Van onze kerkredactie AMSTERDAM - Berichten zoals gisteren van metropoliet Kotljarov van St. Petersburg, dat de Russisch-orthodoxe kerk zou willen breken met de Wereldraad van kerken, volgen elkaar met zo'n ijzeren regelmaat op dat deze mogelijkheid uiterst serieus moet worden genomen. Mocht het tot die breuk komen, dan zou dit een enorme slag zijn voor de Wereldraad en voor de mondiale oecumene.
De Russisch-orthodoxe kerk vormt als veruit grootste lidkerk (naar eigen schatting ruim honderd miljoen leden, zestig miljoen volgens anderen) sinds jaar en dag een geducht machtsblok binnen de Wereldraad (474 miljoen leden). Te meer omdat het patriarchaat van Moskou zich verzekerd weet van de steun van een groot deel van de andere orthodoxe leden binnen de raad, met name de Bulgaarse, Roemeense, Georgische en Servische kerken.
Mochten de Russen hun lidmaatschap opzeggen, dan zullen volgens ingewijden de vier zusterkerken dit voorbeeld hoogstwaarschijnlijk volgen. Dat geldt wellicht ook voor de Grieks-orthodoxen.
In al die orthodoxe kerken zijn krachtige nationalistisch-fundamentalistische stromingen actief die geen behoefte hebben aan oecumenische contacten. Ze vereenzelvigen die met het proselitisme van de vele protestantse westerse sekten en kerkgenootschappen die de laatste jaren in Oost- en Midden-Europa werkzaam zijn en die door veel orthodoxen als een bedreiging worden gezien van de eigen, tot 1989 onaangetaste machtspositie binnen het eigen gebied.
Signalen
De recente waarschuwing van metropoliet Vladimir Kotljarov van St. Petersburg, een van de leiders van de oecumenische, pro-westerse minderheid binnen de Russisch-orthodoxe kerk, is de zoveelste in een rij signalen dat de druk van ultra-nationalistische zijde op de leiding van de kerk almaar groter wordt.
Rechtsradicale groepen als Pamjat en de 'Russische Nationale Vergadering' krijgen steeds meer invloed op de lagere clerus in de kerk, van wie volgens schattingen tien procent er democratische, 'verlichte' ideeën op nahoudt. Slecht opgeleid vormen zij een gemakkelijke prooi voor ultra-rechtse, anti-westerse (= anti-oecumenische) propaganda.
Dat geldt nog meer voor een groot deel van de gewone gelovigen, die door metropoliet Kotljarov als sprituele analfabeten worden gekenschetst.
Mannen als Kotljarov en patriarch Alexej II voelen zich verbonden met het werk van de Wereldraad, maar veel andere bisschoppen niet. Die veroordelen elk streven naar meer eenheid en samenwerking met westerse kerken, ongeacht of deze contacten met Rome en/of Genève onderhouden.
Zo scheelde het ruim twee jaar terug maar een haar of de heilige (bisschoppen)synode van de Russisch-orthodoxe kerk had een streep gezet achter haar vierendertigjarig lidmaatschap van de Wereldraad. Pas na lange discussies besloot men toch maar lid te blijven.
Het argument dat bij de meeste van de orthodoxe bisschoppen de doorslag gaf om uiteindelijk niet te breken, was van zuiver pragmatische aard. Ze beseften dat het financiële bankroet dat hun kerk bedreigt alleen vermeden kan worden via steun van diezelfde Wereldraad en van individuele westerse, niet-orthodoxe kerken. Zelf voldoet het patriarchaat al jaren niet aan zijn contributieverplichtingen, tot chagrijn van Genève.
De tactische opstelling aan de top wordt in toenemende mate doorkruist door druk van onderop. De basis heeft weing boodschap aan dit soort pragmatische overwegingen en vindt dat er slechts één ware kerkgemeenschap bestaat, de eigen, de orthodoxe familie. Dit “derde en laatste Rome” dient zich niet te bezoedelen door contacten met andersdenkende ketters uit het verdorven, decadente westen aan te knopen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.