*

 
dossier

Archief

De man achter Winnie Sorgdrager

Door: redactie − 28/01/98, 00:00

Van een onzer verslaggevers DEN HAAG - Hij is de belangrijkste adviseur van Winnie Sorgdrager, zijn invloed op de justitieminister moet groot zijn. Boze tongen beweren dat er tussen Sorgdragers secretaris-generaal mr. H. C. J. L. (Harry) Borghouts en mr. Arthur Docters van Leeuwen een titatenstrijd woedt. Twee sumoworstelaars die grommend tegen elkaar aan staan te dreunen, met een driftig arbitertje, Winnie Sorgdrager.

Maar mensen die hem kennen werpen dat beeld ver van zich. Harry Borghouts is geen worstelaar, zeker niet van het sumo-type. Hij is wel een taaie. Iets van een verbale knokpartij kan zich heel goed hebben afgespeeld tussen de voorzitter van het College van procureurs-generaal en de hoogste ambtenaar van het ministerie van justitie. Want als Borghouts eenmaal een standpunt heeft, moet je van goeden huize komen wil je hem daar van afbrengen.

Borghouts is de eerste secretaris-generaal die lid is van GroenLinks. Z'n opmerkelijke loopbaan begint in 1961 bij de marine, waar hij als adelborst de sabel krijgt uitgereikt voor de veelbelovendste officier van zijn lichting. Maar de samenleving verandert. In 1974 kiest hij ervoor om voor zijn dochtertje te gaan zorgen, als huisman. Drie jaar later wordt hij beleidsmedewerker bij Binnenlandse zaken.

In datzelfde jaar stapt hij in zijn woonplaats Heemstede in de gemeentepolitiek. Hij zal tien jaar raadslid blijven. De Harry Borghouts van toen, het PPR-lid met baard, slobbertrui en geitenwollen sokken, zou misprijzend kijken naar de Borghouts van nu: de onberispelijke ambtenaar in driedelig pak.

Hij was zo iemand die precies wist wat hij wilde, zegt Maarten Divendal, die hem in de Heemsteedse periode van nabij meemaakte. “Hij maakte altijd van die briefjes waarop hij dan de koers uitzette, na een scherpe analyse te hebben gemaakt van het probleem. Korte notities met voors en tegens én met alternatieven. Maar als hij zelf een keuze had gemaakt, hield hij daar aan vast.”

De ambtelijke carrière van Borghouts verloopt stormachtig. Eigenlijk hoeft hij amper naar nieuwe uitdagingen te solliciteren, ze komen hem haast aanwaaien. Bij Binnenlandse zaken klimt hij op tot directeur van de Directie Politie. Van 1990 tot 1992 leidt hij het project reorganisatie politie, uitmondend in de vorming van 26 regiokorpsen.

Nog voordat die klus klaar is, wordt hij door Sorgdrager gevraagd leiding te gaan geven aan de departementale organisatie bij Justitie. Sorgdrager heeft secretaris-generaal mr. J. Suyver weggestuurd in de nasleep van de IRT-enquête. Met de overstap van Borghouts naar Justitie kruisen de loopbanen van de twee sumo-worstelaars elkaar opnieuw. Borghouts en Docters van Leeuwen hebben dan al veertien jaar gelijktijdig in uiteenlopende functies bij Binnenlandse zaken gewerkt.

Botsen

Sommigen zien Borghouts als tegenwicht voor de doortastende voorzitter van het college van procureurs-generaal. In een interview voorspelt Tom de Graaf (D66) dat de twee nog wel eens zullen botsen: 'de barokke Docters tegenover de meer rechtlijnige, bijna Scandinavische Borghouts'. 'Onzin', zegt Borghouts zelf. “Docters is een krachtige persoonlijkheid die veel te doen heeft. Waarom zou ik daar een tegenstander van moeten zijn?”

Bij Binnenlandse zaken merkt hij hoe weinig de ambtelijke cultuur doordesemd is van het adagium dat het primaat bij de politiek ligt. De ambtenaar hoort ten dienste te staan van de politiek, vindt Borghouts. Een procureur-generaal die zijn minister met de rechter dreigt, past niet in dat beeld.

mailIcon print |