*

 
dossier

Archief

Slepend conflict in land- en tuinbouw eindigt met broos akkoord

Door: redactie − 10/11/95, 00:00

Van onze redactie economie AMSTERDAM - Het al maanden slepende conflict over de arbeidsvoorwaarden van de 65 000 werknemers in de land- en tuinbouw is opgelost. Maar de vakbonden zetten de opheffing van het Landbouwschap door.

Dat drukmiddel is volgens de voedingsbonden van FNV en CNV nodig om te voorkomen dat de sterk verdeelde achterban van de werkgeversorganisatie LTO-Nederland het CAO-akkoord verwerpt. “Dat kunnen ze zich niet permitteren. Daarmee zou de geloofwaardigheid van LTO te grabbel worden gegooid”, aldus voorzitter D. Terpstra van de Industrie- en voedingsbond CNV. Komende donderdag nemen de ledenvertegenwoordigingen van beide bonden een beslissing over het al dan niet doorzetten van de opheffing van het Landbouwschap. Goedkeuring van de CAO door de organisaties die samen LTO-Nederland vormen, zal bij die afweging een belangrijke rol spelen.

LTO-Nederland spreekt zelf nadrukkelijk van een 'onderhandelingsresultaat' omdat op het punt van flexibilisering minder is binnengehaald dan de werkgevers wilden. Onderhandelaar Mária van Veen van de Voedingsbond FNV spreekt daarentegen van “een evenwichtig akkoord: de pijn is redelijk verdeeld tussen werkgevers en ons”.

De onderhandelingsdelegatie van LTO-Nederland had maar liefst elf uur nodig om het onderling eens te worden. De feitelijke CAO-onderhandelingen duurden gistermorgen uiteindelijk slechts vijf uur. De nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst loopt door tot januari 1998. Een jaar eerder moet de 37-urige werkweek een feit zijn, dat is een uur minder dan er nu wordt gewerkt. Daarvoor leveren de werknemers de automatische prijscompensatie (APC) van 1996 en 1997 in. Het systeem van apc blijft wel bestaan. De CAO voorziet in loonsverhogingen van 1,6 procent begin volgend jaar en 1 procent in januari 1997.

Piekdrukte

Bedrijven krijgen de mogelijkheid om per jaar vanwege piekdrukte maximaal vijftien weken van elk 45 uur te laten werken. Nu staat de CAO tien 'piekweken' toe. Werkgevers en bonden hebben afgesproken om na te gaan of de arbeidstijdverkorting en verdere flexibilisering tot meer werkgelegenheid leiden. Voor gelegenheidswerkers en deelnemers aan werkgelegenheidsprojecten geldt het minimumloon. Ook komt er een nieuwe loonschaal 10 procent boven het minimumloon voor werknemers die geen opleiding en ervaring in de land- of tuinbouw hebben. Na een half jaar moeten deze werknemers doorstromen naar de eerste CAO-loonschaal. De bonden hebben op die beperking aangedrongen om verdringing van huidige werknemers te voorkomen.

Naar de functiewaardering in de sectoren, vijftien jaar geleden voor het laatste in kaart gebracht, wordt een onderzoek ingesteld dat binnen een jaar klaar moet zijn.

De bonden maken zich zorgen over de verdeeldheid binnen de werkgeversorganisatie. Die vertroebelt ook de discussie over de toekomst van het Landbouwschap. Op dat vlak blijven de bonden zich verzetten tegen het plan van de werkgevers om de taken van het schap te beperken tot het instellen van verordeningen en het innen van heffingen. Van gezamenlijk optreden richting overheid en het regelen van sociaal-economische kwesties zou geen sprake meer zijn. “Aan een uitgekleed Landbouwschap hebben we geen behoefte”, aldus een woordvoerster van de Voedingsbond FNV.

mailIcon print |