*

 
dossier

Archief

Wat wil het volk van Nederland?

ROMANA ABELS − 07/02/98, 00:00

Het was 1870 en alles was anders. Er waren nog niet zoveel kranten, en de kranten die er waren werden niet veel gelezen. Ze waren duur, volgedrukt, bedoeld voor handelaren en de elite. Maar toen het knellende 'dagbladzegel', de hoge belasting op kranten die de producten vaak twee keer zo duur maakte, werd afgeschaft zagen de drukkers George Lodewijk Funke en Pieter van Santen hun kans schoon.

Zij wilden een krant maken die het nieuws bracht voor het volk. Die de arbeiders zou opvoeden, maar niet zou beleren. Ze hadden een voorbeeld: in Frankrijk werd zo'n krant uitgegeven, die Le petit journal heette en een groot succes was. “De burger neemt niet elken morgen zijn blad ter hand om zich te laten catechiseren of te schoolmeesteren, maar in de eerste plaats om het nieuws van die dag te vernemen”, zo vermoedden de uitgevers.

In maart 1870 was het eerste volksdagblad van Nederland een feit. 'Het nieuws van den dag' hadden de uitgevers het eenvoudigweg genoemd. Als hoofdredacteur benoemden ze Simon Gorter, de vader van de later beroemd geworden dichter Herman. “Wat wil het volk van Nederland, (...) dat het zoo woelig, twisterig, zoo ontevreden en bedilziek is. Wat zoekt het dan nog?”, schreef Gorter in het hoofdcommentaar van de eerste krant.

Het Nieuws van den Dag ontstond, sloeg aan en groeide als kool. Andere uitgevers kopieerden de formule. Maar geen van al die kranten, al heetten ze 'De echo van het nieuws' of 'De spiegel', kon het succes van de eersteling evenaren.

Rond 1900 was Het Nieuws van den Dag een ware gigant, met een oplage van 38.000 exemplaren. Het succes lag aan een nieuwe journalistieke formule, die wars van de heersende mode ongebonden en informatiegericht was, terwijl de rest van Nederland verzuilde en iedere zuil zijn eigen medium las. Toch gaf Het Nieuws van den Dag de arbeiders wat Jan Blokker in 'Honderd jaar informatie in Nederland' een 'samenlevingsbewustzijn' noemde: uit de herinneringen van Troelstra blijkt bijvoorbeeld hoe diens vader wekelijks met Het Nieuws van den Dag op zak naar het plein liep, om de daar de verzamelde arbeiders te vertellen wat er de afgelopen week gebeurd was in de Frans-Duitse oorlog.

Ook in het begin van de twintigste eeuw bleef Het Nieuws van den Dag een volksopvoedend medium. Van de abonnees, zo bleek uit een onderzoek, was veruit de meerderheid arbeider. De hogere klasen lazen 'Het Nieuws' nagenoeg niet.

Maar in die tijd was Het Nieuws van den Dag al lang niet meer de enige krant die zich richtte op het gewone volk. In 1893 begon de wat avontuurlijk ingestelde zakenman George Tindal, die geïnteresseerd was in het uitgeversbedrijf, met twee kranten. Een nette krant voor het hogere volk en een volksere pendant daarvan. De Telegraaf heette de eerste, De Courant de tweede. Een financieel licht was hij niet. Zijn kranten liepen aardig, maar toch werd Tindal in 1901 failliet verklaard.

Drukkerszoon H.M.C. ('Hak') Holdert kocht de twee kranten op. Voor 40.000 gulden kreeg hij ook de drukpersen, de gebouwen en het voltallige personeel. Holdert kocht alles wat hem in de weg liep, en dat waren voornamelijk Amsterdamse kranten. In 1923 viel ook Het Nieuws van den Dag aan hem ten prooi. Ook dat bedrijf floreerde, ondanks het succes van de krant, niet bepaald. Holdert beloofde Het Nieuws van den Dag in stand te houden, maar hield die belofte maar heel even. Op vijf mei 1923 ging Het Nieuws van den Dag op in De Courant, die voortaan De Courant het Nieuws van den Dag heette.

