AMSTERDAM - Niet alleen de politie houdt tegenwoordig de coffeeshops nauwlettend in de gaten. Ook de orthodoxe moslimorganisatie Djamaat al-Tablir wa-Dawa ('Genootschap van Brengers van de Boodschap') speurt de coffeeshops af - op zoek naar 'gevallen' Marokkanen.
Een jaar geleden sleet ook Hussein (34) zijn dagen nog in de coffeeshop. “Ik was een slechte jongen: ik gebruikte drugs en alcohol, gokte, was een dief en bezocht bepaalde, zondige delen van het Amsterdamse centrum.” Maar op een dag is hij met de mannen van de Djamaat mee gegaan, en heeft hij zijn leven veranderd. Sinds een half jaar doet hij zelf ook mee aan 'evangelisatie' in coffeeshops. In groepjes van vier - het liefst in lange gewaden en met baarden - bezoeken ze de coffeeshops waar veel Marokkanen komen, in Amsterdam en in de rest van het land.
Dat gaat zo: “De muziek moet uit, evenals de flipperkast en de fruitautomaten. liefst ook de joints en sigaretten. Wanneer het muisstil is, neemt een van ons het woord. In het Arabisch houdt hij een toespraak van een kwartier. Hij vertelt dan dat degenen die werkloos zijn geen enkele reden hebben om in de coffeeshop te zitten. Zij behoren vijf maal per dag naar de moskee te komen voor het gebed, en ze zouden zich in de islam moeten verdiepen.” Volgens Hussein staat de meerderheid van de coffeeshops een optreden van de Djamaat toe, en horen zelfs de meest losgeslagen Marokkanen de boodschap eerbiedig aan.
Vanaf vandaag, het begin van de vastenmaand ramadan, is het doen van dawa, het uitdragen van het geloof, extra populair bij vastende moslims. Het levert nu namelijk nog meer 'zegeningen' op, zegt een bezoeker van de moskee Billal. En zegeningen heb je nodig om na je dood in het paradijs te komen.
De leider van de Djamaat in Nederland (zijn naam wil hij niet in de krant) protesteert tegen het idee dat dawa tijdens de ramadan het paradijs dichterbij brengt. “Alleen God beslist op de dag des oordeels naar eigen inzicht wie naar het paradijs gaat en wie naar de hel: we zullen nog verrast worden. We zeggen daarom niet tegen de bezoekers van een coffeeshop 'jullie gaan naar de hel', maar 'jullie moeten de islam bestuderen'.”
Dat dawa tijdens de ramadan populairder is dan de rest van het jaar, betreurt hij. “Jij moet niet luisteren naar de gewone mensen in de moskee. Sommigen krijgen influisteringen van de duivel, die hen de vreemdste zaken laat beweren over het geloof. Veel Marokkanen weten nog minder van de islam dan de gemiddelde Nederlander. Als de Marokkanen voordat ze naar dit land toekwamen precies hadden geweten wat de islam inhoudt, dan had de Nederlandse regering geen problemen met hen gehad. Dan zouden ze geen auto's openbreken, geen drugs verkopen, niet gokken, drinken of roken. Want God heeft dit alles verboden.”
De Djamaat-leider moet niets hebben van het idee dat Marokkanen het in de Nederlandse samenleving extra moeilijk hebben. “Werkloosheid en andere problemen zijn geen excuus om niet als een goede moslim te leven. Overal kun je aanleidingen vinden om voor het slechte te kiezen. Zelfs naast de grote moskee in Mekka kun je Heineken, Grolsch en bokbier kopen. De vrome moslim laat zich niet door verleidingen en problemen van de wijs brengen. Hij houdt zijn hart zuiver en zijn rug recht.” De leider grinnikt. “Ik weet heel goed wat het is om als een slechte moslim te leven. Ik heb werkelijk alles gedaan wat God verboden heeft - zoals de meesten die actief zijn in de Djamaat.”
Djamaat al-Tablir wa-Dawa is in veel landen actief als reactiveringsbeweging onder moslims. In Nederland richt zij zich hoofdzakelijk op Marokkanen. “Pas als alle Marokkanen zich weer aan de regels houden, gaan we de overige Nederlanders tot het geloof bekeren,” zegt de leider. “Want anders zullen jullie naar ons wijzen en ons uitlachen: ha, ha, jullie willen ons bekeren tot iets waar jullie zelf niet eens aan kunnen voldoen.”
In Nederland werkt de Djamaat samen met de Ummon-moskee-organisatie, die nauw samenwerkt met de Marokkaanse overheid. Vroeger zat het hoofdkwartier van beide organisaties in hetzelfde gebouw, tegenwoordig zetelt de Djamaat in een, vermoedelijk met Saoedisch geld gekocht, schoolgebouw in Amsterdam. Dat de leider niet met naam en toenaam in de krant wil, zal niet alleen te maken hebben met zijn beleden bescheidenheid, maar ook met gevoeligheden binnen de sterk verdeelde islamitische 'gemeenschap'. De Djamaat is officieel een a-politieke, multi-etnische organisatie, terwijl de niet bij iedereen populaire Ummon wordt verweten Marokkaanse politieke belangen te behartigen. De woorden van de Djamaat-leider vallen gemakkelijk in verkeerde aarde.
Vanuit het hoofdkwartier vertrekken ieder weekeinde groepjes naar andere steden in Nederland om daar een bezoek te brengen aan coffeeshops en andere plekken waar zich Marokkaanse jongeren ophouden. Ze slapen in bevriende moskeeën en houden daar evangelisatiebijeenkomsten. De Djamaat biedt randgroepjongeren zo een intensieve training in 'islamitisch leven'.
Hussein zal tijdens de ramadan nog heel wat coffeeshops aandoen om de daar aanwezige Marokkanen er op te wijzen dat het overdag verboden is ook maar iets te consumeren. “Moslims moeten tijdens de ramadan niet alleen zorgen dat er niets in hun mond komt, ze moeten ook waken over de zuiverheid van wat uit hun mond komt: ze mogen niet roddelen, kwaadspreken of liegen. En als ze getuigen zijn van een ruzie, moeten ze hun hoofd afwenden. Want onzuiverheid komt ook binnen via de ogen of de oren.” Marokkanen die voor zijn boodschap vallen, beveelt hij aan om niet zomaar naar de een of andere moskee te gaan, maar naar een die banden heeft met de Djamaat. “Want in veel moskeeën word je met de nek aangekeken als ze je niet kennen en vermoeden dat je een Marokkaan bent die in coffeeshops komt.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.