unie zelf niet voldoet aan de eisen van democratie die wel worden gesteld aan nieuwe leden.
De Unie bestaat nu uit drie pijlers: buitenlands beleid en binnenlandse veiligheid (politie, justitie) en de Europese Gemeenschap, waarvan de Emu de jongste loot is.
Arrogant
Het buitenlands beleid is ten aanzien van ex-Joegoslavië een explosief mengsel van arrogantie en onverstand geweest. Op het gebied van justitie en politie dreigen wij te worden meegesleept in een uitzichtloze oorlog tegen drugs.
De Europese Gemeenschap is een op het marktmechanisme gebaseerd systeem, waaraan echter belangrijke elementen ontbreken om dat mechanisme verantwoord te laten functioneren. Het is een bekend misverstand dat meer markt met minder overheid gepaard moet gaan. Als alleen naar geld gekeken wordt, betekent meer markt inderdaad minder overheid. Maar markten functioneren niet in het luchtledige; zij hebben regels nodig. En verder heerst op markten de 'democratie' van de koopkracht en die kan, om het zacht te zeggen, wel eens wat onrechtvaardig verdeeld zijn. Als prijzen en inkomens uitsluitend door de markt worden gestuurd, dan willen er nogal eens wat mensen maatschappelijk uit de boot vallen.
Dat wil natuurlijk niet zeggen dat overheden het altijd goed doen. Alles en iedereen kan falen, maar het 'voordeel' van een democratische overheid is dat deze bij verkiezingen naar huis gestuurd kan worden. De sterk gegroeide macht van de markt daarentegen is uiterst moeilijk te controleren; zeker als regeringen, gehoor gevend aan de liberalisatiemode, allerlei controlemogelijkheden uit handen hebben gegeven.
In het Europese integratieproces zijn de bevoegdheden van nationale overheden steeds meer uitgehold en verschoven naar Europees niveau. Daartegenover is geen democratische versterking op hetzelfde niveau gekomen. Die uitholling is zo geleidelijk gegaan, dat veel juristen nog steeds denken dat er eigenlijk niets aan de hand is en dat alles keurig volgens de regels is verlopen. Terecht schreef mijn collega E. A. Alkema dat sommige bepalingen van de Grondwet “uiterst laconiek worden opgevat” en hij verbaast zich (met mij) over het feit dat de “meest gerede interpreten” van de Grondwet de geleidelijke maar structurele aantasting hiervan door de Europese integratie passief volgen. De democratie verwordt tot een slikken of stikken-mechanisme ten aanzien van datgene wat in het geheim is bekokstoofd en de overgrote meerderheid van de juristen gelooft het wel. Een droevige situatie.
Mooie baan
De heersende club binnen de PvdA heeft zich op allerlei manieren aan de Emu gebonden. Voor Kok is het politiek prestige, voor Duisenberg een mooie baan. De Europese Centrale bank is een instituut dat nog onafhankelijker is dan de Bundesbank. Hoogste doel van de bank is prijsstabiliteit, wat er ook gebeurt. Nee, zegt Duisenberg, we besturen de economie niet als boekhouders, maar als verantwoordelijke beleidsmakers. Maar daar gaat het nu juist om, onze hoogste monetaire beleidsmaker is niet onderworpen aan controle (op afstand) door een regering. Dat 'verantwoordelijke beleid' wordt door de bank bepaald en banken en 'sociaal verantwoord beleid ' kunnen parallel lopen, maar dat is niet noodzakelijk het geval.
Europa is een heterogeen geheel en zal dat (hopelijk) ook nog wel een tijdje blijven. Maar dat betekent ook dat economische schokken opgevangen zullen moeten worden door datgene wat zich in normale omstandigheden het moeilijkst verplaatst: de productiefactor arbeid. Werknemers zullen de klappen opvangen, het kapitaal verplaatst zich soepeltjes. Het ontbreken van centrale coordinatie op Europees niveau betekent ook dat het vrije kapitaalverkeer regeringen dwingt tot beleidsconcurrentie om het kapitaal vast te houden.
Er wordt de laatste tijd nogal eens gediscussieerd over normen en waarden. Op Europees niveau glijden wij versneld af naar een a-sociale en ondemocratische maatschappij. Er is op grote schaal sprake van uitsluiting, ongelijkheid en overbodigheid van mensen. Een mooie taak voor christenen en humanisten om daar samen iets tegen te doen?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.