NAGANO - Na Yvonne van Gennip heeft Nederland in Marianne Timmer een nieuwe ijskoningin. Reed ze afgelopen maandag verdoofd door het ongeloof een prachtig wereldrecord op de mijl, op haar favoriete afstand, de kilometer, genoot ze met volle teugen van de eerste tot de laatste meter. Alleen een mondiale toptijd was deze keer op het zware ijs onhaalbaar. “Ik kwam hier voor de duizend, de 1500 meter was voor mij eigenlijk de voorbereiding op dat onderdeel.”
Ze had nogal wat twijfels gehad over het welslagen van haar olympische missie. Niet door het vermeende gebrek aan vorm, wel door de chronische klachten in de onderrug. “Twee dagen voor de 1500 meter kreeg ik krampen in de rug. Ik dacht: Dat wordt niets. Ik heb de kwetsbare plek goed warm gehouden en er verder geen hinder meer van ondervonden.” Ze had sprintcoach Peter Müller zelfs medegedeeld de laatste ronde van dat 'opwarmnummer' te laten lopen om energie voor haar klapstuk van de Winterspelen te sparen. De Amerikaan praatte het haar uit het hoofd. “Er zaten drie dagen tussen. Wanneer je de 1500 meter zo gemakkelijk wint als Marianne, hoefde ze zich ook geen zorgen te maken over de kilometer. Bovendien, als je een kans hebt om een gouden medaille te pakken, moet je het niet laten. Ik wist dat ze op de 1500 meter de snelste van het hele gezelschap was. Op de duizend waren vijf mensen die konden winnen. Behalve Marianne, Schenk, Völker, Witty en LeMay. Een gouden medaille is iets heel speciaals. Dat merk je vooral later in je leven. Nu realiseert ze zich niet dat er maar heel weinig mensen op de wereld zijn die een gouden olympische medaille in hun bezit hebben, laat staan twee. Eén dag in je leven ben je de allerbeste van de hele wereld. Ik heb het zelf in 1976 meegemaakt. Dat gevoel is zo bijzonder, dat laat zich niet omschrijven.”
Müller is moe. Hij verlangt naar huis, hij snakt naar het einde van een intensief seizoen. De bevlogenheid die hij de afgelopen dagen en weken uitstraalde, ging dit keer schuil achter het timide stemgeluid. De storm in zijn gemoed is tijdelijk geluwd. Müller is blij met de gouden dubbelslag van de Groningse, maar andermaal werd duidelijk dat ze niet één van hem is. Ook de coach realiseert zich dat er op dit moment amper nog een basis bestaat om verder met haar te werken. Müller en Timmer, het is altijd al een verstandshuwelijk geweest. De sprintster had geen keus, nadat de KNSB haar trainer Leen Pfrommer aan de kant had gezet. Ze hoopte er het beste van, maar had er een hele zomer voor nodig om te wennen aan een man wiens flamboyante levensstijl niet de hare is. Daar kwamen, zoals bekend, de problemen met de klapschaats bij. Vader Timmer kon op de weg van Sappemeer naar naar de fabriek in Weesp vrijwel elke grasspriet in de berm uittekenen.
Gisteren speculeerde Timmer openlijk op een breuk met de bondscoach. Een softwarebedrijf dat ook Falko Zandstra sponsort, heeft concrete plannen met haar én Pfrommer in zee te gaan. De tweevoudig olympisch kampioene zegt van niets te weten. “De sprintkernploeg is een leuke groep. Als jongens en meisjes bij elkaar zijn is dat altijd heel gezellig. Dat element vind ik van wezenlijk belang. Ik zal mijn uiteindelijke keuze niet puur door het geld laten bepalen. Naast de sfeer, stel ik ook hoge eisen aan de begeleiding. Ik zeg niet dat ik weg ga bij de KNSB. Dat hangt er vanaf wat er na het seizoen allemaal gebeurt.”
Peter Müller reageert rustig op het verkapte dreigement van Timmer. “Zij moet zelf een beslissing nemen. Ik heb haar er nog niet over gehoord. Ik hoop haar te behouden voor het team, maar als ze een andere richting op wil slaan, maak ik er geen drama van. Ik ben wel vaker kampioenen kwijtgeraakt.” Over het opvullen van de eventuele open plaats hoeft de Amerikaan zich geen zorgen te maken. Annamarie Thomas, die met een knap persoonlijk record (een verbetering van één seconde) vijfde werd, solliciteerde openlijk naar welke vacature dan ook in de 'bende' van Müller.
