Nog op 27,28,29,30 jan. Kaarten: 010-4812144.
Vreemd dat de organisator van 'Opera in Ahoy' met twee eerdere spektakels het buitengebeuren nog niet in de vingers heeft. Met de metro naar Ahoy verdient misschien de voorkeur. Binnen heerste een goed geöliede organisatie. Ook de pers mocht via de VIP-ingang binnen, waar hostesses glimlachend en discreet stonden te verwijzen.
De chique straalde ook op hoger gelegen tribunes, waar het wemelde van smokings, laag uitgesneden robes, zwart, rood (Carmen!) en glitter. Er zou een verslag te vullen zijn over het raffinement waarmee bezoeksters in hun schoeisel koketteerden. Terwijl men geplaceerd was op betonnen tribunes met trappen die beter betreden kunnen worden met stevige sportschoenen, en men mocht zitten op harde kuipjes zonder pluche of rugcomfort.
Indrukwekkend was het wel: twee tribunes tegenover elkaar, zo'n zesduizend bezoekers, met daartussen de lang gerekte piste, 3200 vierkante meter, belegd met roodbruine, aangestampte aarde waar je stieregevecht of paardendressuur op zou verwachten. 'Carmen' van Georges Bizet biedt het voorspel tot een stieregevecht, is zelfs, in de aantrekkende en afstotende bewegingen tussen Carmen en Don José een afspiegeling daarvan. En paarden deden ook mee: trotse picadores maakten op volbloeds hun entree temidden van zo'n 250 koristen en figuranten.
'Carmen' speelt voor een belangrijk deel in de open lucht: op een plein in Sevilla waar kazerne en sigarettenfabriek het leven bepalen; een plek in de bergen waar smokkelaars samenkomen; een plein voor de arena. Die suggestie biedt Ahoy ook. Regisseur, tevens decorontwerper, Bernard Broca had aan de ene korte zijde het kazernecomplex gesitueerd dat later ook als ingang van de arena dienst deed. Op het dak, 5,5 meter boven het grondvlak, het orkest, het Württembergs Philharmonisch (de musici met hun rug naar het gebeuren) geleid door Roberto Paternostro. Hij stond ver van het speelvlak, maar televisieschermen verspreidden zijn markante directiebewegingen tot de overzijde.
Alles echt
Daar domineerde een poort, kopie van een Sevilliaans origineel - volgens het persbericht - 11,5 meter hoog. Uitvalsbasis voor ondermeer de sigarettenmeisjes. Want alles oogde echt, Sevilla 1830. Het genoegen om de hele avond in historisch kostuum te wachten om enkele malen tijdens massa-scènes als kuierend volk de arena te mogen betreden, was af te lezen van de gezichten der figuranten. De smokkelaarsscène groeide uit tot een rembrandtieke optocht, eindigend rond een vuur waarop in een maxi-pan een gele smurrie werd gestoofd, couscous à la Carmen.
Hoe kleurrijk het kijkspel ook was, regisseur Broca hield het toch integer en rustig genoeg om de dramatische handeling en de zang niet weg te drukken. Hij wist soms mooie, spannende momenten te scheppen, zoals de komst van Micaëla in de smokkelaarsscène waar zij haar jeugdliefde Don Joèe aantreft in confrontatie met Carmen. De climax, het 'gevecht' tussen Carmen en Don José voor de arena, was subliem. Als enigen stonden zij op die enorme vlakte, waar rode bloemen (achtergelaten door het feestend volk) als symbolische liefdes- en bloeddruppels lagen. De vocale expressie van Pamela Pantos als Carmen en Mario Malagnini als Don José vormde de bekroning ervan.
Een arena, niet gezegend met de akoestiek van Verona, betekent geluidsversterking. Het viel, mij voor het eerst overleverend aan massa-opera, mee; er was zoiets als contact met ècht geluid. Het orkest klonk (met het genuanceerde spel dat ik signaleerde op de cd-opname) in solo-scènes vanaf zijn tribune; in massascènes werd het over de hele lengte versterkt, wat echowerking opleverde; de indruk werd ook gewekt dat de versterking per blok meeschoof met de menigte.
De klankkwaliteit van het ad hoc koor was niet alleen subliem, maar ook de zangdiscipline uitstekend (lof voor koortrainer Louis Buskens); ver van de dirigent werd toch alert ingezet en - hoe warrelend de enscenering - ritmisch gelijk gezongen met maximale dictie. Chapeau.
De kwaliteit van de solisten was een theater met goede akoestiek waardig. Fiamma Izzo D'Amico als Micaëla leek meer druk op haar stem te zetten dan op de cd, waar ze een ontroerender expressie laat horen. De enige die de ruimte met gemak zowel acterend als zingend vulde was Claudio Otelli als Escamillo. Zijn gevecht met Mario Malignini als Don José zal mij lang heugen.
Een schitterende inbreng had de belichting in dit spektakel. Het toppunt vormde de kruisbelichting van de laatste scène, waarbij de aarde okerbruin oplichtte en het totaal oogde als een schilderij van Murillo, ook Sevillaan, meester van de bruinen en okers.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.