*

 
dossier

Archief

Ex-ketter betreurt vooral alle ophef

Door: redactie − 27/01/98, 00:00

Van onze kerkredactie AMSTERDAM - “Ik besef dat er ernstige dubbelzinnigheden en leerstellige dwalingen zijn waargenomen in mijn geschriften en dat dat negatieve reacties heeft opgeroepen bij anderen, dat dit verhoudingen heeft beïnvloed en heeft geleid tot ongelukkige polarisatie in de kerkgemeenschap. Ik betreur oprecht de schade die hierdoor is veroorzaakt.”

Zo heeft de 73-jarige Srilankaanse r.-k. theoloog Tissa Balasuriya gereageerd op de opheffing van zijn excommunicatie. Een jaar geleden had het Vaticaan het zwaarste geschut in stelling gebracht tegen hem en zijn boek 'Maria en de menselijke bevrijding'.

Na een jaar van felle protesten tegen de Vaticaanse veroordeling en onderhandelingen met Balasuriya's orde (de missionarissen-oblaten van de onbevlekte Maria, afgekort OMI) is de banvloek ingetrokken. Onduidelijk was nog wat van de kant van de pater daarvoor als tegenprestatie was gevraagd. Het Vaticaan liet eerder weten dat Balasuriya spijt had betuigd over de schade die zijn boek had aangericht. Maar de tekst bleek later subtiel slechts te gewagen van schade die door het tumult rondom zijn boek was veroorzaakt, in het midden latend wie schuld daaraan had. Hij spreekt ook slechts van 'vermeende' dwalingen. Het Vaticaan eiste in 1996 dat hij de onmogelijkheid van vrouwelijke priesters als geloofsartikel zou onderschrijven. Balasuriya heeft dat steeds geweigerd. Daar is nu niet meer op teruggekomen. Wel erkent Balasuriya in zijn verklaring uitdrukkelijk het bovennatuurlijke en unieke van de openbaring van Jezus Christus en de leer van de kerk over de erfzonde. Het Vaticaan had op die punten vastgesteld dat de pater in zijn boek niet recht in de leer was. Balasuriya stelt in zijn boek dat de doop niet nodig is ter eeuwige zaligheid; hij wenst de 97 procent niet-gedoopte Aziaten niet voor het heil af te schrijven.

mailIcon print |