*

 
dossier

Archief

Goed kleden, eten en drinken

HANS MARIJNISSEN − 03/01/97, 00:00

De kenners weten het: de Elfstedentocht is voornamelijk een spel, een 'spel met de laagjes' wel te verstaan. Wie zijn huid bedekt met thermo-ondergoed dat transpiratievocht doorgeeft, vervolgens wollen en fleecelagen aanbrengt voor isolatie en zijn pak omsluit met winddicht materiaal, blijft warm en droog. En maakt kans om tenminste in de buurt van de finish te komen.

Duizenden deelnemers vragen zich op dit moment af wat te doen. Te veel kleding bedekt met een winddicht jack kan een overschot aan vocht produceren; dat zweet bevriest en zorgt voor brokken ijs aan het lichaam. Maar te weinig kleding kan onderkoeling veroorzaken, en daarmee haal je de streep ook niet.

Een rondje langs de deelnemers levert een variëteit aan oplossingen op. De Elfstedentocht schaats je op Rap's, van die schaatsschoenen waaronder je 's zomers ook wielen kunt zetten, of op Viking Specials, daarover is iedereen het eens. Met 'lage' noren komt Leeuwarden nooit in zicht, dus 99 procent zoekt het in de hoogliggende messen. Omdat schaatsen zo nauw mogelijk bij de voeten moeten aansluiten, kiezen sommige deelnemers ervoor zonder kousen van start te gaan. “Een thermosokje is vaak al te veel, dan zit de schaats al te krap”, zegt er een, die het zaterdag gaat proberen. Om de voeten toch enigszins warm en uit de wind te houden, kiezen veel deelnemers wel voor overschoenen.

In de kledinglagen van wol, katoen en thermo, vallen voornamelijk shirts met zeembekleding op en winddichte onderbroeken, die voor de schaamstreek van een extra laag zijn voorzien. “Het zijn net luiers.” Bivakmutsen van fleece, ski- of fietsbrillen en een flinke lik vaseline moeten het gezicht beschermen.

Volgens de Utrechtse hoogleraar S. A. Duursma, expert op het gebied van de onderkoeling, zijn morgen niet zozeer de lage temperaturen een probleem voor de rijders, maar de wind. Met tien graden vorst is het goed schaatsen, zegt Duursma, tenminste als je geen wind hebt en wellicht een zonnetje. Maar met een gure oostenwind, ontstaat de zogenaamd windchill. De afgifte van de warmte van het lichaam vindt dan snel plaats, waardoor afkoelings- en bevriezingsverschijnselen eerder kunnen optreden. Met het gevaar van fatale gevolgen.

Het is eigenlijk heel simpel onderkoeling te voorkomen, aldus Duursma. “Hoe harder de wind, hoe sneller de door het lichaam verwarmde lucht wordt ververst door koude. Als de schaatsers zelf ook nog vaart maken ontstaat extra wrijving. Hoe harder een schaatser rijdt, hoe meer warmte hij afgeeft.”

Het is volgens Duursma daarom zaak als Elfstedentocht-deelnemer op drie dingen te letten. Schaatsers moeten voldoende energie-aanbod hebben voor de warmtelevering. Zowel voor als tijdens de tocht moeten zij daarom voldoende eten, bij voorkeur voedsel met veel koolhydraten. Daarnaast moeten zij op hun vocht letten. Veel rijders schromen veel te drinken omdat zij niet in de berm willen plassen. Maar zegt Duursma, te weinig vocht leidt tot uitdroging en dat leidt weer tot inkrimping van het bloedvatensysteem. Het transport van warmte wordt zo geblokkeerd. Blijven drinken is dus het devies.

Als derde geeft Duursma de tip van de laagjes, die vocht moeten doorgeven, maar geen wind of vocht kunnen opnemen. “Wie veel laagjes heeft, kan tenminste variëren. Want in de ochtend zullen er geheel andere omstandigheden zijn dan 's middags. Daar moet je je kleding op kunnen aanpassen.” Ook de Elfstedentocht is een kwestie van differentiëren geworden.

mailIcon print |