De lezers en de redactie waren woedend. De redactie solliciteerde massaal bij het Algemeen Handelsblad, de lezers schreven brieven. “Tot onze grote spijt is het dus werkelijkheid geworden dat wij Het Nieuws van den Dag niet meer zullen ontvangen. Vele, vele jaren was ik abonnee. De Telegraaf zou ik niet willen lezen, al kon ik dien voor niets ontvangen, De Courant ook niet. Het Handelsblad zou dan nog gaan, maar dat is zoo heel erg duur.”

Voor uitgever Holdert ging een droom in vervulling. Met de aankoop had hij zich een plaats verworven op de Amsterdamse Nieuwezijds Voorburgwal, de Fleetstreet van Amsterdam. Daar waren alle grote kranten gevestigd. Voor De Telegraaf en De Courant het Nieuws van den Dag liet hij er een gebouw neerzetten.

Voor het abonnee-aantal was de overname van Holdert verre van desastreus. Vooral de Amsterdamse krant De Courant het Nieuws van den Dag floreerde. Samen met De Telegraaf groeide de krant voor de oorlog tot een gezamenlijke oplage van 450.000, een kwart van de totale dagbladenmarkt. De oplage van De Telegraaf was vele malen kleiner dan die van 'Het Nieuws', die 335.000 exemplaren van die oplage voor zijn rekening nam.

In de oorlog werd de uitgave van zowel De Courant het Nieuws van den Dag als De Telegraaf gewoon voortgezet. Hoofdredacteur Goedemans, die beide kranten bestierde, voerde een beleid dat het midden hield tussen doen wat de bezetter hem opdroeg en 'klein verzet'. Collaborerende kranten beschuldigden hem ervan de verplichte berichten achterin de krant weg te stoppen en er altijd bij te zetten dat ze van het ANP afkomstig waren, waarmee hij aangaf zelf geen verantwoordelijkheid te willen dragen. Eigenaar Holdert steunde hem in die lijn.

In 1942 moest Goedemans het veld ruimen. Zijn opvolger probeerde zijn beleid voort te zetten. Intussen maakte de oplage van de krant nog steeds een groei door, zij het minder snel dan in de jaren voor de oorlog. In 1940 waren er 335.000 abonnees, in 1944 383.000. De Telegraaf daarentegen slonk met vierduizend abonnees, van 86.000 naar 82.000.

In 1944 overleed de oude eigenaar 'Hak' Holdert. Zijn zoon 'Hakkie' nam het roer over. Maar 'Hakkie' moest niets hebben van het 'klein verzet' van de kranten. Hij was overtuigd SS'er, en zorgde ervoor dat dit ook snel aan de kolommen van de kranten te zien was. Een nieuwe hoofdredacteur, een voormalige SS-oorlogscorrespondent, hielp hem daarbij. De oorlog duurde nog een half jaar voort, waarna voor beide kranten in het concern een verschijningsverbod volgde.

Na de oorlog stond het leven van De Courant het Nieuws van de Dag in het teken van de terugkeer. Allereerst de terugkeer op de dagbladmarkt. In 1948 had de commissie perszuivering geoordeeld dat Het Nieuws van de Dag nooit meer onder die naam zou mogen verschijnen, en onder een andere naam pas over twintig jaar mocht terugkeren. Verzetskranten als Het Parool, Trouw en Vrij Nederland, die gebruik maakten van de rotatiepersen van het Telegraaf-concern, voeren daar wel bij.

Toen in 1949 een commissie van beroep het besluit van de commissie perszuivering vernietigde, hoopten die kranten dat geen enkele abonnee zou terugkeren naar Het Nieuws van de Dag, de krant die voor de oorlog zo groot was geweest.

