Van een onzer verslaggeefsters DEN HAAG - Kip- en kalkoenfilet vormen een bedenkelijk alternatief voor mogelijk besmet rundvlees. Het eten van deze producten is nog steeds niet zonder gevaar. Uit een onderzoek van de Consumentenbond blijkt dat in kipproducten nog veel ziekteverwekkende stoffen zitten.
In het eerste half jaar van 1996 steeg de verkoop van kippen- en kalkoenvlees met zeven procent. Die verschuiving is begrijpelijk, gezien de commotie rond het Britse rundvlees.
Uit recente proeven van de Consumentenbond vlees van gevogelte van slagers, supermarkten en de lokale markt blijkt dat bijna driekwart van het kippenvlees en 34 procent van de kalkoen is besmet met campylobacteriën en 23 procent salmonella-bacteriën bevat. Beide bacteriën kunnen mensen ziek maken wanneer het vlees niet geheel doorbakken is, waar de bacteriën door worden gedood.
Voor reeds verzwakte mensen kunnen ze zelfs dodelijk zijn. Jaarlijks overlijden zo'n tien mensen, vaak ouderen, als gevolg van salmonella-besmetting. Volgens de Consumentenbond worden er jaarlijks tussen de 100 000 en 150 000 mensen ziek door salmonella-infectie.
Drie maal zoveel mensen worden jaarlijks geveld door de campylobacter-bacter. Dit laatste is minder bekend omdat de campylobacterie meestal geen ziekte-explosie veroorzaakt, maar individuen treft.
De totale kosten, door ziekteverzuim en doktersconsult, wordt geschat op 150 miljoen gulden.
Het is tot op heden wettelijk niet verboden kip en kalkoen met salmonella of campylobacter te verkopen. Een verbod heeft pas zin wanneer een andere productiemethode wordt gebruikt. Zolang de Nederlandse pluimveehouderij erg intensief is en de dieren dicht op elkaar zitten, zijn beide bacteriën nauwelijks uit te bannen.
Staatssecretaris Terpstra van volksgezondheid dreigde begin deze week echter met een Warenwet-verbod op de verkoop van besmette kipproducten als de pluimveebranche niet binnen afzienbare tijd orde op zaken stelt. Het Produktschap Pluimvee en Eieren (PPE) zou op een termijn van vijf jaar een Salmonella-vrije kip beloven, maar dat duurt Terpstra te lang.
Toch worden langzaam verbeteringen in de Nederlandse pluimveehouderij ingevoerd. Van de 1400 bedrijven met vleeskuikens hebben er 700 een IKB-erkenning. Twee jaar geleden was dat 200 minder. IKB staat voor Integrale Keten Beheersing, een normenstelsel waaraan in de toekomst de hele productieketen van pluimveevlees moet voldoen, maar waarvoor geen wettelijke verplichting bestaat.
De Productschappen Vee, Vlees en Eieren (PVE) willen de beschikking krijgen over tuchtrecht om effectief te kunnen optreden tegen bedrijfsgenoten die de voorschriften aan hun laars lappen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.