*

 
dossier

Archief

'Het westen vecht voor zichzelf'

Frank Koools − 13/04/99, 00:00

De Macedonische Albanees aan het volgende tafeltje zucht als Baton Haxhiu het terras oploopt. ,,Ik zie nu met eigen ogen dat hij nog leeft. Geloof me: veel mensen hier huilden toen ze op tv vertelden dat hij dood was.''

Ook in het Westen reageerden velen verontwaardigd toen de Navo twee weken geleden bekend maakte dat de Serviërs de 32-jarige hoofdredacteur van Kohaditore (Dagblad De Tijd) en drie andere Albanese prominenten hadden vermoord.

Hij gold als gematigd, een voorstander van dialoog, zijn krant als welingelicht, de betrouwbaarste spreekbuis van Kosovo.

Haxhiu zat ondergedoken in een kelder in Pristina toen hij het nieuws van zijn eigen dood via de radio hoorde. ,,Ik kon niemand laten weten dat het niet waar was. Wat moesten mijn vrouw en dochter doormaken?''

Vier dagen later durfde hij pas zijn onderduikadres te verlaten en wist vermomd na een tocht door de bergen het land uit te komen. Met hulp van de Britten en Amerikanen, zegt zijn medewerker.

Een modern Italiaans restaurant in de West-Macedonische stad Tetovo is nu zijn redactielokaal, de telefoon op de bar zijn kantoor. Doorlopend gebaren obers hem daarheen, lopen mensen op hem af, omhelzen hem. Een oude man staart minutenlang met glanzende ogen naar hem.

Hij is onrustig, voor vragen heeft hij amper geduld. Zijn gezin zit nog altijd in Kosovo, ondergedoken. Zeven dagen heeft hij al niets gehoord, zegt hij in één adem. Hij wil aan de slag, zijn krant weer oprichten. Die wil hij gratis in de vluchtelingenkampen gaan verspreiden.

Vol cynisme praat hij over de oorlog. ,,In tien dagen kan de hele militaire operatie voorbij zijn, precies op tijd voor de herdenking van 50 jaar Navo (op 24 en 25 april in Washington, red.). Want let wel: dit is geen oorlog tussen Serviërs en Albanezen, maar een gevecht van de Navo tegen een dictator. Waarbij wij, Albanezen, een hele hoge prijs betalen.''

Hij verwijt de Navo niets, maar zegt geen enkele illusie te hebben dat de lidstaten vechten ten bate van de Albanezen uit Kosovo. ,,Ze doen het voor zichzelf. De hele geloofwaardigheid van de alliantie staat op het spel. Daarom hebben zij maar één keus, dat is doorvechten tot het einde.''

,,Ze willen de oorlogsmachinerie van president Milosevic vernietigen. Die heeft de laatste jaren het grootste leger op de Balkan uit de grond gestampt. Ze zijn hem nu zoveel schade aan het toebrengen, dat ze zeker weten dat hij voor de komende tien jaar geen problemen meer kan maken, zoals eerder in Kroatië en Bosnië.''

Daarna moet Kosovo een eigen bestuur krijgen dat volledig onder westerse controle staat. ,,Zo'n protectoraat is voor iedereen dé oplossing. De Navo kan dan tegenover de gehele internationale gemeenschap staande houden dat ze nooit een onafhankelijk Kosovo heeft erkend. Het stelt de Albanezen in staat aan een open, vrije, democratische samenleving te gaan bouwen.''

Dan moeten de Navo-troepen wel snel Kosovo binnentrekken en voorkomen dat het bevrijdingsfront UCK daar als winnaar uit de strijd opdaagt.

Zijn strijders zijn militair verre van uitgeschakeld en ze worden goed geleid, weet hij. De Navo- bezettingsmacht zou hen moeten ontwapenen voor ze met een grote afrekening beginnen.

Als die Navo-intocht niet snel gebeurt, ziet hij nog een ander gevaar. ,,De Albanezen hier in Macedonië zullen dan de wapens opnemen om de Albenezen uit Kosovo te helpen. Ze kijken niet maanden alleen maar toe. Dat is het horror-scenario, want dan heb je een Balkan-oorlog.''

Minstens vijf jaar lang moet de Navo-bezetting blijven. ,,Want wij moeten vanaf niets beginnen met democratische instellingen.'' Voor de gematigde leider Ibrahim Rugova is daarbij geen rol weggelegd. ,,Die is politiek dood.'' Hij maakt een wegwerpgebaar. Rugova verscheen onlangs op televisie samen met de Servische leider Milosevic, hoewel onduidelijk is of het mogelijk om archiefbeelden ging.

Welke status Kosovo na die vijf jaar moet krijgen, wil Baton Haxhiu niet zeggen. ,,Praten over die status is nu irrelevant.'' Maar het gebied moet in elk geval los van Servië. ,,Dat is echt voor eeuwig kapot.''

Wat hem betreft mag de Servische minderheid blijven en kan ze ruimte krijgen in de nieuwe samenleving, maar hij zegt erbij dat het in de praktijk moeilijk zal blijken. ,,Zij waren bij het vuile werk betrokken. De paramilitairen die onze mensen doden of verdreven, waren onze eigen buren met groene of zwarte maskers voor.''

,,Niemand van ons vergeet dit ooit, maar ik heb veel mensen ontmoet die zweren dat ze het ook nooit kunnen vergeven en die om wraak roepen. Ik vraag me ook af of de Serviërs zelf ons ooit nog recht in de ogen kunnen kijken.''

mailIcon print |