Vorige week vond aan de Vrije Universiteit het expert-seminar 'Individualisering, Civil Society en Civil Religion' plaats. Eén van de sprekers was de beroemde Amerikaanse hoogleraar Philip Selznick, schrijver van The Moral Commonwealth.
Selznick betoogde dat een samenleving met kwaliteit niet kan worden gebaseerd op de liberale scheiding van een publieke en een private sfeer, de sfeer van de staat en de overheid aan de ene kant en de sfeer van de vrije markt en de vrije associaties van burgers aan de andere kant. Die scheiding moet worden doorbroken. De publieke sfeer moet de private sfeer zodanig steunen en sturen dat in die private sfeer niet alleen het eigen belang, maar ook het algemeen belang wordt gediend.
Maar hoe voorkom je nu dat je aldus in een soort totalitaire staat met goede bedoelingen terechtkomt? Daartoe beval Selznick het subsidiariteitsbeginsel aan: de meer omvattende bestuurslaag moet bevorderen dat de minder omvattende bestuurslaag zelf in staat is het algemeen belang te dienen. De overheid moet die taak niet van de maatschappelijke organisaties overnemen, maar juist bevorderen dat zij die zelf ter harte nemen.
Naar ditzelfde subsidiariteitsbeginsel verwijst de aanzet van een kaderregeling zorg en arbeid “Zorg echt delen”, die de commissie-Bijleveld van het CDA afgelopen vrijdag presenteerde. “Het CDA kiest voor een regeling die een combinatie is van het subsidiariteitsprincipe en het voorzien in een basisnorm”, schrijft de commissie.
Werkgevers en werknemers krijgen twee jaar de tijd om in het kader van de arbeidsvoorwaarden te voorzien in een recht op deeltijdarbeid in combinatie met zorgverlof. Als na het verstrijken van twee jaar geen regeling tot stand blijkt te zijn gekomen treedt een wettelijk recht op deeltijdarbeid in werking. De werknemer krijgt dan het recht om de overeengekomen arbeidstijd met twintig procent te verminderen.
Als het voorstel ingang vindt, zullen werkgevers en werknemers dus in staat gesteld worden om zelf een bepaald idee van goed gezinsleven in de samenleving ingang te doen vinden. Dat idee wordt breed gedragen, maar het is tegelijk uitdrukking van een bepaalde, morele visie op het gezin. Daar is ook niets op tegen, mits die visie het resultaat is van een vrije discussie die tot een concensus leidt. Een samenleving kan niet zonder, zei Selznick in Amsterdam. Je kunt niet volstaan met aan de ene kant een onkenbare samenleving, bestaande uit een massa afzonderlijke individuen die ieder de vrijheid krijgen om zelf te bepalen hoe zij willen leven. En aan de andere kant een minimale overheid, die zich zoveel mogelijk buiten deze 'private' samenleving houdt. Zo'n scheiding van sferen leidt niet tot een samenleving met kwaliteit.
Tegelijk stelt het CDA de wettelijke norm duidelijk, voor het geval de maatschappelijke organisaties niet tot een regeling komen. Het erkent daarmee dat de overheid een eigen zelfstandige verantwoordelijkheid heeft. Voor het harmoniseren van een mogelijke botsing van de belangen van een goed gezinsleven aan de ene kant en een goed bedrijfsleven aan de andere kant. Het op zichzelf legitieme economische belang van het bedrijf mag het even legitieme sociale belang van het gezin niet overheersen, evenmin trouwens als het omgekeerde het geval zou mogen zijn. Het harmoniseren van die belangenbotsing gebeurt onder het gezichtspunt van de gerechtigheid: beide, bedrijfsleven en gezinsleven, moeten tot hun recht komen. Dat wil zeggen dat zij op een positieve wijze op elkaar betrokken moeten worden, opdat zij elkaar wederzijds ten dienste zijn. Een bloeiende economie kan niet zonder een bloeiend gezinsleven en omgekeerd. Het is die weg die Selznick wees, toen hij sprak over civilizing de civil society. Het CDA heeft hem op zijn weken bediend.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.