“Ik ben niet jaloers”, beweert ze, “maar als je ziet hoe de mensen uit de sprintploeg met elkaar omgaan, heb ik zoiets van: Daar wil ik ook wel inzitten. Ik heb al eens een balletje opgegooid bij Peter.” Thomas, die maandag zo van het wereldrecord van haar landgenote schrok dat ze zich niet meer op haar eigen 1500 meterrace kon concentreren, is in de kernploeg van Sijtje van der Lende de enige die naar behoren presteert. Uit de school klappen doet de vriendin van Bart Veldkamp niet, maar ze wil wel kwijt dat ze negatief wordt beïnvloed door de slechte prestaties van Tonny de Jong en Carla Zijlstra. Die ene opmerking is al tekenend en dodelijk genoeg.
Het hart van Thomas lag altijd al bij het sprinten. Dit lijkt haar het mooiste moment om de overstap te maken. Waarom, zo redeneert ze, zou Müller haar in één seizoen niet een stuk sterker kunnen maken, zoals hem dat bij Jan Bos, Erben Wennemars en ook Timmer wel lukte? “Het komt niet vanzelf, dat weet ik. Die drie zijn supertalenten. Natuurlijk doet Müller het niet alleen. Het meeste moet uit jezelf komen. Dat is bij Marianne ook heel duidelijk het geval.” Het talent moet Thomas er voor hebben. Bij zijn aantreden als vrouwencoach in 1993 noemde Henk Gemser haar de enige uit zijn groep die kon schaatsen.
De schaatsbond feteert zijn paradepaardjes nu, maar net als Gianni Romme was Marianne Timmer een paar jaar geleden bijna teruggezet naar het gewest. “Ik reed hulpeloos baantjes in Groningen. Gelukkig kreeg ik twee jaar geleden toch nog een kans van de KNSB.” Dat het snel kan gaan, ook met een diesel, zoals Timmer zichzelf typeert, is uiteraard het intrappen van een open deur. Op haar afstand duldde ze gisteren geen tegenstand. In letterlijke zin had ze die ook niet eens. Na een razendsnelle opening, die zelfs op Timmer indruk maakte, viel haar directe opponente Franziska Schenk in de tweede bocht. Ogenschijnlijk hinderde de commercieel meest begeerde schaatsster de Nederlandse licht, maar die had niet eens iets van dat persoonlijke drama gemerkt. Pas bij de volgende doorkomst zag ze Schenk op het ijs liggen. In sportief opzicht had ze haar ook niet gemist. “Het is alleen op de eerste 200 meter belangrijk dat er iemand naast je schaatst.”
Timmer had na een 'rustige' opening veruit de beste tussenronde (als enige een 27'er), en ook aan de laatste omloop van 30,2 kon niemand tippen: 1.16,51. Ze had 1.17,24 als persoonlijk en nationaal record staan. Haar hartsvriendin en wereldrecordhoudster Chris Witty (met wie ze de afgelopen zomer naar Mexico op vakantie was geweest) liet het na een snellere eerste 200 meter in de beide volle ronden liggen: 1.16,79. “Onwijs knap”, noemde Thomas de kilometer van Timmer. “Als de rijdster naast je op haar bek gaat en je mist dus een tegenstander waar je naar toe kunt vechten, is het heel knap dat je er zo'n tijd uitperst. Ik had het haar al voorspeld: Je gaat over Schenk heen kruipen. Ik kon alleen niet voorzien dat ze het letterlijk deed.”
Het laat zich raden dat er bij thuiskomst van alles op Timmer af zal komen. Een echte manager om dat allemaal in goede banen te leiden heeft ze niet. “Er is wel iemand, maar ik weet niet eens hoe hij heet.” De aasgieren onder de zaakwaarnemers zullen dus wel files richting Oost-Groningen veroorzaken. Net als Romme hoopt ze een normaal (schaats)leven te kunnen blijven leiden. Met 's avonds een rood wijntje - ook voor een wedstrijddag - en een jügermeister als slaapmutsje. “Toen ik vorig jaar terugkwam uit Warschau (waar ze wereldkampioene op de 1000 meter werd - red) waren er al veel mensen voor me op de been. Dat zal nu nog erger worden. Ik zal wel wat huldigingen moeten ondergaan. Die kan ik niet allemaal afzeggen. Ik hoop dat de vlag uithangt als ik thuis kom. En verder, de hoogste bieder wint.” Ook als Playboy, dat af en toe een 'sportkatern' heeft, belt? “Ik zal niet zeggen dat ik daar niet per se in wil staan. Ik denk daar wel over na.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.