GRONINGEN - Twee minuten stilte om tien uur vanochtend, het tijdstip waarop de rechtbank in Leeuwarden uitspraak doet in de zaak Tjoelker. De vader van Meindert Tjoelker riep daartoe op, nadat vlak voor de kerst in zijn ogen te lage straffen waren geëist en de twee nog vastzittende verdachten voorlopig vrijkwamen. Het wekt 'deernis' bij de Groningse hoogleraar criminologie W. de Haan. “Ik heb met die man te doen.” Maar, zegt hij, “het strafrecht heeft slachtoffers en nabestaanden nu eenmaal niet meer te bieden.”
Dat de verontwaardiging over het proces van 23 december niet alleen bij de familie Tjoelker leeft, blijkt onder meer uit de vele bijdragen aan de brievenrubriek van de Leeuwarder Courant. Zo pleit een lezer voor een wet op basis waarvan 'toekomstige verdachten van zinloos geweld in groepsverband ook daadwerkelijk aangepakt kunnen worden en de straf opgelegd krijgen die ze verdienen'. Hij kan het niet verkroppen dat geen van de verdachten rechtstreeks verantwoordelijk gesteld kan worden voor de dood van Tjoelker, zodat er tegen hen 'slechts' een half tot drie jaar is geëist.
De Haan wijdde afgelopen zomer zijn oratie aan geweldpleging in het publieke domein. Hij noemt de roep om zwaardere straffen 'een gemakkelijke slag in de lucht'.
Individuele schuld
Afstappen van het juridische beginsel dat iemand alleen veroordeeld kan worden als zijn individuele schuld is bewezen, lijkt hem 'een gevaarlijke weg'. “Dan zou iemand die wel bij een vechtpartij aanwezig was maar niet mee heeft gedaan, die misschien zelfs wel 'hou op' heeft geroepen, veroordeeld kunnen worden tot jaren celstraf. Daar moeten we echt niet aan beginnen.”
Toch vond ook De Haan, die de zitting heeft bijgewoond, dat het proces Tjoelker 'onbevredigend' is verlopen. Hij heeft scherpe kritiek op zowel het Openbaar Ministerie als de voorzitter van de strafkamer. Hij verwijt het OM onzorgvuldigheid tegenover de nabestaanden. Zij moesten de dag na het proces via de media vernemen, dat de twee verdachten die nog in voorlopige hechtenis zaten, waren vrijgelaten. Terwijl het OM nog bezig was met telefonische pogingen om de familie te bereiken, stuurde de rechtbank al faxen naar de pers. “Dat kan absoluut niet”, aldus De Haan.
Maar vooral vindt hij het bitter dat de nabestaanden tijdens de zitting geen antwoord kregen op de klemmende vraag hoe het drama in de nacht van 23 september heeft kunnen gebeuren. “Het motief kwam niet aan de orde in de ondervraging. De rechter las slechts voor uit verschillende rapporten en strooide er wat losse flodders tussendoor over de ontremmende werking van alcohol en het geweld in de media. Misschien vond hij het motief in deze zaak juridisch gezien niet zo belangrijk. Maar dan had hij tegemoet moeten komen aan de maatschappelijke behoefte aan een verklaring, door de verdachten zelf te horen over hun gedrag.”
Het antwoord op de waarom-vraag is te meer interessant, beaamt De Haan, omdat de verdachten zo 'gewoon' waren. De oudste verdachte typeerde zichzelf en zijn twee zwagers als 'gelukkige burgermannen'. Rechter Wegener Sleeswijk betitelde het leven van de verdachten als 'huisje-boompje-beestje'. En, zei hij, jullie komen uit prima gezinnen. “Had iedereen die voor de rechter moet komen maar zo'n achtergrond, dan was het nooit zo ver met ze gekomen”, merkte hij zelfs cryptisch op.
De criminoloog gelooft graag dat de rechter zelden met dit soort 'brave' verdachten te maken heeft, als het gaat om openlijk geweld. “Politie en justitie zien veel vaker mensen uit achterstandsbuurten, met een lage opleiding. Mensen die zich snel vernederd voelen, voor wie geweld de noodrem is om hun eer te redden. De burgermannetjes uit Leeuwarden, trouwens ook niet erg hoog opgeleid, voldoen niet echt aan dit stereotype.”
'Gewone' mannen
Maar, zegt De Haan, dat het uitzonderlijk is dat jongens van onbesproken gedrag bij een fataal aflopende vechtpartij betrokken raken, neemt niet weg dat heel wat 'gewone' mannen zich aan dat risico blootstellen. “Het komt immers heel veel voor dat mannen het in de kroeg samen op een zuipen zetten, overmoedig worden, vandalisme plegen en soms ook slaags raken. Dat herbergt altijd het gevaar in zich dat het onbedoeld uit de hand loopt, zeker in een zich steeds verder uitbreidend uitgaansleven.”
De Haan constateert dat de dood van Tjoelker een 'lawine-effect' heeft veroorzaakt. “Alles wat iets met geweld te maken heeft, wordt tegenwoordig bij elkaar gezet: voetbalgeweld, huiselijk geweld, geweld tegen de politie, straatgeweld. Alsof het allemaal iets met elkaar te maken heeft. Daardoor ontstaat het verschijnsel dat al die berichten elkaar onderling versterken. De omvang van geweld wordt daardoor makkelijk overschat.”
De hoogleraar wijst erop dat het aantal ernstige geweldsdelicten in Nederland nog altijd laag is, vergeleken met andere landen. In zijn oratie pleitte hij ervoor niet steeds de vraag te stellen waarom het geweld toeneemt maar juist 'meer oog te hebben voor kenmerken van de Nederlandse samenleving en het overheidsbeleid, die kennelijk een preventieve werking hebben ten aanzien van geweld.'
Desalniettemin vindt De Haan het positief dat er door de verontwaardiging over de zaak Tjoelker een breed gevoerde discussie is ontstaan over geweld. “Kennelijk appeleerde deze zaak aan iets dat al langer leeft in de samenleving. Het is goed om na te gaan waar we welke verantwoordelijkheden moeten leggen.”
Simplistische oplossingen
Tegelijk waarschuwt hij voor 'simplistische' oplossingen, zoals meer politie op straat, een alcoholverbod of hogere straffen. Ook heeft hij moeite met de term 'zinloos geweld', die na de dood van Meindert Tjoelker in zwang is geraakt. “Het drukt de afschuw van dit soort geweld treffend uit. Maar hoe pijnlijk het ook is, we moeten ons juist openstellen voor de achtergronden van dit geweld. Alleen dan is het voortaan misschien te voorkomen.”
In de discussie mist hij aandacht voor het spanningsveld in de maatschappij tussen wat hij noemt 'het aanmoedigen van agressie enerzijds en de steeds hogere eisen aan zelfbeheersing anderzijds'. De Haan: “In het bedrijfsleven en in de sport staat agressie hoog aangeschreven als middel om succes te behalen. Je ziet een herwaardering van mannelijkheid, kijk ook maar naar de spierballen in het modebeeld. Tegelijkertijd wordt van mensen verwacht dat ze precies hun grenzen kennen. Als we het hebben over normen en waarden moet je ook naar dit soort verwachtingspatronen kijken, en bedenken hoe sociale vaardigheden in de opvoeding en het onderwijs kunnen worden versterkt.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.