*

 
dossier

Archief

Thuiszorg kijkt begerig naar goedkope krachten

PETER VAN LAKERVELD − 19/01/96, 00:00

Het kan natuurlijk van geen kant wat de Zorggroep Oost-Gelderland wil. Deze thuiszorgorganisatie heeft 1600 vrouwen op de loonlijst, wil 700 van hen ontslaan om ze vervolgens als alpha-hulp weer aan te trekken. Dat wil zeggen: als oproepkracht met aanzienlijk slechtere arbeidsvoorwaarden. Doorbetaling in vakanties is er niet meer bij, de opbouw van pensioenrechten valt stil.

Het arbeidsbureau zal er wel een stokje voor steken. Mensen ontslaan om ze terstond weer aan te nemen tegen ongunstiger arbeidsvoorwaarden mag wettelijk niet. Zelfs niet als de instelling - zoals in dit geval - 3,5 procent moet korten op het budget. Dat is het gevolg van een verschuiving van overheidsgelden voor de thuiszorg: dichtbevolkte gebieden in het westen krijgen er wat bij ten koste van de rest van het land.

Op de achtergrond staat echter een nog veel ingrijpender verandering. De kruisverenigingen - zorginstellingen die geheel van overheidsgeld afhankelijk zijn - worden over een periode van vijf jaar geleidelijk met 35 procent gekort. Het ontbrekende bedrag moeten ze in contracten met zorgverzekeraars zien te compenseren. Ook particuliere zorgbedrijven - concurrenten dus - proberen met de verzekeraars tot afspraken te komen.

Meer markt in de zorg. Of liever: bezuinigingen door de overheid, want daar gaat het eigenlijk om. Eerst sneed de overheid in de uitgaven voor de intramurale zorg (ziekenhuizen et cetera) waardoor de nadruk meer kwam te liggen op de extramurale zorg, waaronder de thuisverpleging. Daar gaat gaat nu minder overheidsgeld naar toe, wat betekent dat het hele beleid wordt uitgevoerd over de ruggen van de thuiszorgers. Zij moeten in minder uren meer doen. Wijkverplegers zitten soms in een zo strak schema (zoveel minuten per patiënt, pardon: per produkt) dat ze dagelijks onbetaald overwerken.

De thuiszorg (particulier of kruisverenigingen) omvat verpleging en huishoudelijke hulp. Het is die tweede categorie waar het bij de ontslagplannen van Oost-Gelderland om gaat. Dat is tekenend. Er mogen tal van interessante verhandelingen zijn geschreven over de flexibilisering van de arbeid. Mensen zouden minder strakke werktijden willen, ze werken dan weer een tijdje in loondienst, dan weer een poos zelfstandig of via een uitzendbureau en op weer een ander moment voor halve dagen om erbij te studeren. Een man als minister Wijers kan lyrisch worden van zo'n loopbaan.

Maar het is wel een carrière die past bij de sterkeren. Bij mensen die slim en creatief zijn of die kans hebben gehad om te studeren. Niet iedereen heeft echter dezelfde capaciteiten. Wie om zich heen kijkt, ziet dat flexibele baantjes, zoals die van oproepkrachten, soms terecht komen bij vrouwen wier man een goede baan heeft maar meestal toch bij mensen aan de onderkant van de samenleving. Bij laaggeschoolden of allochtonen.

Flexiblisering van de arbeid heeft zeker goede kanten. Toch zijn het de beter toegerusten die er van profiteren. De minder sterken hebben meer behoefte aan de zekerheid van een vast dienstverband. Maar de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt gaan precies andersom, ook in de zorgsector. En nu de zorginstellingen financieel afhankelijker worden van de verzekeraars wordt dat alleen maar sterker; een instelling met lage loonkosten is voor de verzekeraar aantrekkelijk. Het is pijnlijk, dat de introductie van de markt in de zorgsector ten koste gaat van zwakkeren: minder kansen voor mensen die op de arbeidsmarkt weinig hebben te bieden en een verzorging onder voortdurende tijdsdruk voor hulpbehoevenden.

mailIcon print |