*

 
dossier

Archief

Een museum om 'tunnel van overleving' niet te vergeten

SONIA BAKARIC, AFP − 10/02/98, 00:00

SARAJEVO - De stoel van president Izetbegovic, vastgemaakt op een karretje, brancards, munitiekisten en lichtkogels met parachutes vormen het decor van het Museum van de Tunnel. De familie aan wie het museum te danken is, eist haar plaats op in de legende van Sarajevo, maar voelt zich vergeten door de stad.

De familie Kolar was bekend bij iedereen die tijdens het beleg van Sarajevo (1992-1995) vanuit haar tuin gebruik maakte van de 'tunnel van de overleving'. Zo werd de ondergrondse gang genoemd door de bevolking van Sarajevo, omdat het de enige verbinding was tussen de door de Serviërs belegerde stad en de rest van de wereld. Soldaten passeerden deze tunnel om terug te keren of om de stad te verlaten die zij verdedigden. Meerdere duizenden inwoners hebben deze ondergrondse weg gebruikt om toegang te krijgen tot de wijk Dobrinja. Gegraven onder het vliegveld door, was de tunnel nauwelijks een meter breed, een meter zestig hoog en 765 meter lang.

Tijdens de zwaarste periodes van belegering was dit voor de bevolking de enige manier om vanuit Sarajevo in moslimgebied te komen. De mogelijkheden om via de Verenigde Naties de stad te verlaten waren beperkt en zelfs voor de tunnel was soms schriftelijke toestemming vereist van de Bosnische regering.

“We hebben dit museum geopend om niet in de vergetelheid te raken en om te kunnen overleven van de giften van bezoekers. Bovendien zijn er mensen die de geschiedenis van deze tunnel en van ons huis het liefst zouden willen uitwissen”, zegt het hoofd van de familie Kolar, Bajro.

Zijn huis in het dorp Gornji Kotorac, in de buitenwijken van Sarajevo, doemt op aan het einde van een lange rij ruïnes. Aan de gevel, met littekens van granaatinslagen, verraadt een bord onder een verwoest dak de aanwezigheid van een museum, gevestigd in een kelder op een paar meter afstand van de hoofdingang van de tunnel. De stoel die kan rijden, zakken meel, uniformen aan de muur en pakjes sigaretten zijn andere attributen in het museum. “We hebben geen enkele steun ontvangen, geen enkele beloning van de autoriteiten. Ik heb ze nog voorgesteld om mijn huis en erf, die in 1992 gevorderd waren door het leger, te ruilen tegen een ander huis, maar ik heb nooit antwoord van ze gekregen.” vervolgt Bajro.

Deze voormalige soldaat van het regeringsleger, vijftig jaar oud, legt er de nadruk op dat ook de andere familieleden “een belangrijke rol hebben gespeeld in de geschiedenis van de tunnel”. President Alija Izetbegovic, zegt hij, “heeft de tunnel wel duizend keer gebruikt. Mijn zoon Edin, die nog geen vijftien jaar was, heeft met gevaar voor eigen leven het karretje geduwd waar de president op zat. Maar de president, zoals iedereen die daar doorheen gekomen is, heeft ons sinds het einde van de oorlog nooit meer opgezocht.” voegt hij er aan toe.

Met een trots gebaar laat hij het schrift zien, waarin hij zoals hij noemt “de geschiedenis van de tunnel” heeft bijgehouden. “De ergste momenten waren toen de Serviërs in 1994 tot twee keer toe de tunnel bombardeerden, met elke keer meer dan vijftig gewonden.” De grappigste situaties ontstonden volgens hem tijdens het vervoer van dieren, vooral van koeien en kippen.

“Het was een echte Ark van Noach”, zegt hij, terwijl hij een houten valluik optilt naar de ingang van de tunnel. Onder de grond, in een nauwe doorgang onder de summiere draagconstructie van verroest metaal en beschimmeld hout, laat hij een dunne pijp zien, die langs de steunbalken voert. Deze diende om olie naar de stad te pompen.

De rondleiding stopt een paar meter verder, waar de doortocht versperd is door een grondverzakking. Bajro verlaat de tunnel en laat het luik vallen op het vergeten monument van het beleg van Sarajevo.

mailIcon print |