*

 
dossier

Archief

Sintjohannesga ingetogen over zege 'wereldwief'

GEORGE MARLET − 07/01/97, 00:00

SINTJOHANNESGA - Nee, na enig heen en weer gepraat ziet de kerkenraad van de Nederlandse hervormde gemeente in Sintjohannesga toch af van het sturen van een gelukwens naar plaatsgenote Klasina Seinstra.

De overwinning van de Elfstedentocht is haar van harte gegund, daar ligt het niet aan. Maar Seinstra is geen lid van de kerk en dan zou een felicitatie al gauw wat opdringerig kunnen lijken. Dominee Hannessen (“Ik schaats zelf niet, nog geen elf meter”) stuurt op persoonlijke titel wel een kaartje. “En de jongelui die woensdagavond naar de huldiging willen, krijgen vrijaf van catechisatie. Zo'n huldiging, dat is toch een eenmalig gebeuren.”

De zuinige reactie van de dominee kan enigszins model staan voor de terughoudende, bijna koele reactie van het Friese dorp op het schaatssucces van Klasina Seinstra. De deinende massa's van zaterdag en het vrijwel uitgestorven Sintjohannesga op maandag, het is beide Friesland en bitter koud, maar daar houdt de overeenkomst ook wel op.

De opwinding in het dorp was een jaar geleden aanzienlijk groter, toen baldadige dorpsjeugd tijdens de jaarwisseling brand stichtte en veel vernielde. De afgelopen jaarwisseling bleef het rustig dank zij een speciaal feestprogramma voor de jeugd. “Ze hebben zich dit jaar voorbeeldig gedragen”, zegt een bewoonster goedkeurend.

Anders dan in Alphen aan den Rijn, de woonplaats van de mannelijke Elfstedentocht-winnaar Henk Angenent, blijft het uiterlijk eerbetoon in 'Sint Jansgea' vooralsnog beperkt tot wat onbeholpen spandoeken voor en op het nieuw gebouwde huis van Seinstra en haar vriend aan de Heje Dyk (Hoge Dijk).

Geen van de buren of vrienden is erin geslaagd haar voornaam correct te spellen, maar die is dan ook ongebruikelijk. Pas morgenavond wordt de schaatsende postbode in de feestzaal van het plaatselijke - en enige - café Van der Zwaag gehuldigd. Gewoonlijk is dat de plaats van samenkomst van het verenigingsleven: de damclub, het volksdansen, de gymnastiek, het toneel, de plattelandsvrouwen en de geitenfokvereniging. Uitbater Yde Louw van der Zwaag kan “met geen mogelijkheid inschatten” hoeveel van de dertienhonderd inwoners morgenavond present zijn.

“De Jouster Courant komt te laat uit. We hebben het in het café doorgegeven en Dorpsbelangen laat nog een geluidswagen rondrijden. Ik hoop voor haar dat de zaal vol komt.”

Enthousiasme is er vooral in de vorm van chauvinisme: een inwoonster van Sintjohannesga (of Sint Jut zoals de autochtonen zeggen) is als eerste vrouw geëindigd. Dat ze Klasina Seinstra heet, is voor de meeste mensen bijzaak, al vindt iedereen het wel sneu, dat zij geen lauwerkrans kreeg omgehangen en Angenent wel.

De verklaring voor de ingetogen reactie is simpel. Klasina woont nog maar een paar jaar in Sintjohannesga en bovendien 'buiten', aan de rand van het dorp. “Als ze hier in de dorpskom zou hebben gewoond, was de reactie vast wel uitbundiger geweest”, oordeelt de dominee. Bovendien werkt Seinstra als postbode vanuit het naburige Heerenveen meestal elders. Onbekend maakt onbemind.

Dat is jammer, oordeelt Klazien van der Zwaag van het gelijknamige café, want ze heeft Klasina leren kennen als “een wereldwief en een machtmens”. In de weken voor Kerst assisteerde Seinstra haar collega bij het rondbrengen van de post in Sintjohannesga. Het café fungeerde als steunpunt. “Klasina is een echte Friese meid met heel veel lol. We hebben hier wat afgelachen”,vertelt ze nog nagenietend.

Van der Zwaag kan de nuchtere reacties goed plaatsen. Zo zijn de mensen in dit veengebied nu eenmaal. “Overenthousiast doen, dat is er niet bij. Er moet flink wat Beerenburg in voordat ze loskomen. En in het dorp moet je er wel tussen passen. Een punker bijvoorbeeld zou hier niet aarden. Maar als je eenmaal geaccepteerd bent, dan is het hier geweldig.”

Het beste bewijs daarvan is dat jongeren die vanwege werk of studie zijn uitgevlogen in het dorp terugkeren als ze de kans krijgen. “Gezelligheid is de belangrijkste drijfveer.” Sintjohannesga (gemeente Skarsterlân), vanouds bekend als bakkersdorp, is in de loop der jaren uitgegroeid tot een forensendorp, mede door de gunstige ligging aan de rijksweg A 7 tussen Joure en Heerenveen.

De grootste plaatselijke werkgevers zijn bakkersbedrijven zoals Wieger Ketellapper (kruidkoek), Van Dijk (roggebrood) en Modderman (pepernoten en taai-taai). De belangrijkste voorzieningen zoals scholen, winkels, postkantoor en bank zijn er, al dunt het aantal winkels wel uit. De meeste mensen hebben een auto en de grote stad is dan dichtbij.

Aan weerszijden van de Streek, de hoofdstraat, zijn vanaf de jaren zestig nieuwe wijken gebouwd. De uitbreiding is beperkt om het dorpse karakter van Sintjohannesga niet aan te tasten. Antiekhandelaar Wim Kleuft, drie jaar geleden voor de rust en ruimte verhuisd: “Het is hier een kleine gemeenschap, gastvrij en sociaal voelend. Als er iets gebeurt, hoor je het. Zo lang je maar gewoon doet, raak je hier heel goed ingeburgerd.”

In café Van der Zwaag herinneren slingers van Friese vlaggetjes nog aan de Elfstedentocht. De zaak ging zaterdagmorgen al om vijf uur open, zodat stamgasten het televisieverslag konden kijken. Zowaar hadden een paar bezoekers met schmink de Friese vlag op hun gezicht geschilderd en had iemand een spandoek meegenomen. Klazien van der Zwaag: “Daaraan zie je dat de aard van de mensen toch wat begint te veranderen. Maar te veel van het patroon afwijken, dat wordt hier niet op prijs gesteld.”

mailIcon print |