Voor Het Parool, een Amsterdamse krant, was het duidelijk dat de terugkeer van Het Nieuws van de Dag de ondergang van Het Parool zou betekenen. Maar in 1949 was de roep om terugkeer van prominente rechtse personen en van drukkers van de krant zo sterk, dat het onvermijdelijk bleek dat zowel De Telegraaf als De Courant het Nieuws van de Dag opnieuw zou verschijnen.

De herintroductie van de twee kranten werd een ware mislukking. De Courant het Nieuws van de Dag had in 1950 nog maar een kleine tienduizend abonnees. De directie overwoog De Telegraaf, die nog minder werd verkocht, op te heffen. De Telegraaf-holding kon slechts overleven dankzij de drukcontracten met de gastbladen Het Parool en Trouw.

Pas in de jaren vijftig trok het aan. Langzaam vergaten de oud-abonnees van de twee kranten dat hun bladen een dubieus oorlogsverleden hadden. De Courant het Nieuws van de Dag richtte zich duidelijk op Amsterdammers, waar ook het merendeel van de Parool-abonnees woonde. Maar waar Het Parool geen speciaal Amsterdams nieuws plaatste om zijn lezers te plezieren deed Het Nieuws van de Dag dat wel.

De terugkomst van De Telegraaf en zijn Amsterdamse pendant 'Het Nieuws' had voor Het Parool grote gevolgen: van de 335.000 abonnees die de krant in 1945 nog had, waren er in 1958 nog maar 157.000 over. Het Nieuws van de Dag had er toen alweer 85.000.

Het consortium van eigenaars, waarin onder anderen de twee hoofdredacteuren Goedemans en Lunshof zaten, begon winst te maken. Er werd fors geïnvesteerd. De Telegraaf groeide sneller dan 'Het Nieuws' en haalde de verzetskranten langzamerhand in: in 1958 had die krant een oplage van 144.000 exemplaren.

In de jaren zestig trok De Courant het Nieuws van de Dag Amsterdammers aan als een magneet. Dertig procent van de opzeggers van Het Parool, dat rond die tijd grote verliezen kende, abonneerde zich op Het Nieuws van de Dag. Die groeide naar 145.000 exemplaren in 1968.

In 1970 besloot Het Parool, dat een vrij reële angst had ten onder te gaan aan het succes van Het Nieuws van de Dag, de concurrent met zijn eigen wapens te bestrijden. In een abrupte koerswijziging werd Het Parool een op Amsterdam gericht, populair blad. Toch kwam voor beide kranten die jaren de ommekeer. Amsterdammers vertrokken massaal naar Purmerend, Hoorn en Alkmaar. Daardoor daalde de oplage van beide kranten met tienduizenden tegelijk. Waar Het Nieuws van de Dag in 1973 nog 173.000 abonnees had, was dat tien jaar later gereduceerd tot 56.000. Het Parool daalde naar 113.600 en kwam in de jaren daarna zelfs onder de magische grens van 100.000 exemplaren terecht.

Ook Het Nieuws van de Dag maakte een forse daling door. De oplage was in 1983 nog maar 60.000. In 1985 besloot moederdrijf De Telegraaf om de toen al meer dan een eeuw oude krant in twee edities uit te gaan brengen. Bij de al bestaande middagkrant werd een ochtendeditie gemaakt. Die sloeg beter aan dan de middagkrant, maar hoewel het verlies minder groot was dan voorgaande jaren kwam de krant er niet meer bovenop.

Volgende week, twaalf jaar na die laatste ingrijpende wijziging, gaat Het Nieuws van de Dag op in De Telegraaf.

Amsterdammers zullen dan een extra regiopagina in hun krant vinden. Opnieuw zullen de lezers moeten kiezen of ze dat willen. Want Het Nieuws van de Dag is toch heel wat anders dan De Telegraaf.

mailIcon print |