In relatieve stilte bouwt prof. mr. Marius Job Cohen (50) aan een politieke loopbaan die hem volgens velen in het volgend kabinet gaat brengen. Vandaag neemt hij afscheid als rector magnificus van de Universiteit Maastricht, waar hij een van de grondleggers was van het actieve onderwijssysteem, dat de Limburgse academie tot de dag van vandaag doet groeien tegen de algemene tendens in.
Tussen 1993 en 1994 paste Cohen als staatssecretaris al een jaar op de winkel van het hoger onderwijs. Bekwaam, vertrouwenwekkend en een beetje saai, menen velen. Daarna wees de 'bruggenbouwer' een ministerschap af, maar als PvdA-fractievoorzitter in de Eerste Kamer bleef hij in beeld. En inmiddels is hij beschikbaar: 1998 noemt hij een 'sabbatical'. Zijn huidige invloed in de PvdA bleek ook uit zijn succesvolle aanbeveling van Trouw-journaliste Marleen Barth voor de kandidatenlijst voor het parlement.
Wat moet je als journalist eigenlijk doen om door u de Tweede Kamer in geloodst te worden?
“Ik loods niet, ik geef hoogstens een aanbeveling als ik denk dat iemand het goed kan. Het is voor mij niet van belang of iemand journalist is. Voor de beroepsgroep wel, heb ik gemerkt.”
Zelf gaat u natuurlijk ook als een speer in de richting van het kabinet. Nog even met Tineke Netelenbos afrekenen, of misschien wel naar justitie. Dat sabbatical jaar, dat gelooft niemand.
“Ik speculeer daar niet op.”
Niets zeggen is veelzeggend.
“Ik neem eerst rustig de tijd, en daarna bekijk ik welke bestuurlijke functie ik kan vervullen. De universiteit is een van de mooiste plaatsen om te werken, maar ik ben uit de onderzoekswereld gegroeid.”
Als bestuurder kent Cohen die wereld door en door. De toenemende onduidelijkheid in de verstrengeling van onderzoekers en bedrijfsleven baart hem zorgen. Zoals blijkt uit het groeiende aantal bijzonder hoogleraren: personen die worden voorgedragen en betaald door organisaties van buitenaf. Vorige maand meldde deze krant dat een bijzonder hoogleraar in het notariaat zijn titel gebruikte om te lobbyen bij het parlement tegen de ophanden zijnde wetswijziging.
Wat betekent dat voor de academische vrijheid?
“Daar ligt duidelijk een probleem. Voor goed onderzoek is een zekere onbevangenheid gewenst. Alles kan worden besproken. Ik zie vooral een probleem in die bijzonder hoogleraar. Vaak maakt zo'n persoon deel uit van die organisaties. Neem die hoogleraar in het notariaat die een lobby voert. Het is niet verboden, maar in het optreden van de hoogleraar hoort vooral zijn wetenschappelijke instelling door te klinken.”
Wat kun je daar tegen doen?
“Gewoon sommige aanbiedingen niet aannemen. Je kunt ook zorgen dat in het bestuur van de stichting die zo'n leerstoel beheert, de meerderheid uit wetenschappers bestaat. Het gaat in veel gevallen ook gewoon goed.
Ik vind de wildgroei in het fenomeen bijzondere hoogleraren misschien nog wel zorgwekkender dan wat men de 'bijklussende' hoogleraar noemt, iemand die onderzoek uitvoert voor een bedrijf. Dat kun je tenminste duidelijk regelen. Ik vind het nog steeds unfair dat iemand als Roel in 't Veld alle kritiek op zijn bijklussen over zich heen kreeg. Hij had juist duidelijke afspraken gemaakt.
Ondertussen is op de universiteit een heel onheldere wereld ontstaan. Universiteiten krijgen vaak te horen dat ze oneerlijke concurrentie vormen voor bedrijven, maar tegelijkertijd zie je dat bedrijven universitaire medewerkers inhuren voor tarieven ver onder de marktprijs. En krijgt de onderzoeker het geld of de universiteit? Dat wordt in de toekomst nog sterker een probleem. Je zult mij nooit horen klagen over het salaris van een hoogleraar, maar in vergelijking met het bedrijfsleven is het heel weinig. Zie dan maar eens je beste mensen te behouden.''
Universiteiten klagen steen en been dat de overheid hen zo slecht behandelt. Dan kun je maar beter privatiseren.
“De overheid is ook lang niet altijd betrouwbaar, maar ik heb er meer vertrouwen in dan in de markt. Te veel aan de markt overlaten zou betekenen dat vakgebieden totaal afhankelijk worden van de belangstelling op korte termijn. We hebben jarenlang de criminologie verwaarloosd. Toen kreeg je de IRT-affaire en bleek hoe belangrijk inzichten uit dat vakgebied waren voor de analyse.
Iets anders: de collegegelden zouden bij privatisering op veel plaatsen ook enorm hoog worden. Onaanvaardbaar, zeker als een bepaalde groep mensen dan helemaal niet de keuze heeft om die studies te volgen.''
Gelukkig hebben we nu voor de studiebeurs de commissie-Hermans die in de eerste twee jaar de beurs wil verhogen.
“Ik ben niet zo gelukkig met dat voorstel. Het maakt studeren heel selectief. De laatste paar jaar moet je een volledige beurs lenen. Voor mensen die de beurs het hardst nodig hebben, is dat misschien een te groot risico.”
Wat moet de volgende vier jaar het meest dringend veranderen in het onderwijs?
Het maatschappelijk aanzien is zo sterk gedaald, dat moet anders. We kunnen wel hard roepen dat er een nieuwe kennismaatschappij moet komen, maar dan moeten we daar ook in investeren. Dat begint bij leraren: hen vertrouwen wij de kinderen toe die de kennissamenleving moeten maken.''
“Ik denk dat Jo Ritzen over tien jaar meer waardering krijgt dan nu. De begroting is op orde gebracht en hogescholen en universiteiten zijn geprikkeld tot een beetje onderlinge concurrentie en tot meer kwaliteit.”
Laat u de universiteit met een gerust hart achter?
“Ach, je hebt op de universiteit altijd mensen die roepen dat het niet goed gaat. Dat hoort een beetje bij die verzameling eigenwijze geesten. Je wilt altijd meer, er is altijd nog een wereld erbij te onderzoeken.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.