*

 
dossier

Archief

Süssmuth: 'Duitsers willen sterk persoon'

WIM BOEVINK − 14/09/94, 00:00

BERLIJN - Ze is één van die politici die je je eigenlijk nauwelijks in een echte verkiezingscampagne kan voorstellen. Dat heeft enerzijds te maken met de functie die ze de afgelopen vier jaren heeft bekleed - Rita Süssmuth (CDU) verwierf allerwege respect als parlementsvoorzitter in de bondsdag - en anderzijds met haar opstelling. “Ik ben bij de CDU omdat ik ben opgegroeid in een christelijk-sociale traditie, maar als het op sociale kwesties aankomt, zou ik evengoed SPD-er geweest kunnen zijn.” Waarbij ze, gisteren in een ontmoeting met buitenlandse correspondenten in Berlijn, aantekent dat ze in '81 ook lid van de CDU werd omdat ze de SPD-opvattingen aangaande de rol van de staat niet deelt.

Maar het is verkiezingstijd en vier weken voor de bondsdagverkiezingen op 16 oktober is in Duitsland de hete fase aangebroken, daaraan verandert ook een bemiddelende, nuance-gevoelige Rita Süssmuth niets.

Twee dagen na de deelstaatverkiezingen in Brandenburg en Saksen, die absolute meerderheden opleverden voor de zittende ministerpresidenten, respectievelijk Manfred Stolpe (SPD) en Kurt Biedenkopf (CDU), is ze graag bereid de uitslagen van commentaar te voorzien. Met conclusies voor de aanstaande bondsdagsverkiezingen is ze echter terughoudend.

Süssmuth: “Ik draag uilen naar Athene als ik zeg dat de beide verkiezingen van afgelopen zondag om persoonlijkheden draaiden. Niet meer het programma, maar de persoon wordt van steeds groter gewicht. Dat betekent overigens dat we ons sterker op die persoonlijkheden moeten richten. Hoe complexer de politieke systemen zijn, des te meer komt het op de personen aan.”

“Een tweede element in die verkiezingen was dat in beide parlementen nog maar drie partijen vertegenwoordigd zijn. Het is voor ons in de oude deelstaten in het westen verbijsterend te zien hoezeer de Groenen, in combinatie met Bündnis'90, en de liberalen van de FDP verloren hebben. Men kan toch niet volhouden dat bijvoorbeeld de Groenen geen eigen politieke kracht vertegenwoordigen, dus moet men vragen in hoeverre dat door de andere partijen gedekt wordt.”

“Dan zijn er nog specifieke zaken die niet op de hele bondsrepubliek overdraagbaar zijn. Neem de kiezersopkomst. Die is zowel in Brandenburg als Saksen ver teruggelopen in vergelijking met 1990. Daarbij moet men niet over het hoofd zien dat in 1990 het verschijnsel optrad: 'Eindelijk mogen we vrij kiezen en dus rennen we allemaal naar de stembus'. De opkomst in de nieuwe deelstaten ligt structureel een stuk lager dan in de oude deelstaten. Dat zal naar mijn inschatting ook bij de bondsdagverkiezingen straks niet anders zijn.”

“De vraag is natuurlijk hoe dat komt. Eén reden is waarschijnlijk het gebrek aan vertrouwen in het politieke systeem: mensen die door niet te stemmen hun politieke ergernis uiten. Voor de democratie, die het moet hebben van de integratie, is dit de moeilijkste kiezersgroep. Een tweede reden voor Saksen met name is dat men vaststelt dat de aanhangers van Biedenkopf, de CDU-premier, naar de stembus zijn gegaan, maar dat de kiezers van zijn SPD-tegenstander thuis gebleven zijn omdat hun kandidaat al vooraf door de media tot een kansloze is bestempeld.”

“Een derde reden zou kunnen zijn dat de premiers in beide staten verkondigden dat - met het oog op de PDS (de erfgenaam van de communistische SED) - de bevolking toe was aan duidelijke verhoudingen. Daarmee zou de toeloop naar één partij die met absolute meerderheid zou kunnen regeren versterkt zijn en zou de PDS geen doorslaggevende rol kunnen spelen bij de regeringsvorming.”

“Ik kan alleen maar vaststellen dat we nog flink wat tijd nodig hebben voor het democratiseringsproces. Er is grote steun voor enkele personen - in Brandenburg is een zeer sterk 'wij'-gevoel verbonden met de figuur van Stolpe. Zowel hij als Biedenkopf zijn natuurlijk democraten en geen monarchen. Dat mensen een sterke persoonlijkheid zoeken is een gegeven, maar het mag er niet toe leiden dat men het idee krijgt dat de gekozenen het verder wel opknappen en dat men er als kiezer niets meer mee te maken heeft. Het gevaar schuilt in te hoge verwachtingen van de staat en te weinig deelname van de burger.”

Over de PDS: “Ik ben van mening dat het onaanvaardbaar is dat deze partij - hoe ze ook intern is samengesteld - in Bonn bestuursverantwoordelijkheid krijgt. Ze blijft de opvolger van de SED, de partij die voor leed, onderdrukking en dictatuur verantwoordelijk was. Ik geloof dat daar een reinigingsproces nodig is en heb destijds dan ook gewenst dat Gregor Gysi (de huidige PDSfractievoorzitter) een nieuwe partij zou oprichten. Maar kennelijk was hij te bang de oude structuur te verliezen.”

Süssmuth ziet in de deelstaatverkiezingen ook een sterke trend naar toenemende regionalisering, een trend die in heel Europa waarneembaar is. “Ik beschouw dat als een vanzelfsprekende reactie. We moeten op Europees niveau het onoverzichtelijke weer overzichtelijk maken. Zo niet dan zal men zich steeds meer afwenden van die grotere verbanden. Grote organisaties hebben nu al ongekende problemen. Dat heeft alles te maken met de behoefte aan overzicht en de afkeer van anonieme structuren.”

“Het gevaar is echter groot dat regionalisering alleen nog maar betekent dat particuliere belangengroepen op de voorgrond treden. En dat het grotere gemeenschappelijk belang uit het oog verloren wordt. Hoe kunnen we de Europese eenwording tot stand brengen als we uitsluitend in particuliere belangen denken? We hebben een andere definitie van het begrip soevereiniteit nodig. In de praktijk zitten toch al Duitsers bij Fransen aan tafel en omgekeerd.”

“We voeren nu een levendige discussie over het voorstel uit CDU-kring om een 'Kern-Europa' te vormen. De indiener van dit voorstel, Wolfgang Schüuble, heeft nu gezegd dat het idee van een kern misschien niet zo gelukkig was. Ik had gisteren de parlementsvoorzitters van de Europese Unie op bezoek, die zich afvroegen hoe een democratisering van de Unie met meer bevoegdheden voor het Europees parlement te rijmen valt met een groep van 'kern'-landen enerzijds en een wijdere kring anderzijds. Het begrip is volkomen ondeugdelijk. Het wordt naar mijn mening tijd dat we het idee van een kern-Europa terugnemen, want het voert uitsluitend tot misverstanden.”

mailIcon print |