*

 
dossier

Archief

Inge de Bruijn krijgt haar 'kicks' te vroeg

ROB VELTHUIS − 26/08/95, 00:00

WENEN - Als Inge de Bruijn zich favoriet voelt, tuimelt ze van haar voetstuk. Nu de faalangst uit het verre verleden is getransformeerd in uitgesproken zelfvertrouwen, blijkt het eindresultaat hetzelfde. Slechts het gevoel van verliezen is anders.

Slechts een maal verkeerde Inge de Bruijn in een soort tussenstadium. Tijdens de Europese kampioenschappen van 1991 in Athene zwom ze onbevangen naar vier medailles, waaronder zilver op haar specialiteit, de 100 meter vlinderslag. De begaafde zwemster had een gouden toekomst voor zich, vestigde zelfs Europese records, maar verkeek zich nogal eens op het favoriet zijn. In Sheffield knalde de donderdag 22 jaar geworden routinier als favoriet de finale in om er na een moeizame race gesloopt als vierde uit te komen. Gisteren voelde De Bruijn zich in Wenen 'super', ervoer ze haar vlucht als vlekkeloos maar ontbrak veelzeggend genoeg na de finish het gevoel van uitputting. Weer vierde dus. Een verklaring was er niet, ze kon er althans geen duiden.

Na de voor heel het Nederlandse zwemmen desastreus verlopen Olympische Spelen van Barcelona kampte Inge de Bruijn met zware motivatie-problemen. Daarom zocht ze dit jaar de vijver van talent en saamhorigheid bij het PSV van Jacco Verhaeren waar ze met haar eigen verantwoordelijkheden moest leren omgaan. Ze lijkt er een opmerkelijke opleving door te maken. De luiheid maakte plaats voor de wil tot trainen, haar gewicht gaf geen grillige curves meer, het 'stappen' werd onder controle gehouden, kortom ze was veel minder de losbol dan voorheen.

Maar sommige karaktertrekken blijken moeilijk bij te sturen of te onderdrukken. De Bruijn staat gaarne in de belangstelling zodra het positief op haar eigen persoon afstraalt. Ze krijgt een 'kick' als iemand haar zegt dat ze wel even Europees kampioen wordt, ze krijgt een 'kick' als trainer Jacco Verhaeren haar talent roemt, ze krijgt een 'kick' zodra ze bemerkt dat de sidderende concurrentie haar nauwlettend in de gaten houdt. Kortom de kick-piek van Inge de Bruijn ligt te vroeg en is te intens. Wie in topsport voor een belangrijke wedstrijd zo innig tevreden is met zichzelf, zal net de ultieme scherpte missen. Die is ontladen in plaats van opgeladen. Tekenend was de uiteindelijke tevredenheid met een resultaat op termijn: de 1.01,26 was goed voor Olympische kwalificatie. Terwijl De Bruijn in het zwakke veld onder de minuut had moeten duiken. Al twee jaar hikt ze aan tegen haar persoonlijke record van 1.00,21.

Misschien is De Bruijn ondanks haar begaafde techniek wel gewoon te oppervlakkig om ooit een groot zwemster te worden. Goed, de nummer vier zei dat ze boos was toen haar werd voorgehouden dat ze geen woede uitstraalde. Het vocabulair van De Bruijn kent doorgaans slechts de gradaties 'shit', 'klote' of 'gaaf', maar geen van alle rolde over de lippen. “Ik ging voor goud en dacht op 75 meter te gaan winnen.” Maar waar ze de laatste energie uit haar tenen had moeten halen, stopte het ergens bij haar knieën. “Normaal stort ik gigantisch (in, red). Nu ben ik niet uitgeput.” Coach Jacco Verhaeren was diplomatiek toen hij stelde dat De Bruijn “misschien niet diep genoeg was gegaan”. Dat 'misschien' was overbodig. Raker was de opmerking dat De Bruijn kennelijk een gebrek aan kracht/uithoudingsvermogen heeft.

Versnelling

De veelzijdige Deense Mette Jacobsen kon wel in de reserves putten om de versnelling te maken, maar die is in de winning mood. Ze liep meer dan een halve seconde van De Bruijn weg. Ook Jacobsen kampte na Barcelona met motivatie-problemen - mede door vormverlies die bleek te zijn veroorzaakt door astma - maar is met een niets-te-verliezen-mentaliteit prominenter aanwezig dan voorheen. In de goud-productie zal ze het vrije-slag fenomeen Van Almsick niet overtreffen, maar in veelzijdigheid wel: goud op rug en vlinder; zilver en brons op vrije slag.

Bij de grillige De Bruijn kan het nog verkeren. In Sheffield kreeg de deceptie op de 100 vlinder De Bruijn dusdanig scherp, dat ze op de 50 vrij brons won. Die loterij staat morgen op de rol, maar daarin heeft ze een ploeggenote (Angela Postma) als concurrente. “Ik neem straks lekker een warm badje. Morgen hoop ik eerst in de estafette de sterren van de hemel te zwemmen.”

Dat deed de louter uit PSV'ers bestaande mannenploeg gisteren op de 4x100 vrij gisteren al, zij het binnen de eigen mogelijkheden. Zowel in serie als finale werd het Nederlands record herschreven tot uiteindelijk 3.22,38, ruim onder de Olympische kwalificatie-eis. 's Morgens leverde dat het kwartet Hoeymans, Veens, Geelen, en Van den Hoogenband reeds de eerste belangrijke finaleplaats op de 4x100 vrij in de historie op. Alleen daarom al is het zo opmerkelijk dat bij PSV zo'n verzameling van talent is, dat voorheen in heel Nederland nimmer voorhanden was. In een gewijzigde opstelling - Geelen als startzwemmer - leverde het in de eindstrijd zelfs een vijfde plaats op. Met name door de excellerende Pieter van den Hoogenband, die kennelijk iets wilde goedmaken voor de verwachtingen die hij een dag eerder individueel op de 100 vrij had gekweekt. Als slotzwemmer zwom hij de formidabele 49,59. Met een overname-voordeel van 0.3 seconden meegerekend, had hij daarmee donderdag het erepodium behaald. Slechts Popov en de Duitsers Spanneberg en Zikarsky zwommen gisteren een snellere race.

Voor Hoeymans werkte de estafette gisteren als een bevrijding, waar die eerder in het toernooi als een loden last op hem had gedrukt. Hij was verre van gelukkig met zijn rol op de 4x200 vrij, die eerder deze week een zevende plaats opleverde. “Vanmorgen was ik ook niet tevreden, vandaar dat ik vanavond geen startzwemmer meer was. Ik heb me echt helemaal moeten oppeppen. Dat is gelukt omdat we een geweldig team vormen. We staan er echt met z'n vieren.

mailIcon print |