*

 
dossier

Archief

Webern, de stille: drie kogels

FRANZ STRAATMAN − 28/09/95, 00:00

De 'tweede Weense school', een drie-eenheid zo lijkt het in de eerste helft van de muziekgeschiedenis uit de twintigste eeuw: Arnold Schönberg 1874 - 1951 als de artistieke vader en leermeester van Alban Berg 1885 - 1935 en Anton Webern 1883 - 1945.

In het feestgedruis door de vieringen van het einde van de tweede wereldoorlog opgewekt, drong de stilte van de dood van Anton Webern internationaal niet door. Plaatselijk zijn we bovendien zo door het fenomeen Schönberg en diens opera 'Moses und Aron' in beslag genomen, dat de vijftigste sterfdag van de Oostenrijkse toondichter ongemerkt voorbij ging. Het was de 15-de september; de oorlog was al afgelopen en Oostenrijk door de Amerikanen bezet. Webern was met zijn vrouw op bezoek bij een dochter en schoonzoon. Laatstgenoemde, verdacht van zwarte handel, werd tijdens dat bezoek aan de tand gevoeld door twee Amerikanen. Webern had van zijn schoonzoon een sigaar gekregen: hij wilde buitenshuis van deze kostbare en geliefde rookwaar in stilte genieten. Op weg naar buiten liep hij een van de Amerikanen tegen het lijf, die, in een schrikreactie, drie keer schoot. 'Es ist aus' kon de dodelijk getroffen componist nog uitbrengen. Per vergissing gedood.

'De sterfdag van Anton Webern zou voor iedere gevoelige musicus een dag van rouw moeten zijn. Wij moeten in hem niet alleen de grote componist vieren, maar ook een werkelijke held. Hij, die in een dove wereld van onwetendheid en overschilligheid tot volslagen mislukking gedoemd was, ging onverbiddelijk door met het bewerken van diamanten, zijn verblindend schone diamanten, waarvan hij de mijnen zo uitmuntend kende.' Aldus Igor Stravinsky.

Deze diamanten hebben niet geleid tot een bijzondere expositie, laat staan tot een Webern-jaar. Zelfs een eerbetoon in het kader van het Schönberg-operaproject ontbreekt. Toch zit daar een aanknopingspunt van jewelste: Pierre Boulez, kampioen van de 'tweede Weense school' is de hele maand oktober in ons midden in het kader van 'Moses und Aron'. Dat feit wordt uitgebuit met twee concerten rond zijn persoon in het Amsterdams Concertgebouw op 6 en 27 oktober. Op de tweede avond staat behalve Ravel, Debussy, Boulez (uiteraard) en Schönberg ook Berg geprogrammeerd (met de Drei Orchesterstücke en de Altenberg-liederen). Webern ontbreekt. De concertaria 'Der Wein' voor sopraan en orkest uit 1929, had die niet geknipt geweest voor soliste Jessye Norman? Om het tijdsbeslag hadden de 'Zes stukken voor orkest' opus 6 uit 1909/1928 niet achterwege hoeven blijven, want ze zijn superkort. Zeer passend zou de keus zijn geweest voor zijn laatst voltooide compositie, de tweede cantate voor sopraan en bas, koor en orkest, opus 31, ontstaan tussen 1941 en 1944.

Per vergissing gedood, per ongeluk vergeten, lijkt de conclusie. Webern zou de allerlaatste zijn die zich, zo hij invloed had vanuit het hiernamaals, naar voren zou dringen. Hij was een stille, als artiest en als persoon. Zijn officiële leven als componist begon in 1908 toen hij zijn studietijd bij Schönberg afsloot met een werk dat enige bekendheid kreeg, Passacaglia voor orkest, opus 1. Het niet onaanzienlijke aantal composities vóór die tijd (vooral liederen, maar ook het meeslepende orkestwerk 'Im Sommerwind' in laat-romantisch idioom) zette hij met die nieuwe telling apart. In het voetspoor van Schönberg betrad hij 'der Weg zur neuen Musik', wat voor hem betekende dat hij de tonaliteit losliet, elke klank uitbeende, elke ritmische beweging benutte om zich op steeds geconcentreerder wijze te kunnen uitdrukken. Stiltes daarin functioneerden ook als expressiemiddel. Hij bleef schaven en verfijnen, wat verklaart waarom hij niet verder kwam dan 31 opusnummers, wederom veel liederen, want hij minde de kleine vorm.

Om den brode was Webern onder meer actief als dirigent. Hij betoonde een ruimhartige voorliefde: Mozart, Beethoven, Schubert, Brahms en zelfs Johann Strauss selecteerde hij met overtuiging. Maar rond zichzelf creëerde hij een wereld van klankstiltes. “De muziek van Webern is als sneeuw op een zilveren bokaal, om een Aziatisch beeld te gebruiken. Voordat men zich goed en wel op de muziek heeft ingesteld is ze al 'gesmolten', zo schreef de Nederlandse Webern-kenner Ernst Vermeulen ooit. Men zou ook aan de vluchtigheid van as en rook kunnen denken die een goede sigaar oplevert. Op weg naar die stille genieting werd Webern met knaleffecten onderuit gehaald. Per vergissing.

mailIcon print |