*

 
dossier

Archief

Huisartsen weten weinig van doping

Door: redactie − 24/01/98, 00:00

Van onze sportredactie ROTTERDAM - De meeste huisartsen zeggen dat ze te weinig van doping weten. Meer dan de helft kent de verboden middelen op de lijst van het Internationaal Olympisch Comité niet. 56 procent van de huisartsen weet ook niet hoe ze aan informatie moeten komen.

Het Nederlandse Centrum voor Dopingvraagstukken (NeCeDo) vroeg duizend huisartsen naar hun kennis van en mening over gebruik van prestatiebevorderende middelen. Tussen de 9 en 18 procent van de Nederlandse huisartsen zegt wel eens met dopinggebruik door patiënten geconfronteerd te worden. Per jaar komen gemiddeld 1,6 patiënten naar de huisarts met vragen.

In de meeste gevallen gaat het om mannelijke amateursporters die informatie willen inwinnen. De huisartsen geven aan dat ze in veertig procent van de dopingconsulten vragen krijgen over risico's en bijwerkingen. Zestien procent komt voor informatie, omdat ze vermoeden dat iemand in hun omgeving dope gebruikt.

Het NeCeDo noemt het opvallend dat slechts vier procent van de ondervraagde huisartsen over goede infomatie denkt te beschikken. Het centrum wil dat er meer deskundigheid komt, door huisartsen bij te scholen en in de opleiding meer aandacht aan dopinggebruik en -problemen te schenken.

Bijna geen enkele huisarts is overigens bereid om stimulerende middelen voor te schrijven. Driekwart van de ondervraagden zegt dopinggebruik bij zijn patiënten te ontraden. Een ruime meerderheid is niet bereid om gebruikende sporters te begeleiden of naar een collega te verwijzen. Het NeCeDo vindt dat een manco, omdat dopinggebruik zoveel mogelijk specialistische, medische begeleiding moet krijgen.

De relatie tussen huisarts en doping werd enkele weken geleden actueel na onthullingen dat de Geleense huisarts Sanders begin jaren negentig leden van de wielerploeg PDM van stimulerende middelen had voorzien. Enkele jaren geleden kwam de Haarlemse huisarts Karsten in opspraak, nadat hij had beweerd dat een schaatser hem had geconsulteerd over doping. Deze uitlating moest Karsten later op bevel van de rechter intrekken.

De Vereniging voor Sportgeneeskunde zegt in een reactie dat (huis)artsen en sportbegeleiders hun kennis over doping moeten bijspijkeren. De vereniging denkt dat een verplichte dopingcontrole het gebruik van stimulerende middelen kan terugdringen.

De Landelijke Huisartsen Vereniging pleit niet direct voor een nieuwe opleiding om de kennis over dopinggebruik te verbeteren. “Dat gaat te ver. Wij zijn er niet van overtuigd dat dit onderwerp in het takenpakket van de huisarts thuishoort.”

mailIcon print |